Maandelijks archief: november 2016

Laatste loodjes voor oversteek

De laatste blog heb ik gepost met de korte golf zender vanaf de atlantische oceaan. Bij de retour berichten zat een bericht van m’n moeder. Mijn tante Meintje was overleden. Meintje had het syndroom van down en ik ben samen met Meintje opgegroeid. Vele spelletjes mens-erger-je-niet en monopoly hebben we samen gespeeld. Het was best even slikken. Meintje was al een aantal jaar niet meer bewust op deze wereld maar toch hadden Baudine en ik verdriet. Ik heb die nacht een stukje geschreven en naar Romy gestuurd. Romy heeft het voorgelezen bij de uitvaart.

We liggen voor de baai van Taferel bij het eiland Sao Nicolao van de Kaap Verden. Het is een bijzondere plek. Ik ben vanmiddag op pad geweest om uit te klaren maar de juiste autoriteiten waren niet aanwezig en ik ben daarom een uurtje of twee naar de lokale kroeg gegaan om te wachten. De kroeg ligt naast de visafslag en het is er druk. Ook ik ga even kijken en m’n besluit staat meteen vast. Als ik überhaupt nog een vis koop dan is het een hele vis en niet een stuk. Man, wat een puinhoop en wat een vliegen. Er is geen structuur. Mensen wijzen een vis aan en het hakmes gaat erin. Bloed spat alle kanten op en de oude mayonaise emmers of plastic zakken worden gevuld met een bloedend goedje. M’n honger is op slag over.

dsc06547

Onze overtocht naar de Kaap Verden verloopt na het Fred-incident zeer voorspoedig. Binnen zes dagen zijn we er en de laatste dag moeten we behoorlijk vaart minderen. We halen het net niet voor zonsondergang en het is niet verstandig om met donker aan te komen. We strijken het grootzeil en nemen de genua in maar blijven toch nog meer dan 5 knopen lopen. Dat is te hard. Ik stel voor om de storm uitrusting eens te proberen en samen met Fred maak ik het stormzeil in orde. Dat heeft het gewenste resultaat. We lopen nog maar 4 knopen en zullen daarmee in de ochtend op het eiland Sal aanlopen. 

_mg_0348

We ankeren in de baai van Palmeira, pompen de dinghy op en gaan aan land om in te klaren. Toch wel even een cultuurschok. We zijn in Afrika. Het strand en de wegen liggen bezaaid met glas. Er lopen wilde honden en er hangt een zoete muffe geur. We klaren in bij de nacional police en lopen langs de mercado. Wederom chinezen. De halve familie volgt ons door de winkel alsof we iets willen stelen. Fred en ik kopen de hele biervoorraad en dus blijft Baudine als enige verdachte over. Fred en ik zijn cool.

De kustweg naar Santa Maria is onverhard. We rijden in een Fiat Panda die laag over de weg ligt. Al een aantal keren zijn we volle bak met de onderkant van de motor op een uitstekende steen in de weg gereden. Als we hier panne krijgen hebben we een probleem. Gelukkig wordt het pad meer zanderig en minder rots. Na een paar kilometer rijden we in de duinen maar ook hier is de Panda niet op gebouwd. Bij tijd en wijlen vallen we stil als we een heuvel op rijden. Als ik dan gas geef voel ik de Panda direct in het zand zakken. Ook geen goed plan. We gaan terug naar de rotsen en de snelweg. We bezoeken die dag het zoutmeer, de citroen haaien, kite beach en lunchen in Santa Maria. Kortom, topdag.

dsc06682

Zondagavond is het feest in Palmeira. Samen met de Novatrix, de BlueNose en de Zahree vieren we alles mee op live Kaap Verdiaanse muziek. We spreken af om nog een dag naar de Blue Eye, een natuurzwembad, te gaan. Dat is Fred z’n laatste dag. Hij is ruim 2 weken aan boord geweest en Baudine en ik weten die avond al dat we hem gaan missen.

Nadat we Fred op het vliegtuig hebben gezet klussen we nog anderhalve dag aan de boot. We zetten de dag daarop koers naar Sao Nicolao en moeten een nacht doorhalen. We komen aan het einde van de volgende ochtend aan en gaan inklaren. Sao Nicolao ziet er vanaf zee prachtig uit. In tegenstelling tot Sal is dit eiland één en al berg en groen van kleur.

Het duurt nog twee dagen voordat we Sao Nicolao kunnen verlaten. De autoriteiten zijn eerst onze bootpapieren kwijt en vervolgens blijken ze in een lade te liggen waarvan niemand de sleutel heeft. De stemming aan boord zakt behoorlijk omdat ook de wind toeneemt. We liggen onderaan een berg voor een caynon. De wind bereikt snelheden van om en nabij de 40 knopen; da’s windkracht 9. En dus moeten we ankerwacht houden. Als ik de volgende ochtend chagrijnig de bootpapieren terugkrijg scheur ik met de dinghy terug en lichten we het anker. Op naar Mindelo, onze laatste stop voor de grote oversteek.

