Maandelijks archief: januari 2017

Grietjebie

We nemen afscheid van een groep relaxende toekomstige Nederlandse doktoren die stage lopen in Suriname en vertrekken vanuit Plantage Frederiksdorp richting de Cottica rivier. Deze loopt parallel aan de noordkust van Suriname het oerwoud in. We zijn op weg naar Wanhatti, een inheems dorp, in de jungle. De tocht vergt stroom mee meer dan een dag en als de stroom kentert varen we een kreek in om te overnachten. De vier boten gooien het anker uit in de smalle kreek en bedenken een strategie om bij de volgende kentering, ’s nachts, niet tussen de mangrove terecht te komen. Eénmaal gerust trekken we een flesje open, smeren ons in met het lokale accuzuur tegen de muggen en maken kennis met de herrie in het oerwoud. Het is adembenemend. Kloppende snavels op boomstammen, brullende apen, krijsende vogels en een kakofonie van kwakende kikkers.

Op de terugweg ankeren we weer in dezelfde kreek en wederom hebben we een geweldige avond en ochtend. Wat mij betreft zijn deze overnachtingen echt het hoogtepunt van de trip. M’n moeder geniet volop en ik ben blij want het is best even afzien met alle beperkingen die we op de boot nu eenmaal hebben.

De volgende dag komen we aan bij Wanhatti. De mannen moeten als eerste van boord om aan de Chief van het dorp toestemming te vragen voor ankeren. Gewapend met stroopwafels en Hollandse klompjes ga ik op weg met Henk, Gerard en Michel. De Chief neemt alles in ontvangst, verleent toestemming maar heeft de meeste interesse in benzine voor z’n buitenboordmotor. Wij doen alsof we het niet begrijpen en gaan terug naar onze bootprinsessen.

De Bojangles ligt ter hoogte van de badkamer van Wanhatti. We hebben uitzicht op een inham waar de Wanhattianen hun dagelijkse bad nemen in de rivier en hun tanden poetsen. Het water is nog steeds bruin van kleur maar er is geen modder en zand meer zoals op de Surinamerivier. Met kleren en al lopen ze het water in, trekken deze uit, doen hun wasbeurt, poetsen hun tanden, trekken de kleren weer aan en lopen de oever weer op. Wij eten ondertussen een rijstprutje.

Na Wanhatti zetten we koers naar Alliance en Plantage Bakkie en vieren Romy d’r verjaardag met de andere boten. Ik heb een appeltaart gebakken met de nodige receptaanpassingen en als je er niet teveel van eet is het best lekker. De Bluenose heeft zelfs slagroom bij zich en de Tsuru een ballon. We maken een foto en gaan per dinghy naar Bakkie waar de muggen op hun beurt een feestmaal krijgen. Man, wat een K-beesten.

Elfrida staat ons op te wachten op de oprit. Elfrida woont in Paramaribo en geeft Surinaamse kookles. We gaan Roti, Baka Bana en Pindasoep maken. Moeders, Baudine en ik zijn één en al aandacht en volgen de instructies nauwgezet op. Ik wist niet dat je met zo weinig keukengereedschap zoveel verschillende gerechten en handelingen kunt verrichten. Afwassen doen we niet, gewoon drie druppels water er overheen en doorgaan met een ander gerecht. De plastic keukentafel dient als werkblad en is zichtbaar vaker gebruikt. Het resultaat is echter prima en aan het eind van de les hebben we zelfs onze eigen Roti pannenkoeken gemaakt en eten onze buik rond. Roti wordt op zeker een vaste gast op de Bojangles.

