Alle berichten van Kapitein Rob

Los Roques

Eindelijk na een volle week Los Roques zijn we gewend aan de ongelofelijke pracht en praal van deze eilanden. Hoe mooi en simpel kan het leven zijn. Witte stranden en een zee die gedurende de dag alle tinten blauw te voorschijn tovert. Een restaurant, gemaakt van wat hout en een bladerdak, waar je verschillende verse visgerechten kunt krijgen en het kost ook nog eens allemaal niks. Voor tien dollar heb je een voor- en hoofdgerecht en tik je de ene na de andere mojito naar binnen. Dit is by far de beste plek waar ik ooit ter wereld ben geweest. 

Even na het middaguur lichten we het anker, maken een ereronde langs de kade van Bonaire met de Nederlandse boten, hijsen het zeil en zetten we koers richting Archipelagos Los Roques. We moeten een nacht doortrekken en verwachten de volgende ochtend om een uur of tien aan te komen op het eerste eiland. Vlak voor zonsondergang vang ik drie Bonito’s die ik meteen fileer. Alles verloopt verder goed en we kunnen weer eens uitgebreid de sterrenhemel bewonderen want er is geen maan. Als we inderdaad in de loop van de ochtend aankomen kijken we onze ogen uit. We varen een soort atol binnen en moeten op basis van eyeball navigatie naar de ankerplek. Er is verder niemand en een kwartier later liggen we in het helblauwe water te spartelen. We gaan weer terug naar Bojangles voor de lunch en Baudine serveert de rauwe Bonito filets op een broodje met een lekker sausje. Als we het te warm krijgen springen we het water in en de zonsondergang bekijken we al borrelend vanaf ons voordek. Wat een feest.

De volgende dag gaan we op zoek naar een ander eiland. We komen uiteindelijk uit bij een baai waar nog twee andere zeilboten liggen. Een Nederland schip, de Sea Ya, van Rudy en een Noors schip, de Free Now, van Stig en Liap. We maken kennis met ze en Rudy vraagt of we ook mee uit eten willen. “Gaan we doen Rudy.” Het diner start om twee uur ’s middags en het restaurant ligt recht voor ons aan de kant. Ik kijk nog eens goed maar kan niet iets ontdekken dat op een restaurant lijkt. Okay, we zien het wel. “Nog één ding” zegt Rudy, “je moet je eigen drank meenemen naar het restaurant.”

We trappen af met ceviche van conch. Een conch is zo’n grote geëmailleerde schelp die iedereen in de jaren zeventig op z’n dressoir had staan. Al snel volgt een bord met stukjes barracuda gemarineerd in olijfolie. Heerlijk. De borden met ceviche en barracuda worden nog een paar keer herhaald en dan volgen de oesters. Ook deze zijn zalig. Eigenlijk is het wel goed zo, ik zit best vol. Dan komt Eduardo plotseling aan met een grote schaal met vijf grote kreeften. Ook deze smaken prima en iedereen doet z’n best om ‘m helemaal op te eten. We zitten echt nokkie vol als we aan het einde van de avond aftaaien naar onze boten. We spreken met Eduardo af dat we de volgende middag gaan vissen en hij ons de kneepjes leert.

Eduardo komt met stalen onderlijnen aanlopen en rijgt er levend aas aan. Okay, we zijn nogal wat van plan. Even later stuiteren we met twee 150 Pk motoren over het water. Eduardo heeft twee hulpen in de huishouding meegenomen en zij turen over het water op zoek naar vogels. Daar waar de vogels laag boven het water zijn zit de vis. De hengels zijn klaar voor gebruik aan de achtersteven. Dan zien we de vogels en koersen er op af. Het aas zit aan haken zo groot als mijn hand en wordt uitgezet. Ik heb ook een lijn met drie haken en een klepper meegenomen. Uit beleefdheid wordt ook mijn lijn over boord gezet en bengelt een meter of tien achter één van de motoren. We zien het water kolken van de vissen en de vogels duiken het water in. Er wordt flink gegeten zo te zien. Eduardo stuurt de sloep door de vissen heen en meteen begint de hulp te schreeuwen. Hij heeft mijn lijn in z’n handen en heeft beet. We trekken een flinke geelvin tonijn de boot in en gaan opnieuw op zoek naar vogels. Bij de tweede kolk zit echt een belachelijk groot beest. We zien niet wat het is maar een meter of acht is ie toch wel. Wederom heeft m’n lijn direct weer beet. Dit keer zitten er drie tonijnen aan. Ook één van de hengels van Eduardo gaat af. De stalen onderlijn wordt in tweeën gebeten. We herhalen de procedure nog een paar keer en telkens springen er één of meer tonijnen aan m’n lijn. Ik ben de koning te rijk en we hebben veel lol over dat rare kleppertje. Waar heb je ‘m gekocht? We gaan ‘m namaken. Eenmaal terug fileren we de tonijnen en eten we verse zelf gevangen tonijn.

 

We verzetten onze bakens naar het hoofdeiland. Op Gran Roque ligt een klein vliegveld waar de Venezolanen met kleine propeller vliegtuigjes worden ingevlogen. Vandaaruit gaan ze per boot verder naar hun verblijf op één van de eilanden. Een andere optie is dat ze met een megajacht vanaf het vaste land overvaren. Wij gaan inklaren en moeten een zestal instanties af. Over corruptie doen ze hier niet moeilijk. De officier van immigratie geeft aan dat we, naast de parkopzichter, hem ook moeten betalen voor het nationale park. Twintig dollar. Baudine en ik voeren ons toneelstukje weer op dat we geen twintig dollar hebben; we hebben er slechts vijftien. Dat is ook goed. De betaling aan de parkopzichter moet in Bolivar. Er moet geld worden gewisseld. Dat kan bij de lokale drogist. Voor een dollar krijgen we 30.000 Bolivar. Met een plastic tas vol geld lopen we even later naar de kassa van de parkopzichter. Ook krijgen we de bankpas van de drogist mee. Het tellen van al het geld neemt veel tijd in beslag en om dat in te korten betalen we hem in dollars en dan pinnen ze het bedrag in Bolivars van zijn rekening. De grap is dat de dame bij de kassa de pincode weet en de betaling doet. We brengen de bankpas weer netjes terug en zijn officieel ingeklaard. ’s Middags worden we uitgenodigd voor een Thaise lunch bij Stig en Liap. ’s Avonds vestigen we een record mojito drinken want een mojito kost nog geen 50 cent.

