Maandelijks archief: februari 2017

Breaking news

Ik word vroeg wakker. Het is effe over zessen en de dageraad wordt zichtbaar. Ik spring m’n bed uit want ik hoor de vissers vertrekken richting zee. Baudine ligt nog lekker te slapen dus kan ik mooi een tonijn gaan vangen. Snel pak ik alle spullen bij elkaar, zet een kop koffie en trek een T-shirt aan. Net als ik in de dinghy wil stappen verschijnt het wakend oog in de kajuitingang. “Wat ga je doen?” “Ik ga met de vissers mee een tonijn vangen.” “Neem de handmarifoon mee en zet ‘m op 77.” “Goed plan schat, geef me ook nog even de jerrycan met benzine aan.” “Het is wel erg vroeg zeg.” “Ja, ik weet het, maar voor tonijn moet je vroeg zijn. Dat doen de vissers ook.” “Ga je niet te ver de zee op?” “Nee, het is nu windstil en ik ga niet voorbij de bocht.” “Ik vind het maar niks.” “Ga nou maar lekker weer je bed in dan zorg ik voor een tonijn en haal meteen m’n kreeftenkooi op. Doei.”

Ik stap in m’n 2,4 meter dinghy en start de motor, een 2,5 Pk Suzuki, en sluit aan bij de uitvarende vissers. Zij varen allemaal in een forse houten sloep met voor een hoge steven en achter een 75 Pk buitenboordmotor. Ze zullen wel denken denk ik maar zij moeten er 10 vangen en ik maar één.

Enigzins achterop geraakt kom ik een kwartier later waar de vissers de bocht omgaan en besluit rechtdoor de zee op te varen. Dan kan Baudine me in ieder geval blijven zien. Het is vrijwel windstil dus er staat slecht een lichte glooiing en voor de zekerheid wil ik de benzine weer aanvullen tot vol zodat ik geen vuil in de motor krijg en de motor ermee stopt. Ik zet de motor uit, verwijder de kap van de buitenboordmotor, draai de brandstofdop er van af, zet de slurf op de jerrycan met benzine en vul de tank bij. Zo, nog even de dop van de jerrycan erop en dan gaan we die tonijn ophalen.

Dan gebeurt het. Ik hoor vlakbij een gorgelend, blazend geluid en kijk meteen in de goede richting. Op 3 meter naast de dinghy staat een rug boven het zeewater die minstens twee keer zo groot als de dinghy zelf is. Op de rug zitten vlekken en zeepokken, een soort driehoekachtige rugvin en daarvoor komt het blazende geluid weg. M’n hart stopt er bijna even mee en gaat even later verder bonzend tot in m’n keel. Ik denk: “Dit is niet okay!” en moet de paniek zien te onderdrukken. “Gooi de jerrycan niet om. Draai de benzinedop er op. Doe het rustig want anders lukt het niet.” Het beest is inmiddels weer ondergedoken. Ik hou m’n zenuwen in bedwang en als ik de motor weer wil starten zie ik ‘m weer boven komen. ‘Het heeft een bocht gemaakt en zit nu op een meter of vijftien voor me. Ik start de motor, maak een U-turn en geef dan vol gas. Ik besef me ineens dat m’n 30 meter lange lijn nog uitstaat. “Wat als het beest hapt?” Ik pak m’n mes uit de ton en ben gereed om het door te snijden. Ik vaar in een rechte lijn naar de dichtstbijzijnde oever maar dat is best een eind. Ondertussen kijk ik angstvallig om me heen of ik word gevolgd. M’n hart bonst nog steeds in m’n keel. Als ik halverwege ben komt er iets meer rust in de tent. Dit was niet zo’n goed plan Rob. Ik wil Baudine oproepen via 77 maar de batterij van de handmarifoon is leeg. Wederom, niet zo’n goed plan Rob. Ik vaar terug langs de kustlijn en pik m’n kreeftenkooi op. Ik durf ternauwernood m’n hand in het water te steken om de kooi omhoog te trekken. Wat een beest!