Moeders en Baudine gaan van start met het Gazen Huis project en ik ga op onderdelen jacht. Het Gazen Huis is gevestigd op de Bojangles en ter preventie van muggenbeten. Vanuit vier klamboes wordt een grote tent voor in de kuip gemaakt zodat we rustig buiten kunnen zitten met het licht aan. Het resultaat is verbluffend. Lachend zitten we zonder accuzuur op onze ledematen aan de ene kant van de gazen muur terwijl aan de andere kant kwijlend wordt gekeken naar de heerlijke liflafjes achter het gaas. Ik doe er nog een schepje bovenop en trek m’n shirt uit. Het voelt enorm goed. 1-0 voor Bojangles.

Met de onderdelen gaat het ook goed. Enige probleem is betalen. De economische situatie in Suriname is niet florisant en betalen met pin of creditcard onmogelijk. Alles moet cash in Euro of SRD. Pinnen kan soms wel en soms niet. Met enig kunst en vliegwerk lukt het om m’n lijst bij elkaar te krijgen en kan de voorbereiding op de tocht naar Trinidad / Tobago worden gerealiseerd.

Samen met Joke en Henk van de Bluenose gaan we een dag naar Brownsberg, een park aan de noordzijde van het Brokopondo meer. We huren een 4WD bij Richie en gaan ’s ochtends vroeg op pad. Tweederde van de weg ernaartoe is prima. Soms onderbroken door enorm kuilen en gaten waar het asfalt is weggeslagen door de regen. Ik passeer tijdens zo’n slecht stuk een vrachtwagen in tegengestelde richting. Op de vrachtwagen liggen enorme boomstammen van 2 meter doorsnede die bij elkaar worden gehouden door een roestige ketting. Als deze breekt kunnen we het niet navertellen. Ik voel me er niet lekker bij. Niet aan denken, gauw doorrijden. Het laatste deel van de weg naar Brownsberg is een zogenaamde Bauxietweg. We zetten de auto op 4WD en beklimmen de berg. Toys voor de boys.

We kunnen een wandeling maken naar de Irene waterval van 70 minuten. “Mam, lukt dat?” “Tuurlijk Rob”. Het valt echter tegen. Als we na 2 uur en een kwartier beneden zijn merkt moeders nuchter op dat de tijden niet kloppen. Ik maak me zorgen over de terugweg. 

We nemen een duik onder de waterval en koelen een beetje af. Dan begint de terugtocht. De details laat ik achterwege maar als we bijna aan het eind een gids tegenkomen maakt deze een diepe buiging voor moeders. Bijna 77 jaar en dan naar de Irene waterval en terug vindt hij echt een prestatie. Even denk ik dat de felicitaties voor Henk en mij bedoeld zijn. Maar Joke en Baudine overtuigen ons dat dit toch echt niet zo is. 

Nicht Karin is in Paramaribo en nodigt ons uit voor de poolparty in haar hotel. ’s Ochtends bezoeken we Fort Zeelandia en krijgen een goede rondleiding. ’s Middags laven we ons op een bedje aan de pool. We nemen het er goed van en gaan ’s avonds uit eten. Het is een op en top leuke dag. Thanks Karin.

We duiken de markt aan de Waterkant in. Het moment is daar. We hebben het er die avond ervoor samen besloten. We gaan net als de de meeste Surinaamse mannen een vogeltje kopen. Zorgvuldige selecteren we onze vink. Het is een jonkie en we zoeken een bijpassende kooi met een voer- en drinkbak. Daarna gaan we trots met onze spruit terug naar Domburg. We breiden de crewlist uit met “Grietjebie” want zo noemen we hem. Of haar.

Die avond kom ik ook Ryan tegen. Ryan heeft me al het een en ander over de vogelhobby in Suriname verteld. We moeten hem eerst temmen door hem steeds in onze nabijheid te hebben. Grietjebie gaat dus mee in de dinghy, mee naar de kroeg en mee naar de kuip als we in de kuip zitten en mee naar de kajuit als we in de kajuit zitten. We voelen direct een klik.