Het ankeren wil niet lukken. Er is te weinig plek en na een vijftal pogingen geven we op. We varen richting de steiger en meren af naast een Franse catamaran. De tocht was ruw en onrustig. We slapen die nacht als een blok. Baudine voorin de punt en ik achterin. Baudine noemt het spottend m’n zomerverblijf maar ik zweer erbij want m’n rug blijft pijn doen.

_mg_0414

We zijn helemaal happy. Er is een supermarkt in Mindelo waar je echte boodschappen kunt doen. Ze hebben nota bene Goudse kaas! Ik koop een behoorlijk stuk en zie ook nog vleeswaren die Europees verpakt zijn. Maakt niet uit wat het kost, ik wil ze hebben. Een uur later zitten Baudine en ik tosties met kaas en salami te eten. Wat een weelde.

Iedere avond leg ik m’n iPad naast m’n kussen en zet ik de podcast “Met het oog op morgen” aan. Het is een radioprogramma met het nieuws van de dag. Zo volgen we een beetje hoe het in Nederland gaat. Soms liggen we een paar dagen achter maar dat maakt niet uit. We hebben toch geen besef van tijd. Voor ons is het gewoon zomer. Baudine heeft de podcast ook ontdekt en komt in de loop van de nacht de iPad uit het zomerverblijf stelen. Als ik dan om een uur of vier ’s nachts wakker word haal ik ‘m weer terug voor het deel dat ik gemist heb. Afgelopen nacht kwam ze ‘m al vrij snel weer terughalen en besloot ik een grap uit te halen. Op het moment dat ze de iPad weer pakte schreeuw ik: Boe! Ik denk niet dat ze de iPad nog vaak komt stelen.

Het is nu zondagmiddag en we luisteren naar Langs de Lijn op radio 1. Morgen gaan we samen met de BlueNose op safari naar het eiland San Antao en donderdag 1 december staat het vertrek richting Paramaribo gepland. Buiten de boodschappen om zijn alle voorbereidingen getroffen. We hebben er zin in.

We Got Him

Fred maakt me wakker. Het is half vijf in de ochtend. “Jouw beurt Rob”. Ik rek me uit en realiseer me dat ik zes uur lang heb liggen slapen. Daar was ik wel aan toe. Ik hoor dat voor het eerst deze tocht de “geenwindmachine” aan staat. We varen ten westen van de westelijke Sahara op zon 200 mijl van de Afrikaanse kust ter hoogte van Mauritania. Jaah, het is echt waar, we hebben nog zon 375 zeemijlen te gaan voordat we op de Kaap Verden zijn.

Fuck, niet weer hè. Snel leg ik m’n duim op het gat en geef vol gas richting het strand. De dinghy loopt snel leeg en halverwege moet ik op de harde drijver gaan zitten om niet drijfnat te worden. Ik ga Fred van de bus halen want hij is een uur geleden geland op Tenerife. Ik rag de dinghy het strand op en trek ‘m nog een paar meter verder. Dan loop ik naar de bushalte.

Daar staat hij in de deuropening van de bus. Koffer bij zich, rugzak op en een rieten namaakhoed. Hij heeft er zin in en wij ook. We slaan mekaar op de schouders en ik vertel hem dat we meteen avontuur hebben. De boot met Baudine liggen voor anker in de baai en de dinghy lek op het strand. Kapot gevaren tegen de trap. Hoe komen we op de boot? Laten we eerst even een biertje drinken, er is tenslotte een complete kroeg in het benzinestation langs de snelweg.

We drinken ons bier op en lopen naar het strandje van het dorp. Ondertussen roep ik Baudine op met de handmarifoon en leg het probleem uit. Of ze even naar een andere boot wil zwemmen en vragen of die ons wil oppikken. De verbinding is slecht want ik hoor een hoop gefoeter. Kom op schatje, de haaien slapen om deze tijd en het is maar 200 meter. Je kunt ook een A4-tje maken met daarop met grote letters VHF 77 dan kun je contact maken met de marifoon. Baudine foetert door en gaat aan de slag. Fred en ik gaan naar een uitermate gezellige kroeg aan het strand en bestellen twee grande cervezzas.

“Bojangles voor dinghy” hoor ik op de marifoon. “Hier dinghy”. “Rob, ze zien het briefje niet. Niemand pakt de marifoon op 77”. Ik opper nog even dat ze haar T-shirt omhoog moet doen maar ook dat valt niet in goede aarde, ze gaat wel zwemmen. Fred en ik bestellen nog een rondje bier.