Fris en fruitig staan we de volgende ochtend op en vertrekken naar een ander atolachtig eiland. Rudy ligt er al en loodst ons met de dinghy over het rif. Het is er belachelijk mooi. We pakken de snorkelspullen en gaan op pad.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Tonijn

“Sukkelllls” zeg ik naar de mening van Baudine net iets te hard als we langs de lange wachtrij van de KLM bagage drop off lopen. Wij lopen via de priority lane want wij hebben Baloe. Baloe is de vriendin van Romy en haar vader vliegt zoveel dat ook wij een keer dat bijzondere gevoel mogen ervaren om geautoriseerd voor te dringen. Echt heerlijk. “Rob ssssssst! Niet zo hard.” Een paar mensen kijken ietwat geïrriteerd onze kant op maar dat maakt me niets uit. Ik ga toch niet vliegen. Mij zien ze niet meer.
De koffers krijgen een extra sticker zodat ze als eerste worden uitgeladen in Amsterdam. Het moet niet gekker worden. Ook hebben we wat bekijks omdat de twee dametjes maar liefst vijf koffers bij zich hebben. De waarheid hiervan is dat Baudine en ik zooi kwijt willen die we de halve wereld hebben meegetorst en nooit gebruiken. Weg ermee. We willen ons weer kunnen bewegen op de boot. Triomfantelijk loop ik weer terug terwijl ik ondertussen de rij naast ons nog eens rustig overzie. Het is tijd om afscheid te nemen want aan alles komt een einde. We gaan ze missen.

Baudine loopt gejaagd het parkeerterrein af richting de aankomsthal. De blauwe vogel met Romy en Baloe is twintig minuten eerder geland en ze wil niet te laat komen. Niet veel later komen de twee bleekscheetjes de hoek om en kunnen we knuffelen. We nemen ze mee naar Pirates Nest en pakken daar de dinghy richting Bojangles. We komen redelijk droog over. Even later zitten we aan de borrel en worden we bijgepraat over van alles en nog wat.

Na een dag strand nemen we de tweede avond de dames mee naar het aanstormend bejaarden diner. We pronken uitgebreid met onze schatjes maar die willen niet te laat naar huis in verband met hun jetlag. Eenmaal op de boot drinken we nog een slaapmuts en gaan bijtijds naar bed.

Baloe is voor de vierde keer op Curacao en weet goed de weg. We hebben een auto gehuurd en gaan achtereenvolgens naar de stranden van Porto Marie, Cas Abau en Karakter. Het is lekker weer. Warm met een goede bries. Er wordt volop gesmeerd en al gauw zit iedereen in hetzelfde ritme met wat kleur op de wangen. De planning is om de volgende dagen naar Klein Curacao te gaan. Ik offer me een dag op, zet de dames weer af op een prachtig strand en ga de boodschappen doen. We willen drie dagen en nachten blijven. Ook heb ik m’n licht opgestoken bij René van de Blue Spirit. René is een ervaren zeevisser en heeft volop tips over het vangen van tonijnen. Ik besluit al z’n adviezen op te volgen en moet behoorlijk investeren in m’n visuitrusting. M’n drie kippetjes kijken ondertussen reikhalzend uit naar de verse tonijn die ik ze belooft heb.

Romy en Baudine leveren de auto in en samen met Baloe maak ik Bojangles vaarklaar. Ik heb er zin in. Gewoon weer eens lekker zeilen. De verwachting is windkracht 3 Bft tegen en het is een 14 mijl varen naar Klein Curacao. Ik spreek met Bluenose af om eerst langs de kust omhoog te varen en vervolgens de zeilen te hijsen. Als we buitengaats komen is de wind toch sterker dan verwacht en motoren we in één keer door. Wel gaan onmiddellijk de vislijnen uit. Drie lijnen in totaal dit keer met negen haken. We moeten denk ik een fileer-straat inrichten want volgens René is het een gekkenhuis met de tonijnen hier.

Na een aantal mijlen begin ik te twijfelen aan het verhaal van René. Maar zet dat snel weer van me af. Het ligt waarschijnlijk aan het tijdstip. Tonijnen vang je bij zonsopkomst of zonsondergang en het is nu twaalf uur in de middag. We geven niet op maar als we aan het eind van de middag afmeren bij ons driedaagse paradijs hebben we niet één keer beet gehad. Gelukkig is het prachtig weer en gaan de dames aan land om te zwemmen en te fotograferen. Wij halen vlees uit de vriezer, kijken naar de zonsondergang en ’s avonds komen Henk en Joke aan boord BBQ-en. Kortom, een geweldige dag.

De volgende ochtend word ik wakker en kijk naar twee paar pret ogen en een camera lens. Ik slaap al een paar weken achter op dek in een hangmat en dat bevalt me prima. De uitslag van het zweten is weg en na het plassen hoef je niet door te trekken. Ik zie uitsluitend voordelen. Nadeel is dat iedere vorm van privacy weg is en je door twee aanstormende fotografes op de gevoelige plaat wordt gezet. Ze liggen samen blauw van het lachen. Omdat aanval de beste verdediging is zal ik ‘m hierbij zelf publiceren zodat we dat achter de rug hebben. De rest van de dag is helemaal top alleen de tonijn ontbreekt. We BBQ-en ’s avonds op het strand en ik spreek met Joke af om de volgende ochtend om zes uur alsnog de tonijnen binnen te gaan halen.