De volgende dag kom ik Ryan weer tegen en vuur m’n vragen over onze vogelpup op hem af. Ryan vertelt dat Grietjebie binnen een maand of 4 haar verentooi zal verwisselen voor een zwartrode kleur. Ze is nu groengelig met pikzwarte kraalogen. Daarna vangt de zangfase aan. Ik vraag Ryan hoe we dat kunnen trainen. Ryan kijkt me aan en zegt dat je daar de Rotie-CD voor moet hebben. “Heb je die niet dan?” “Nee, hoe moet ik dat weten?” Ryan neemt me mee naar de plaatselijke CD-winkel en we schaffen de Rotie-CD aan. Het is de zangles CD voor onze vogel van het type Roti. Gerustgesteld gaan we weer terug. We moeten de CD als de tijd daar is dagelijks draaien zodat Grietjebie gaat zingen. Komt voor mekaar, Ryan.

Even later komt Joke aanlopen met een zak zangzaad voor in de grabbag. Dat is onze tas die permanent klaar staat voor het geval we zinken en we in het reddingsvlot moeten stappen. Daar hadden wij niet aan gedacht en we zijn blij dat ook Grietjebie gered kan worden.

Morgen vertrekken we uit Suriname en gaan op weg naar Tobago. Ik heb er zin in. Eindelijk weer blauw water.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Suriname

We zitten midden in het kleine regenseizoen. Deze periode duurt tot eind januari. Dagelijks komen er stevige buien over, de ene dag staan de sluizen open en de andere dag blijft het beperkt tot een stofbui. We hebben er weinig last van en trotseren het broeierige klimaat. Een temperatuur van rond de 30 graden en een luchtvochtigheid van 85 procent. Het enige probleem is het open laten van de ramen als we naar de kant gaan. We bestuderen eerst de lucht en schatten de kans op regen in. Als we eenmaal aan de kant verkeerd hebben gegokt spring ik snel weer in de dinghy om voor de bui alles dicht te doen.

De eerste dagen na de oversteek rusten we uit. We liggen aan een mooring in de rivier en slapen de klok rond. We zijn bekaf en moeten duidelijk wat inhalen. Het komt voor dat ik aan Baudine vraag of ik ze het erg vindt dat ik al ga slapen en dat het dan pas kwart over zeven is. Het maakt me niet uit, ik ben moe.

De eerste kerstdag eten we met de Nederlandse enclave bij Harbour Resort. Iedereen is inmiddels overgestoken, we zijn blij elkaar weer te zien en we delen onze ellendes. Als ik alles bij elkaar optel lijkt het erop dat het een zware oversteek periode is geweest. Gebroken giek, lijnen in de schroef, zwaar weer, hoge golven, zeewater in de motor, golf door het raam, bijna plat en …… een mast kwijt. Iedereen likt z’n wonden en vervolgplannen worden heroverwogen. 

De dagen voor, na en tussen kerst en oud en nieuw hebben we het druk. Inklaren, inkopen doen, kerstdiner met de Bluenose, een enclave BBQ met alle zeilers op 2de kerstdag, een dag fietsen naar plantage peperkot, douchen, douchen en nog eens douchen, een dagje onderdelen jagen in Paramaribo, een nieuwe buitenboordmotor scoren, een dag relaxen in resort Houttuin, de zeilplaybackshow met de enclave, de nieuwjaarsduik bij Waterland en tot slot hebben we ook nog een voetbalwedstrijd georganiseerd tussen FC Zeilboot en FC Domburg. Die verliezen we eervol met 5-1 maar ons enige doelpunt wordt gescoord door onze vrouwelijke spits Dunya van de Zahree en zorgt voor veel commotie bij het Surinaamse publiek.

Dan is de grote dag daar. Oudjaarsdag. Het moet een belevenis zijn in Paramaribo. CNN heeft er vorig jaar over bericht want nergens ter wereld is het zo’n gekkenhuis. Er zijn 2 boten geregeld zodat we makkelijk de stad in komen. Met de auto is dat onmogelijk.