Bij de vierde halve liter zien we een dinghy aankomen. We nemen nog een paar flinke slokken en geven de rest aan een paar gepensioneerde Duitsers. Op het strand ontmoeten we een Canadees met z’n zoon. We pakken de dinghy op en stappen in. In licht euforische stemming varen we richting Bojangles. Fred zit er al helemaal in. Nu even kijken hoe de temperatuur aan boord is. Halverwege bedenk ik me dat de handmarifoon nog op het muurtje ligt. De Canadees keert om.

El Poris kan er trots op zijn. Er ligt een enclave van 6 Nederlandse boten in de baai voor anker. Het plan is om met z’n allen te gaan barbequen op het strand. Ja, wij zijn ook van de partij. We hebben een Fred onthaastdag gehouden, plakken de dinghy en vertrekken morgen naar het eiland La Gomera. Het wordt een superleuke avond met een spannend slot. Want als we allemaal weer in onze dinghy stappen staat er een behoorlijk swell. Bojangles ligt rustig aan 2 ankers maar de anderen liggen haaks op de golven. Fred vindt het maar wat om met kleine kinderen op en van boord te gaan. Ik stel hem gerust en we drinken nog een borrel voordat we onze mand induiken. Topdag.

Er staat weinig wind en samen met de Novatrix proberen we verschillende zeilvoeringen uit. Eenmaal tussen Tenerife en Gomera trekt de wind aan en stuiteren we op San Sebastiaan aan. Het is donker als we aankomen. Baudine heeft gereserveerd en Port Control geeft toestemming om de haven in te varen. De havenmeester pikt ons op bij het dieselstation en we krijgen een prima plek aan pantalan II.

Het is weer eens klusjesdag. Fred hijsen we de mast in om bovenin inspectie te houden en eventuele vliegroest weg te poetsen. Bojangles wordt ontdaan van al het zout en er worden kleine reparaties gedaan. Daarna zoeken we een goed terras, maken en passant crostinies en gaan de avond uit eten. Ook Fred vindt het leven goed zo.
De wekker gaat. Fred gaat brood halen, Baudine pakt de rugzak in en ik haal de huurauto op. We gaan La Gomera verkennen. Gomera is by far het mooiste eiland tot dusver. Het uitzicht is groots, de noordkant is bijzonder groen en er zijn imposante hoogteverschillen. We stoppen zo nu en dan bij een mirador, een uitkijkpunt, en schieten mooie platen. We hebben ons oog laten vallen op wandeltocht 11. Als we het bordje tegenkomen parkeren we de auto en gaan op pad. We gaan eerst downhill, bezoeken twee watervallen en moeten dan weer omhoog. Ruim 2 uur later en 5 kilo lichter stappen we onze Seat weer in op weg naar een lunch tent. Tripadvisor wijst ons de weg en we eten uitstekend. Voor de middag heeft Baudine een natuurzwembad op het programma staan, El Pescante.

Het is even puzzelen voordat we bij El Pescante zijn. Het zwembad ligt bij een voormalige laad- en loskraan voor de bananenplantages op Gomera. Het laatste stuk moeten we lopen. Halverwege de weg zien we de zee beuken op de kust en hangt er een briefje dat zwemmen gevaarlijk is. We zien het zwembad liggen tussen de pijlers van de oude kraan en metershoge golven er op stukslaan. Zwemmen is hier echt geen optie. Baudine wijst op nog een Pescante, een paar kilometer verderop. We lopen terug naar de auto en gaan weer op pad. We zijn toe aan een zwemmetje.

We rijden keer op keer door het dorp op zoek naar de volgende Pescante. De kust is stijl en het zwembad zou hier ergens moeten liggen. We vragen de weg naar El Pescante en moeten bij de Iglesia rechtdoor. Zo gezegd, zo gedaan. Uiteindelijk komen we bij een oud pakhuis vanwaaruit we naar de kuststrook beneden kunnen kijken. Dan zien we weer van die kraanpijlers in het water staan en is het dilemma opgelost. El Pescante betekent geen zwembad, het zijn voormalige los- en laadplekken. We borrelen in het dorp en rijden via het oerbos terug naar San Sebastiaan. Morgen gaan we ons klaarmaken voor de tocht naar de Kaap Verden en komt de rest van de nederlandse enclave richting Gomera.

Zullen we eindemiddag bij ons op de boot borrelen? Goed plan. Bier koud, crostinies maken en de boot een beetje opruimen. De Freya, Grutte Grise en Agaath komen langs en de borrel gaat langzaam over in eten met z’n allen en een gezellige avond. Kinderen worden op bed gelegd en babyfoons komen terug. Het bier is op en de plastic flessen wijn smaken best goed. Je verlegt zo je grenzen als het moet.