Met enige tegenzin sta ik vroeg op en zet een pot koffie. De rest van de boot is nog in diepe rust. Ik stap met m’n nieuwe visset de dinghy in en begin het setje uit te rollen. Er zitten drie rubberen inktvissen met haak aan een set. Bij het uitrollen moet je uitkijken dat de haak niet in je vingers of de dinghy komt want dat spul is echt scherp. Als de tweede inktvis achter de dinghy aanhuppelt ga ik door naar de de derde. Dan schiet ineens met een ruk de complete set uit m’n handen het water in. Ik denk bij mezelf “Dat was geen kleine vis. Ze hebben er zin. Ik heb mazzel dat ie niet in m’n vinger bleef haken.” Ik ga terug naar Bojangles en haal een nieuwe set. De kippetjes zijn inmiddels wakker en kijken vol verwachting. Ook Joke is uitgevaren. Na een kwartier heb ik beet maar voel meteen dat het geen grote jongen is. Als ik de lijn bijna binnen heb blijkt het een vliegende vis te zijn. Als ik dichterbij haal probeert ie uit het water weg te vliegen. Heb ik weer. Het is al met al een enerverende ochtend waarbij ik nog een set verspeel maar uiteindelijk zonder tonijn terugkom. De kippetjes beginnen wat te mokken over de beloofde tonijn. “Ja, ja, ik ga morgen wel weer.” Na het ontbijt trek ik m’n duikspullen aan om de onderkant van de boot schoon te maken. Met de lucht die ik nog over heb duiksnorkel ik met Romy en zien we een grote schildpad voorbij komen. Om 4 uur ’s middags vertrekken de commerciële boten weer en is het eiland voor ons alleen. ’s Avonds gaan we weer BBQ-en op het strand. We nemen tijdelijk afscheid van de Bluenose want die gaan door naar Bonaire. En passant worden de dames uitgenodigd door de turtlewatch voor de volgende ochtend. Ze gaan dan om 6 uur de nesten controleren en kijken of er nieuwe schildpad nesten bijgekomen zijn en waar deze liggen. Daar zeggen ze geen nee tegen.

 

Als ik de volgende ochtend wakker wordt is de Bluenose al weg en heb ik het rijk alleen. Ik ruim de boot op, doe de afwas en zet het ontbijt klaar. Om half tien komen de dames terug. Ze hebben een topochtend gehad en praten honderduit. Na het ontbijt maken we de boot zeilklaar en visgereed. Dit wordt ons tonijnmomentje. We gooien los en rollen de fok uit. Er staat een stevige windkracht zes. We zigzaggen voor de wind terug naar Curacao. We vangen naast een kleine Bonito een Barracuda van 90 centimeter die we teruggooien. Wederom een tonijnloze dag.

Vanaf het Spaanse Water worden weer de nodige stranden bezocht. Ook staat Willemstad op het programma. ’s Avonds gaan Baloe en Romy op stap en word ik ver na middernacht wakker van het gepruttel van de dinghy motor. Baloe slaapt de laatste week ook buiten. Het is binnen te warm. Om te plassen ga ik naar de voorpunt. Wat lang niet altijd meevalt. Eén van de laatste avonden gaan we naar de ComedyTrain. Ik heb wat twijfels of ze dat leuk vinden (en of ze de grappen begrijpen). Met Romy spreek ik af dat ik een seintje geef wanneer ze moet lachen en klappen. Het wordt een erg leuke avond met goeie humor. De meiden vinden het helemaal leuk.

Tja, en dan nu weer alleen. Baudine heeft op de weg terug van het vliegveld nog een traantje weggepinkt. Zodra het weer kan gaan we via Klein Curacao naar Bonaire om van daaruit wellicht via Las Roquas (eilandengroep Venezuela) naar Sint Maarten te varen. Maar niet nadat ik eerst René van de Blue Spirit een bezoek heb gebracht.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Overhurricanen

Daar zijn we dan weer. ’t Heeft even geduurd door internetproblemen, ons bezoek aan Nederland en het feit dat we best gezapig het hurricane season doorkomen. Maar het is weer eens tijd voor een blog.

Vlak voordat we naar Nederland vliegen zeilen we vanaf Bonaire naar het Spaanse Water op Curacao. Bonaire laten we met weemoed achter. Het is er goed toeven. Samen met de K’dans huren we een dag een auto en bezoeken het noordelijk gelegen natuurpark. Een paar dagen later gaan we met Harry en Ellen van de Zwerver een dag duiken bij Klein Bonaire. Het is er adembenemend mooi. Baudine blijft boven aan de snorkel terwijl ik langs een rif naar beneden afzak. Er ligt een stijl rif waar je als het ware voor kunt hangen en het rustig als een schilderij kunt bekijken. Naast de veelheid aan vissen komt er een murene voorbij en zien we een verdwaalde Baracuda. Het is allemaal even spannend.

Als we eenmaal het anker lichten en het Spaanse Water verlaten weten we dat we over niet al te lange tijd weer in Nederland zijn. Henk en Joke varen mee. Tien minuten voor de ingang bij Willemstad roepen we Fort Nassau op. “Of de Pondjesbrug een opening kan geven?” “Ja hoor, kom verder.” We strijken de zeilen en starten de motor. Als we op een meter of honderd zijn zien we de Pondjesbrug bewegen zodat we naar binnen kunnen. Aan de kant staan honderden toeristen die foto’s van ons maken en even voelen we hoe apart dit eigenlijk is. Dan gaat het gas er weer op en varen we verder naar Curacao Marine.

Taxi Tiger is iets te vroeg. Snel pakken we de laatste spullen en sluiten de boot af. Baudine spuit de bus met anti-insecticide leeg en ik sjouw de koffers naar Tijgetje. “Alles goed ScoobieDoo?” “Ja Tijgetje, alles is goed.” We kennen elkaar van eerdere tripjes. Hij stelde zich toen voor als Tiger en dus kon ik het niet laten om me zelf ScoobieDoo te noemen. Sindsdien zijn we Tijgetje en ScoobieDoo voor elkaar en is het tarief ook aangenamer.

De tijd in Nederland vliegt voorbij. Elke dag hebben we een stevig programma en in drie weken rijden we zo’n 2000 kilometer met ons geleende autootje van schoonmoeders. Het is superleuk om iedereen weer te zien. En toch komen we ook weer tijd te kort. Je wilt soms langer blijven of gewoon nog langer door kletsen. Wat is er allemaal gebeurd in de afgelopen anderhalf jaar? Wanneer kom je langs? Hoe gaat het met die kleine van je? En ga zo maar door.

Na drie weken vlieg ik weer terug en blijft Baudine. Ik weet dat ze het lastig gaat krijgen. Ze heeft moeite met afscheid nemen. Ik stap daar makkelijker overheen maar ben blij dat ze mijn tekorten aanvult. Het laatste weekend ben ik ietwat ziek en zo stap ik ook op het vliegtuig. Ik ben niet de enige. Om me heen wordt er wat af gesnotterd en ik hoor de mensen klagen.