Terug bij Bojangles vertel ik het verhaal aan m’n veiligheidsofficier en maak een schets van hetgeen boven water kwam. Gewapend met de tekening ga ik naar de visafslag aan de kant. Bij de eerste de beste groep vissers laat ik de tekening zien en doe ik het verhaal. Ze zijn het er allemaal over eens. Het is een whaleshark. Volstrekt ongevaarlijk, eet plankton en af en toe een inktvisje. Gelukkig bekennen de mannen dat ook zij bij hun eerste ontmoeting best bang waren. Het is immers geen klein beestje. Trost verlaat ik de visafslag en ga terug naar Baudine. De dag is nog lang, wie weet wat er nog komen gaat.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Vliegles

Morgenochtend vertrekken we naar Englishman’s bay. Het is een tocht van 10 mijl, dus een kippeneindje. We gaan samen met de Bluenose en de Freya en de tocht staat in het teken van tonijnen trekken. Ik heb alle voorbereidingen getroffen,vislijnen zijn op orde, de hengels staan klaar en er is plek in de ijskast en vriezer vrijgemaakt.

We hebben het de laatste dagen serieus druk. Ik ga met Henk van de Bluenose een dag naar Trinidad, Port of Spain. We moeten om 3:30 uur klaarstaan voor de Maxi-Taxi naar Scarborough, van daar met de ferry naar Trinidad en dan weer de taxi naar Budget Marine. Enfin, om 11:00 uur lopen we er naar binnen om 3 uur later weer de terugtocht aan te vangen en om 22:15 uur weer terug te zijn op de boot. Vijftien uur reizen om een paar boodschappen te doen. We zijn behoorlijk gesloopt maar hebben alle spulletjes die we nodig hebben.

De volgende dagen staan in het teken van reparaties van de zeereling, toplicht en marifoon. Verder vermaken we ons met zwemmen en snorkelen, borrelen op het strand en tonijn en lobster eten. Nee, het is hier geen straf in de Pirates bay op Tobago. Er hangt een heerlijke sfeer. Het weer werkt goed mee met gemiddeld 28 graden lucht en zee temperatuur.

Met Grietjebie gaat ondertussen alles prima. Ik geef haar haar eerste vlieglessen. Ik leg de theorie uit en we kijken samen naar een paar afleveringen van aircrash investigation. Op een zeker moment heb ik de indruk dat ze klaar is voor de praktijk. Ik leg de resultaten vast voor verdere bespreking. Eerst taxiën we naar de startbaan en kijken we of de lucht vrij is. Indien ready to take-off gooien we los en vliegen we rustig door de kooi om vervolgens veilig te landen op het volgende stokje. De vlucht ziet er nog wat onstuimig uit maar het is een kwestie van weken dat ook dat feilloos gaat. 

De ochtend van vertrek naar Englishman’s bay is nog even stressen. Er is uitsluitsel over de reparatie van de schade maar nog geen formele bevestiging. Het telefoonnetwerk heeft het begeven en contact is noodzakelijk. Met de dinghy ga ik aan wal om wifi te zoeken. Na enig gedoe lukt het en kan ik mailen. We krijgen groen licht en kunnen vertrekken.

Ondanks 3 lijnen met heerlijke rubberen inktvissen willen de tonijnen niet bijten. Ook de Bluenose en de Freya vangen bot. We halen teleurgesteld de lijnen in en varen de baai in op zoek naar een ankerplaats. Da’s niet heel moeilijk want er ligt één klein motorbootje en voor de rest niemand. Na een kwartier liggen we alle drie goed, duik ik het water in en zwem naar het strand. Halverwege twijfel ik want het is best een stuk zwemmen en ik lig nu al op apegapen. Omdat het qua afstand niet meer uitmaakt ga ik door en niet veel later word ik door de enorme branding op het strand gesmeten. Landen met de dinghy is uitgesloten. Ook Mark komt zwemmend het strand verkennen en komt ook gesloopt aan. We rusten even uit, bepalen de landingsstrategie en zwemmen dan weer terug.