Als we aankomen horen we het helse kabaal al. Honderden meters aan ratelknallers liggen door de hoofdstraat en zorgen voor een oorverdovende herrie. Het is megadruk en er is een soort wedstrijd wie de meest harde muziek uit z’n auto weet te persen. De auto’s staan naast elkaar geparkeerd met de achterklep open en tonen hun speakergeweld. Sommige hebben zelfs een flatscreen, anderen hebben uitklap panelen met nog meer speakers waardoor ze drie keer zo breed zijn. Achter de auto’s staan de eigenaren met aanhang te dansen. Als je er langs loopt voel je al je binnenste ledematen trillen van de basbeats. Zo nu en dan staat er een sateh tent en er is meer dan voldoende Parbo bier. Het hele feest gaat tot een uur of vijf in de middag door en dan gaat iedereen huiswaarts om in kleine kring verder te feesten. Ik kan rustig stellen dat ik nog nooit zo’n gekkenhuis heb meegemaakt met oudjaar als hier in Paramaribo.

Het is de dag waarvan je weet dat ie gaat komen. We gaan m’n moeder ophalen van vliegveld Zanderij. Er landen gemiddeld 5 vliegtuigen per dag en het moet een groot vliegtuig zijn want er staan behoorlijke ontvangstcomités. Het grappige is dat als er weer eens iemand door de uitgang naar buiten komt hij meerdere keren welkom wordt geheten door een deel van de eregalerij. Dat heb ik op schiphol nog nooit meegemaakt maar hier kennen ze elkaar gewoon uit de stad of het dorp waar ze wonen. Er wonen zo’n 500.000 mensen in Suriname, het merendeel in Paramaribo. Kom je niet uit Paramaribo dan word je dus herkend en krijg je een pakkerd. Het duurt lang voordat moeders naar buiten komt. Er is een fastlane voor bejaarden maar wij krijgen later van moeders te horen dat dat zo langzaam gaat met al die oudjes en dat ze maar in de rij van de jonkies is gaan staan.

De Surinaamse man heeft als hobby een vogel in een kooitje. Je ziet ze er overal mee lopen en ze nemen ze overal mee naartoe. Er is altijd wel een uitsteeksel of tak waar de kooi kan worden opgehangen. Ik ga op onderzoek uit want ik wil weten wat de bedoeling ervan is. De vogeltjes worden gehouden voor wedstrijden. Je kunt iemand anders uitdagen en dan gaat het er om welke vogel het meest en het langst zingt. Als vogeltje A zingt en vogeltje B niet staat het 1 – 0 voor vogeltje A. Als vogeltje B wel reageert en langer doorsnatert dan vogeltje A staat het 0 – 1 voor vogeltje B. Er wordt gescheidsrechterd door een onafhankelijke derde. Ik vraag nog even door en krijg te horen dat ze de vogeltjes trainen door tegen de vogel te fluiten. Als de vogel reageert proberen ze een soort fluitgesprek te voeren en zodoende de vogel zoveel mogelijk te laten reageren. Ik wil ook een vogeltje.

De Surinaamse mus is de GrietjeBie. Hij heet zo omdat hij de hele dag “grietjebie” roept. Baudine vindt het geweldig. Ik leg Baudine uit dat ze in het Surinaams geen Baudine maar “Robkunje” had geheten. Dat vindt ze geen leuke grap. Ik wel.

We zijn gisteren de Commewijne rivier opgevaren en liggen nu bij Plantage Frederiksdorp. Het is er prachtig maar worden lek gestoken door de muggen. Heb je net lekker gezwommen of gedoucht  dan kun je je weer insmeren met een lokaal gif zodat de schade enigszins beperkt blijft. Het Nederlandse Deet heb je niet veel aan. Je moet van die duistere lokale flesjes hebben.

This is sailing yacht Bojangles. Out!