Jos van de Jonathan heeft aangeboden me op te pikken van het vliegveld. We kennen elkaar niet en ik ben maar al te graag op z’n aanbod ingegaan. Als ik bij de kofferband sta te wachten krijg ik een sms van Jos. “Hoe herken ik je?” Ja Jos, dit is de kat op het spek binden, je kent me inderdaad niet. In gedachte heb ik mijn antwoord helemaal klaar maar besluit toch de gecensureerde versie terug te smssen. Ik ken Jos immers ook niet. Jos brengt me naar Curacao Marine en ik duik moe en ziekjes m’n bed in. Het is er bloedheet en ik slaap slecht die nacht.

Pas na drie dagen voel ik me weer wat beter om terug te varen naar het Spaanse water. Henk komt met het boodschappenbusje naar de marina en tegen het middaguur gooien we los. Het weerzien met de anderen op het Spaanse water is goed. Toch verstop ik me nog een dagje om bij te komen want het blijft pappen en nat houden. Het weer is ook behoorlijk anders dan voorheen. De wind is vele malen rustiger en het regent zo nu en dan behoorlijk. Het enige wat blijft is de warmte. Er gaan weer liters zweet doorheen en ook de lucht begint zich weer op te bouwen. Uitsluitend op de accu’s kan de grote ventilator’s nachts niet permanent aan. Dat kost eenvoudigweg te veel stroom. Alleen natuurlijke wind is het devies. Maar die is er ’s nacht nauwelijks.

Het oude strand bij de coaster is vervangen door het mondaine Barbara Beach. Menig middag varen we met de dinghy naar Barbara Beach om vervolgens in het water te gaan zitten, bier te drinken en af en toe een hapje door te krijgen. We praten over onze vaarplannen en de redenen om wel naar A en niet naar B te gaan. Als de zon ondergaat pakken we de boel in en dinghy-en terug naar de boot. Na een paar dagen begin ik Baudine te missen. Alleen is maar alleen en ik had niet verwacht dat ik er zo snel last van zou krijgen. Toch is het zo en ik zal blij zijn als ze er weer is.

De boot is aan kant en de meeste reparaties zijn gedaan. Bojangles is in topconditie. Aan het begin van de middag pak ik de bus naar Punda om vervolgens door te gaan naar het vliegveld. Baudine heeft ietwat vertraging en als de zon reeds ver onder is komen we aan op de boot. We zijn weer samen. Baudine heeft inderdaad een zware week gehad en heeft nog wat moeite om weer in het ritme te komen. Na drie dagen aanéén in de middag naar Barbara Beach te zijn geweest zit ze er weer helemaal in. Nog een paar weken en dan komen Romy en Baloe langs. We kijken ernaar uit.

Spaanse Water

Een week nadat Baudine is teruggekomen zit de klad er in. We zijn een beetje klaar met Curacao en willen weer verkassen. De wind is terug en het waait tussen de zes en zeven Beaufort. Boodschappen doen is een onderneming geworden want droog aankomen is uitgesloten. De uitjes naar Barbarabeach gaan gewoon door. Inmiddels hebben we mot met de bewaking van het terrein en dat is op zich best vermakelijk. Als we zondag’s met een man of dertig komen aanvaren met onze dinghies staan er 5 beveiligers te wachten. We gedragen ons als pubers en gaan om de beurt met 3 man de discussie met de beveiligers aan terwijl de rest doorborrelt in het water en hapjes eet. Zo houden we elkaar 3 zondagen bezig en komen dan tot een compromis. We mogen niet meer op het strand komen, wel op de steiger. De eerstvolgende zondag heeft iemand een opblaasbare floating bar bij zich. Echt geweldig. Wij bestellen er ook één. Nadat je ‘m hebt opgeblazen gooi je er ijs in, daar zet je je fles en je bier in en er omheen zitten uitsparingen voor je glas. Koeler kan bijna niet. Nog geen twee dagen later hebben we ons Oktoberfeste op hetzelfde Barbarabeach. Het is een doordeweekse dag en de beveiliging vindt het wel best zo. Met 2 BBQ’s sterk braden we worsten en drinken bier op het strand. Echt veel decadenter dan dit kan het niet worden.

Bonaire

We zijn helemaal alleen en hebben het eiland voor ons zelf. Bojangles ligt aan een mooring voor Klein Curacao en alle touroperators zijn terug naar Curacao. Baudine en ik blijven alleen achter en dat is best een apart gevoel. In de wijde omtrek van zo’n 25 kilometer zijn wij de enige wezens die op twee benen rechtop kunnen lopen. We hebben een groot deel van de dag tegen de wind in gebokst, liggen nu in rustig water achter het eiland en kijken hoe de zon onder gaat. Als de schemering eenmaal is ingezet gaat het snel en een kwartier later is het pikdonker. Wij borrelen nog wat door, maken wat te eten en gaan vroeg naar bed. Morgen gaan we door naar Bonaire.

“Bojangles, Bojangles, Bojangles, dit is de Agaath. Over.” Ik pak de VHF en heb na een maand of vier Bas aan de lijn. Bas heeft voor ons een plek geconfiskeerd langs de kade van Bonaire. Daar zijn we behoorlijk blij mee want de haven is achterlijk duur en we mogen niet ankeren in verband met het koraal. Een halve dag later worden we door Bas en Melle opgewacht in hun dinghy en naar de enige beschikbare mooring gebracht. We leggen Bojangles aan en niet veel later zit Melle aan een boterham met pindakaas. Bas legt ondertussen uit waar we moeten inklaren en boodschappen kunnen doen.

Tijd om bij te komen is er niet. Diezelfde avond is er een foodfestival en voor de zondagochtend staat de damesfinale voetbal op de agenda. Er liggen ook een aantal leuke Denen bij Bonaire en samen spreken we af bij Karel’s Zeezicht om de wedstrijd te bekijken. Die ochtend halen we Bojangles overhoop om onze oranje outfit te voorschijn te halen, kleden ons aan en springen in de dinghy. Op naar Karel. Het is volle bak en erg gezellig. Toos en Donatien leggen de puntentelling uit. Onze dames winnen de cup en verder staat me bij dat het vrij lastig is om geen grappen te maken. Dat doen we dan dus ook niet. Bhoooaaaahhhh!!!

Bonaire is tof en overzichtelijk. Tussen de haven en het centrum van Kralendijk ligt een lint aan jachten aan een mooring. Het water is keizersblauw en je kunt lang de bodem zien. Bonaire is het mekka van de duikers. We springen zeker twee keer per dag het water in om af te koelen of het zweet van je lijf te krijgen. We snorkelen wat heen en weer en het sterft van de vissen. Aan land hebben we een heuse Albert Heijn, een ijssalon en duikscholen. Na hier en daar wat informatie te hebben gehaald besluiten we ons duikbrevet te gaan halen. Bij Wannadive kunnen we direct zaterdag onze proefduik doen bij Emma.