We worden uitgezwaaid als we de haven uitvaren. Op de laatste steiger staan Jan en Corrie. Het is best grappig hoe snel je onderweg een hele club mensen leert kennen met een gemeenschappelijke factor, leven op en met de zee. We zullen elkaar nog vaak tegenkomen. De Grutte Grise zal ons later op de dag volgen richting Kaap Verdië. De wind verandert telkens en we gaan van nul naar twee riffen en weer terug. We zullen de eerste twee dagen aan de wind moeten maar de zeegang is rustig, geen gehak. De hengel gaat uit maar er wordt niet gebeten.

We hebben marifooncontact met de Grutte Grise. Ze varen 10 mijl achter ons maar keren om richting Tenerife in verband met een elektriciteitsprobleem. Dat is echt balen want alle voorbereidingen zijn gedaan, je bent eindelijk onderweg en dan moet je weer terug. Gelukkig zijn ze niet al te ver van de bewoonde wereld.

Die avond eten wij heerlijke entrecote, lopen onze wacht en kunnen behoorlijk slapen. Even na het ontbijt begint de hengel te ratelen. We vangen een vis. We laten ‘m even rusten om later te fileren. De vis is groot genoeg voor een driepersoons maaltijd. Fred doet nog even een tukkie en als hij weer wakker is fileer ik de vis. Als ik bijna klaar ben gaat de slip van de hengel als een wilde te keer. Fred pakt de hengel en begint te draaien. Hij zet de slip dicht maar het beest aan de andere kant trekt ‘m er dwars doorheen. Ik zet de motor aan in z’n achteruit en laat het grootzeil vieren. We minderen vaart en Fred vermoeit de vis en andersom ook. Na een kwartier winnen we terrein en pak ik de vleeshaak.Het is meteen raak en we trekken hem op de kuipvloer. Wat een beest! We staan zeker 5 minuten te kijken naar wat we hebben gevangen. Fred, we got him! Baudine maakt foto’s. Daar moeten jullie nog even op wachten. 102 cm, ruim 40 pond, genaamd Wahoo, de Walrusklasse.

Terwijl ik de grote jongen fileer krijgt Fred maagkrampen. Fred is geen zeurpiet maar krimpt ineen op de bank en trekt wit weg. Het ziet er niet goed uit. Zeker een uur lang ligt hij er en er komt ook koorts bij. Baudine slaat de medische boeken er op na. We komen tot de conclusie dat hij of een verstopping heeft of een blinde darm ontsteking. Dat laatste is niet grappig.
Even trekt de pijn weg maar keert snel weer terug. We moeten medisch advies hebben. We zijn te ver van land om marifooncontact te leggen dus gaan we aan de slag met de korte golfzender. Via 2182 Khz stuur ik een urgency bericht uit. Pan pan, pan pan, pan pan, this is sailingvessel Bojangles. Er volgt geen respons. Ik probeer van alles en stuur ook nog een DSC via de marifoon. Wederom geen respons. Ook Tenerife Traffic reageert niet. We worden ons bewust hoe alleen we zijn op de oceaan. Met de AIS kan ik behoorlijk ver om me heen kijken maar er is geen enkel schip in de buurt. We kunnen wel mailen maar waar naar toe? We zoeken naar een mailadres van de nederlandse kustwacht maar kunnen niks vinden. Fred stabiliseert en we besluiten te wachten tot het afgesproken tijdstip met de nederlandse enclave. Dat is nog een uurtje.

Hier Bojangles, welk Nederlands schip luistert? Robert van de Grutte Grise meldt zich. Robert zit inmiddels op Tenerife en probeert voor ons contact te leggen via WhatsApp met de anderen met medische kennis. Binnen ons gezelschap varen immers een dokter en een chirurg. Ondertussen gaat het iets beter met Fred, hij krijgt geen krampaanvallen meer. We besluiten om de volgende ochtend weer contact te leggen en Robert probeert ondertussen de medici te bereiken. Ook heeft hij het mailadres van de Radio Medische Dienst van de Koninklijke Nederlandse Reddings Maatschappij. We bedanken Robert en gaan er mee aan de slag.

Fred knapt steeds verder op en Baudine en ik zijn iets geruster. Hij wil die ochtend al weer de laatste wacht lopen. Na een klein kruisverhoor stemmen Baudine en ik in en zoeken ons bed op. Alles is weer back to normal. We informeren de Nederlandse enclave via Robert en Bas maar gaan nog wel even goed nadenken hoe we dit in de toekomst gaan aanpakken.

Ik heb limoenen aan boord en maak voor de lunch ceviche. Fred vindt het prachtig. We nemen extra grote porties want we mogen pas weer vissen als de Wahoo op is. Bij het fileren heb ik daar al rekening mee gehouden. ’s Avonds bak ik de vis kort aan en eten we ‘m met soja en wasabi. Baudine doet er een lekkere couscous salade tegen scheurbuik bij. Fred is weer helemaal de oude.

This is sailing yacht Bojangles. Out!