De warmte is ’s nachts een probleem. Als ik tegen Baudine zeg dat ik voor, in onze slaapkamer, me Opa ruik geeft ze mij de schuld. Twee keer per nacht word ik zeiknat van het zweet wakker om vervolgens de koelkast leeg te drinken. De dorst is ongelofelijk. We moeten er iets op gaan verzinnen. Gewapend met de naaimachine en oude zeilzakken naaien we een windvanger die we binnen onder het luik voor ons hoofdeinde bevestigen. Er staat op Bonaire permanent wind en deze waait nu niet langer door de boot naar achteren maar via de windvanger over ons heen naar de voorpunt. We liggen in een windtunnel en moeten na lange tijd weer wat over ons heen trekken. Na een paar dagen is Opa weer weg uit de voorpunt en kunnen we weer mensen op de boot ontvangen. Nu de mieren nog.

Zaterdagmiddag staan Baudine en ik klaar voor onze proefduik. Emma meet ons onze pakken aan, we krijgen wat theorie en oefenen wat in het zwembad. Baudine maakt zich zorgen over het klaren van haar oren want daar heeft ze altijd last mee gehad. En ikzelf moet voor het eerst bekennen dat ik het ook wel spannend vind. Als Emma eenmaal overtuigd is van onze prestaties gaan we richting zee. We lopen het water in en beginnen met onze duik. Al snel geeft Baudine aan dat haar oren niet willen klaren. Emma masseert ze en probeert Baudine te helpen maar het wil niet lukken. Baudine moet afhaken. Ik baal enorm voor haar want duiken is echt iets wat je juist met z’n tweeën moet doen. Baudine gaat naar de oppervlakte en ik ga met Emma onder water. Ik heb geen vergelijking met duikstekken, wel met snorkelstekken, maar het is hier onwaarschijnlijk mooi. Er komt veel vis voorbij en ook de diversiteit is aanzienlijk. Emma wijst me op alle specials en driekwartier lang zweef ik langs het kleurrijke koraal en z’n bewoners. Het is adembenemend. Als ik weer boven kom zie ik Baudine en is het even lastig. Zij behoorlijk down en ik helemaal enthousiast. We besluiten dat ik doorga met de lessen.

De volgende dagen volg ik de lessen van Linda in een klas van vier. Op één duik na, met een beslagen bril, zijn ze allemaal even prachtig. De oefeningen gaan goed. ’t Enige waar echt aan geschaafd moet worden is de duikhouding. Ik heb moeite om me languit gestrekt voort te bewegen. In plaats daarvan ga ik wat gehoekt met ingetrokken benen (om het koraal niet te beschadigen) als een uit de kluiten gewassen embryo met vinnen aan door het water. Ook mag ik niet te diep in ademen omdat ik dan meteen een paar meter stijg. Ja, groot zijn heeft ook nadelen. Maar voor de goede orde. Vanaf heden ben ik niet alleen actief op land, in de lucht of op het water. Ook onder NAP ben ik voortaan van de partij. Het is maar dat u het weet.


Er is weer een tropical storm in aantocht. Deze heeft de naam Harvey. We treffen de voorzorgsmaatregelen maar Harvey gaat ongemerkt een mijl of 100 boven de eilanden langs. De middag voordat Harvey zich aandient steken we met een hele zwik aan dinghies over naar Klein Bonaire om te barbecuen. Het is supergezellig en we leren weer een aantal nieuwe zeilers kennen.  Het is allemaal goed zo.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Decoratie (moeders part IV)

“Nel, hou ’s op. Dat kan echt niet!” Baudine staat stomverbaasd te kijken. “Uh, nee hoor Baudine, het is een nepstengel. Het is decoratie.” “Zal wel.”

Baudine der verjaardag is een groot succes. Vanwege het tijdverschil starten de felicitaties al midden in de nacht en het zijn er veel. Ze is helemaal in haar nopjes. We hebben een rustige ochtend en treffen nog wat voorbereidingen voor ’s avonds en ’s middags. Om halfdrie stappen we samen in de dinghy en gaan onderweg naar de ijsboer. De drank staat in een grote plastic ton en die laten we vol ijs gooien. Daarna gaan we richting Barbara Beach. Een kwartier later volgen de andere Nederlandse boten die ook moeders hebben opgepikt. Er klinkt lang zal ze leven en Hoera. Baudine pakt haar kado’s uit en geniet volop van haar jarig zijn. We hebben veel lol en een heerlijke middag in het water. Om een uur of vijf taaien we af en komt iedereen bij ons aan boord BBQ-en. Ja, Baudine is echt jarig.

Ik zit buiten in de schaduw aan een tafel te genieten van m’n vierde bord. Na de ceviche en een bord vis is het gebraad aan de beurt. Daarna volgt nog een bord vlees en steken we via de pasta over naar de kaasplank. Tot slot gaan we een kijkje nemen in de toetjeskamer. Mocht je nog geen last hebben van cholesterol dan loop je het hier met zekerheid op. Wat een heerlijkheid. We zijn op het landgoed van Santa Barbara Beach en Golf Resort. Om precies te zijn in het restaurant. Voor een respectabel bedrag zijn we aangeschoven bij de brunch. “All you can eat” is normaal gesproken niet onze favoriet maar omwille van de rijke variatie en het feit dat de drank is inbegrepen knijpen we een oogje dicht. Hier gaan ze spijt van krijgen. We benutten de volle drie uur en laten om 2 minuten voor drie de glazen nog eenmaal vol schenken. Hollandser kan haast niet.

Ook moeders smikkelt er vrolijk op los. Samen met Baudine gaat ze weer op rooftocht en komt niet veel later met een gevuld bord terug. Baudine laat nog even op zich wachten. We zijn bezig met de afrondende dagen van moeders verblijf op Curacao. Met een auto hebben we het eiland verkent en verschillende plekken bezocht. Ook Baudine komt terug van haar strooptocht. “Heeft je moeder het al verteld?” “Nee schat, niet dat ik weet.” Ik kijk mams bestraffend aan. “Ze pakt een soepstengel, neemt er een hap van en zet hem weer terug in de pot!” Ik kijk mams nog strenger aan. “Het waren nepstengels, ze waren droog, stonden in een bak zand en er zat geen smaak aan. Volgens mij zijn ze van plastic.” “Ze stonden in grof zout.” “Mam, ze zullen naast al het eten toch geen plastic nepstengels zetten? We zitten hier in een poepchic restaurant.” “Nou, zo smaakten ze niet.”

Als ik even later weer een bord ga halen neem ik ook een stengel mee. Lekker krokant, niets mis mee. We hebben de rest van de dag lol om de soepstengel. Dit verzin je toch niet.

Curacao is top. Het weerbericht voor de komende maanden is standaard omtrent de 29 graden Celcius en de windkracht is 5 tot 6 Beaufort. Als er eens een keer een bui valt dan duurt dat hooguit 10 minuten. Op donderdagavond is er captains diner waarbij ook de boordkoks mogen aanschuiven en verder bestaat het leven uit boodschappen doen, poetsen, klussen en af en toe een nieuw strand ontdekken. In dat ontdekken an sich worden we trouwens steeds beter. Overal waar we komen is het zaak om uit te vinden hoe het transport werkt, waar de winkels zijn, de snelste gratis Wifi en wat de must do’s zijn. Nieuw op Curacao is het feit dat Camping Gaz niet langer tot de mogelijkheden behoort. Veel boten zijn bezig om hun systeem om te bouwen naar de Amerikaanse gasfles. Dat valt allemaal niet mee omdat wij, Europeanen, gebruik maken van linksdraaiende fittingen en hier verder alles rechtsdraaiend is. Bojangles heeft een extra dilemma omdat de gasbun slechts groot genoeg is voor een camping gaz tank. Daarom wordt de naaimachine weer van stal gehaald en wordt er een nette hoes voor een Amerikaanse gastank gefabriceerd. Deze doet dienst als gasbun en beschermt de fles tegen de zon.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Curacao (moeders part III)

Terwijl ik op een bank zit strek ik m’n tenen naar voren en druk ze daarna rustig tegen de harde ondergrond. Het voelt goed en ik ga verder door ze te krommen en de rest van m’n voet mee naar voren te schuiven. Op de automatische piloot herhaal ik de beweging en zie m’n voet langzaam naar voren gaan. Nog voordat aan het einde van het bereik ben til ik het zaakje op en zweef even heen en weer voordat ik ‘m weer neerzet. Ondertussen krijg ik een euforisch gevoel over me. Ook als ik even later het niet kan laten om m’n wreef stevig op de rand van de steen te drukken zodat m’n gespannen voetspier zich heel even op een massagetafel waant. Herinneringen komen terug want sinds lange tijd zijn we weer in land met een stoep. Gewoon zo’n stoep met tegels waar je overheen kunt lopen. Er zijn geen hindernissen, geen diepe gaten. Er is weer sprake van structuur. Houvast. Tegels die netjes gerangschikt aansluiten zodat je er ongestoord overheen kunt lopen. Wat een verademing.


Het geluksgevoel wordt de volgende dag nog groter als we met de bus naar de supermarkt gaan. Als we uitstappen gaat Baudine de supermarkt in en ga ik linksaf om naar Budget Marine, de ship shop. Hoe ze aan de naam Budget komen weet ik niet. Beter zou Goudmijn Marine passen. Enfin, als ik even later weer gedesillusioneerd de winkel verlaat en de supermarkt binnenloop weet ik het meteen. Er loopt hier binnen iemand rond te gnotteren van geluk. Brede lanen met van alles wat we lang niet meer hebben gezien of geproefd. Vers vlees in plaats van diepvries. Echte verse melk. Het kan niet op. Wat een assortiment, wat een keuze. Als ik bij het passeren van het vierde laantje Baudine aan het einde van het pad zie staan maken we oogcontact. Haar bodylanguage spreekt boekdelen. Ze is helemaal happy-de-peppy. Dat worden dure maanden op Curacao.

Als we uiteindelijk de haven van Chaguaramas verlaten loopt het al halverwege tegen de middag. We zijn licht gespannen want vandaag staat het vertrek richting Curacao op het programma. We verwachten een tocht van vier a vijf dagen. In tegenstelling tot de eerdere dagen staat er een straffe wind. Ter hoogte van Scotland Bay kijken we elkaar aan en piepen toch nog even de baai in om het anker uit te gooien. Zoveel wind hadden we nu ook weer niet verwacht. Na een paar uur trekken we het anker weer op en varen de Caribische zee op. Hijsen de zeilen met 2 riffen en zetten een aan de windse koers. Bojangles maakt moeiteloos snelheid en niet veel later lopen we een dikke 8 knopen. We proberen relaxed naar elkaar over te komen maar zijn dat niet. Ik weet nu hoe alles precies in elkaar zit en er zijn een boel nieuwe geluiden waar we aan moeten wennen.


De eerste nacht worden we overvallen door een squal. Ik heb wacht en lig op m’n rug een spelletje op de iPad te doen. De windkracht is 3 a 4 Bft en we zeilen nog steeds een aandewindse koers. Dan voel ik ineens de wind aantrekken en nog geen 20 seconden later staat er 7 Bft op de teller. Terwijl ik naar Baudine schreeuw dat ze moet komen probeer ik het motorsleuteltje te bereiken. Deze moet aan om het schip in de wind te leggen en nog meer zeil te minderen. Ik vecht me een weg naar stuurboord terwijl de boot een behoorlijke helling maakt. Onder begeleiding van een paar krachttermen haal ik de andere kant van de boot en start de motor. Gas er op en tegen de wind in. Nadat we een kwartier als team te werk gaan is alles weer onder controle. Baudine en ik zijn drijfnat. Ze droogt zich af en mag nog een uur slapen voordat we gaan wisselen. Ik zet de radar bij zodat we de squals eerder zien aankomen en kunnen ontwijken. Om het feest luister bij te zetten barst ook het onweer om ons heen los. En als ik ergens een hekel aan heb is het onweer. De rest van de nacht blijft het onstuimig.

De volgende dag kunnen we iets afvallen en halve wind gaan varen. We varen nu tussen 9 en de 10 knopen op een comfortabele zee. Toch blijft het gevoel gespannen. We moeten opnieuw gaan vertrouwen in het schip en dat gaat mondjesmaat met dit weer. Gelukkig is het de dag erna optimaal. Er staat weinig zeegang en de wind is stabiel 4 Bft. Baudine kan weer lachen en leest een boek. We bellen met de satphone naar onze moeders en maken chili con carne. Nog maar 36 uur te gaan.

De laatste nacht is kortweg gezegd klote. Vanaf het vaste land van Venezuela komen grote depressies vol onweer over. Normaal kun je wel zien waar het onweer zit. Links of rechts, of voor of achter de boot. Op de radar is normaliter een roodgele vlek zichtbaar waarin de bui en het onweer zitten. Nu ziet het merendeel van het scherm roodgeel. Er is geen ontkomen aan. Baudine en ik zitten in de stortregen te hopen dat het over gaat. Na ruim 2 uur varen we weer een beetje in het zwart en drijft roodgeel stuurboord uit. Wat een ellende.

De laatste dag passeren we Bonaire en weten we dat we Curacao niet met daglicht gaan halen. Ik heb geen zin om nog een nacht op zee te zitten en geef Baudine aan dat we hoe dan ook naar binnen gaan varen om te ankeren op het Spaanse water. Via de marifoon hebben we contact met de Ti Sento op Bonaire en niet veel later met de Zahree en de K’dans op Curacao. Het is een heerlijk welkom. Om 21:00 uur varen we door de nauwe ingang naar binnen en niet veel later laten we het anker vallen. Tijd om lekker te gaan slapen.


We ruimen de boot op en maken ons gastverblijf in orde. Aan het einde van de middag BBQ-en we op de K’dans, borrelen op het strand met de Zahree en spreken we af met Bluenose in Punda. En dan is het zover. De dag waarvan je wist dat ie zou komen. Moeders arriveert op Curacao. We pikken haar op van het vliegveld en nog geen paar uur later zitten we met de andere Nederlandse boten op onze vertrouwde borrelplek aan zee. Moeders geniet zichtbaar van alle belangstelling.

Nicht Karin is ook weer van de partij op Curacao en vraagt of we zin hebben om samen met de KLM crew een middag op stap te gaan. Maar natuurlijk Karin, daar zeggen we geen nee tegen. We spreken af in het hotel om vervolgens in een grote sloep te stappen en het water op te gaan. Voor een halve dag zijn we getuige van een superleuke en te gekke KLM cultuur. Men kent elkaar niet, vliegt de halve planeet rond, rust gezamenlijk een dag uit en vliegt dan weer terug. Wij proberen low-profile met hen mee te doen en dat lukt het eerste deel van de dag vrij aardig. We willen de aandacht niet op ons vestigen. Zij hebben keihard gewerkt en kort geslapen, wij lantefanteren wat op onze boot en hebben alle tijd van de wereld. Maar dan gaat het toch echt mis. De kapitein van de sloep geeft aan dat er gesnorkeld kan worden. Baudine en ik springen het water in om de vissen te bekijken. Het is adembenemend mooi. “Hey Mam, kom ook. Dit mag je echt niet missen”. Na enige overreding wordt overgegaan tot badpak tenue en staat alleen het zijboord van de sloep nog tussen de vissen en onze gelegenheids marinier. Ze wil via de trap het water in maar deze wordt tijdelijk verspert door de ober. Dan maar gewoon er in springen is het devies. Ik zie haar ietwat moeizaam op het zijboord staan en dan de stap naar het diepe maken. De dood of de gladiolen zeggen ze in het wielrennen. Nou, de dood wordt het gelukkig niet. Maar ook zeker geen gladiolen. Eerder brandnetels of cactussen. Er wordt wild om zich heen geslagen en geproest. Baudine en ik zijn er als de kippen bij. “Gaat het?” Geen antwoord. We houden onze drenkeling boven water terwijl die de ene hap zeewater na de andere naar binnen slikt. Als alles wat rustiger is vraag ik of ze, nu ze toch in het water ligt, niet even naar de visjes wil kijken. “Dat doe ik wel zonder zo’n masker.” “Mam, dat kan niet.” En niet veel later krijg ik toestemming om haar de duikbril op te doen. Nou, die vissen moeten hebben gedacht dat het verlaat carnaval was want de bril had een soort alaaf achtig stand op mams hoofd. “Ik wil er uit.” Baudine en ik helpen haar richting de zwemtrap van de sloep. Ondertussen is de voltallige KLM crew ook in opperste staat van paraatheid. Gespannen kijken we met z’n allen hoe de klim naar boven verloopt. Baudine en ik duwen en hangen onder aan de trap. Door de zeegang gaat de sloep af en toe behoorlijk heen en weer. Boven aan de trap staan de kapitein en de ober aanwijzingen te geven. “Nog één trede en dan bent u er mevrouw.” Ja, nog één stap. Maar dan zie ik het mis gaan. De handen schieten los en er is niets meer aan te doen. Langzaam stort moeders naar achteren en Baudine en ik kunnen nog net wegduiken om onmiddellijk weer over te gaan naar drijfstand. We gaan het opnieuw proberen. Nu tezamen met de vele KLM handen duwen we totdat moeders over de rand van de sloep verdwijnt. Ze is binnen. We zijn niet langer onopgemerkt.


This is sailing yacht Bojangles. Out!

Back in Business

Eindelijk is het dan zover. De laatste schroef in het plafond en nog even een vlaggenlijn door het katrolletje halen en dan is Bojangles weer helemaal topfit. Baudine en ik zijn superblij en bekaf. Ruim 6 maanden lang hebben we zonder mast op een veredelde motorsloep zitten wachten op dit moment. De afgelopen tien dagen hebben we van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat gewerkt in een race tegen de klok want onze Duitse tuiger moest afgelopen woensdag weer naar huis. Het was niet mogelijk om het vliegticket nogmaals te verplaatsen dus voor die tijd moesten alle belangrijke onderdelen zijn geplaatst en getuned.

Sterk staaltje

Baudine ziet twee nogal wit uitgeslagen mannen over het terrein slenteren. Ze wijst ze voor me aan en zegt: “Ik denk dat dat onze tuigers zijn”. Ze lopen richting de uitgang en ik verwacht ze vanzelf weer terug. De vorige dag heb ik twee kamers voor ze geboekt in het hotel op de werf. Ze zijn midden in de nacht geland en hebben maar een paar uur geslapen.

Binnen is het een puinhoop

Niet veel later zitten we met Florian en Manuel in de kuip en maken kennis. Ze hebben die nacht geen oog dicht gedaan omdat hun kamers naast de centrale airconditioning voorziening ligt. Ze vragen zich af waar de container is want die hadden ze wel op het terrein verwacht. Na een paar telefoontjes is de verwachting dat de container toch al in Port-of-Spain is ondanks het feit dat het schip waarop het zou aankomen nog in de haven van Panama ligt. Een meevaller denken we dan nog.

Kleine regenbui gehad

Inmiddels weet ik alles over douaniers, brokers en transporteurs. Zij zijn namelijk degene die ervoor moeten zorgen dat de container op de juiste plek komt volgens de juiste procedures. Daarbij zijn er globaal twee problemen. Het eerste probleem is dat de één de ander per definitie een eikel vindt en hem dus zeker niet gaat helpen. Het andere probleem is dat de procedures volkomen willekeurig zijn. De meest grappige, voor zover ik het toen grappig vond, was dat we op driekwart van de invoerprocedure waren voor onze 800 kilo wegende mast toen onze broker concludeerde dat het niet om een pakketje maar een container ging. Met als resultaat dat we een andere procedure moesten volgen. Met open bek stonden we daar de beste man aan te kijken want werkelijk op alle papieren stond met koeienletters vermeld dat het om een container ging. Okay, terug naar af dus.

Uitpakken en opbouwen

Na een paar dagen krijgen de tuigers het benauwd. Als de container de volgende dag niet komt gaan ze het niet halen want hun verblijf zou 10 dagen zijn. Daarvan zijn er inmiddels 4 verstreken. We hebben de indruk dat iedereen tegen ons samenwerkt zodat het werk niet door de tuigers kan worden gedaan maar noodgedwongen door de verschillende contracters op de werf zelf. Ik haal de mannen erbij en bespreek de strategie. We gaan een dag liegen door te stellen dat ze allebei woensdagavond naar huis moeten terwijl dat in werkelijkheid donderdagavond is. Ook vertellen we niet dat er sowieso één tuiger blijft. Het verhaal gaat snel rond en nog dezelfde dag informeert een contracter hoe de mast er op gaat komen als er geen tuigers zijn?

Wie doet wat?

We zullen het nooit met zekerheid weten of er opzet in het spel zat maar woensdag einde middag krijgen we het bericht dat die avond de container komt. Ik kan het echter niet geloven omdat iedereen hier om klokslag vier uur alles uit z’n handen laat vallen en naar huis gaat. Maar goed, we zullen het zien. Om zes uur die avond meld ik me bij het douane kantoor aan de ander kant van de baai. De broker belt me om aan te geven dat het iets later wordt. De chauffeur van de vrachtwagen is zoek. “Maar, maak je geen zorgen, we vinden hem wel.” Anderhalf uur later komt het gevaarte aanrijden en moet ik het zegel doorknippen. De douaniers die erbij staan kijken behoorlijk sjaggie en we moeten alles uit de vrachtwagen halen voor inspectie. Als we daar na een lichte hernia mee klaar zijn laten de douaniers de broker weten dat het zo goed is en dat we kunnen gaan. Hoppa, alles weer terug in de vrachtwagen. Eikels.

Moment supreme

De volgende ochtend gaan we vroeg aan de slag. We werken door tot het donker wordt en brengen Manuel naar de luchthaven. Ik stijg een plek in de pikorde. Florian is genoodzaakt om bij ons aan boord te slapen. Het hotel op de werf heeft slechts een paar kamers en die zijn volgeboekt. Ook bij de omliggende hotels krijgen we nul op het rekest. Fully booked! Nou, echt niet.

Overal gereedschap

Aan de andere kant vind ik het ook wel leuk. M’n eigen Duitser aan boord, wie had dat ooit gedacht. Hij moet wel even wennen aan m’n humor. Zeker als ik mijn eigen versie van “slaaf, kiendje, slaaf” in steenkool duits ten gehore breng als hij naar bed gaat. De daaropvolgende  dagen geef ik niet op en roep ik bij alle succesvolle acties van mijn kant hardop “Soeper!”. Dat houdt de moed er een beetje in want de ene dag stroomt het van de regen en dan weer is het strak blauw en bloedheet. Het werk vordert gestaag en we zijn dag in, dag uit ganz zuvrieden. Jawohl.

Soeper!

Tot overmaat van ramp komt tropical storm Bret nog even voorbij maar daar heb ik een aparte blog aan gewijd. Zodra Bret voorbij is klaart het op en gaat de wind liggen. De boot kan het water weer in en de kraanmachinist kan aan de slag. Ook de laatste dag van Florian is het een race tegen de klok. Er staan voor hem nog een aantal specifieke zaken op de planning en hij moet alle splitpennen, verbindingen, etcetera controleren. Aan het einde van de middag kijken we elkaar aan. Het zit erop. Hij doet nog even een douche, pakt z’n spullen en ik breng hem naar het vliegveld.

Tuinslang tegen verbrande voeten

Baudine en ik hebben nog een paar dagen werk om alles af te maken. Florian heeft uitgelegd hoe bepaalde dingen moeten en dat lukt goed. Vandaag hebben we de dingen afgerond en heb ik tijd voor de blog. Morgen gaan we testvaren en maandag verlaten we Trinidad en gaan op weg naar Curacao. We verwachten daar een dag of vijf over te doen.

Vlaggenlijn

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Murphy

Het is echt ongelovelijk. De mast en dergelijke is inmiddels opgebouwd en de planning is/was dat morgenochtend om 8:00 uur de mast geplaatst ging worden en we nog 2 dagen hadden om alles af te werken. Helaas, helaas, er is een storm op komst. Aan de steiger waar we momenteel liggen is het dan niet veilig en 60% van de boten die er liggen gaan het water uit en de kant op. Tot overmaat van ramp is het vandaag een nationale feestdag in Trinidad en zelf de eigenaar van de werf staat nu eigenhandig de schepen uit het water te halen. Ook wij besluiten er uit te gaan want de alle doorgewinterde zeilers doen het. Ik ben bang dat we morgenochtend 8:00 uur geen mast gaan plaatsen. De vlucht naar huis voor de tuiger staat gepland voor woensdagavond. Hoe is het mogelijk?


Situatie komende nacht om 2:00 uur. Wij zijn het kleine blauwe stipje links van het midden. Fingers crossed.

This is sailing yacht Bojangles. Out!