Englishman’s bay

We gaan op de roeispaan met twee dinghy’s naar het strand. Iets voor de lijn waar de golven breken gooien we onze ankers uit en zwemmen het laatste stuk. Het is best veel moeite maar de beloning is er ook. Een paar jaar geleden stond Englishman’s bay in de top tien van mooiste stranden ter wereld en dat kunnen we ons wel voorstellen. Een mooi strand met palmbomen, een behoorlijke branding, pelikanen die overzoeven en met een duikvlucht zich te goed doen aan vissen, azuurblauw water en een drietal zeiljachten ter completering van het uitzicht. We bouwen met Coen aan een zandkasteel en rennen af en toe het water in. Niks moet, alles mag.

De Bluenose naast ons voor anker

Aan het eind van de middag gaan we terug en nemen afscheid van Suzanne, Mark en Coen. De Freya gaat die avond nog verder en we zullen elkaar niet meer ontmoeten met onze boten. Zij gaan verder de Carieb in, wij naar Trinidad voor reparaties. Het is even slikken. We hebben elkaar in de Spaanse Ria’s ontmoet en konden het erg goed met elkaar vinden. We mochten op Coen passen, hebben ‘m leren pinkelen, voelden ons een beetje opa en oma en hebben heerlijke dagen en avonden met elkaar gehad. We gaan ze missen.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Alive and kicking

Langzaam kruipen we richting Tobago. Het is de laatste nacht en we moeten nog zo’n 50 mijl. Morgenochtend vroeg zullen we ons anker uitgooien in een staalblauwe baai met witte stranden. Wat een vooruitzicht. Dat hebben we ook wel nodig ook want op dit moment is het afzien. We rollen onophoudelijk omdat wind en golven haaks op de boot staan. We hebben soms meer dan 40 knopen wind hetgeen 8 a 9 Bft betekent. Nee, dit is absoluut geen pretje.

Op vrijdagochtend vertrekken we. Samen met de Bluenose maken we nog een ereronde langs de Nederlandse schepen. We zeggen iedereen gedag en krijgen succes teruggewenst. Dan varen we stroom mee de Surinamerivier af naar zee. Bij de monding begint het gedonder. Verschillende stromingen, een veel hardere wind dan voorspelt en Bojangles is een speelbal geworden. Ook de Bluenose stuitert alle kanten op. Na twee tonnetjes op open zee houden we het voor gezien. We keren om en gaan terug naar Domburg. Die avond liggen we tegen wil en dank weer op het vertrouwde stekkie op de Surinamerivier.

Ik haal nieuwe weerberichten op en ga in conclaaf met Henk. Er is een kort window waarbinnen we kunnen oversteken naar Tobago. Golven overwegend van 2,5 meter en de wind beperkt tot kracht 5 Bft. Alleen de laatste dag wordt zwaar. De consequentie is wel dat we dan wel vanavond nog weg moeten. Henk stemt in, nu de dames nog. Het zijn geen makkelijke keuzes want we weten alle vier hoe zwaar het kan zijn en we moeten ook nog langs Venezuela waar al berichten van piraterij zijn. Eén probleem met de motor van de Bojangles en we kunnen het shaken. Ook de dames stemmen in en nog diezelfde avond varen we weer de Surinamerivier af. Omdat we iets voor de kentering al zijn vertrokken hebben we bij de monding een sterke stroom mee naar buiten. Met 4 knopen stroom mee worden we Suriname uitgespuugd en gaan op weg naar Tobago.

Vier nachten en drie dagen lang pruttelt de motor. Al snel valt de plotter uit en ruiken we een brandlucht. Ik ga op onderzoek uit maar kan het niet vinden. M’n conclusie is dat we kortsluiting maken bij de afgeknipt stroomdraden die door de mast naar het toplicht of de radardome liepen. Ik kan er niets aan veranderen, we zullen het ermee moeten doen. Iedere dag vullen we diesel weer aan tijdens het varen. Baudine maakt zich zorgen over wat er allemaal mis kan gaan en ook ik moet er niet aan denken als de motor ermee stopt. Ons enige verzetje is dat we weer water kunnen maken en op het achterdek kunnen douchen. We zijn blij als we vroeg in de ochtend de contouren van Tobago zien maar zien dan ook hoe enorm hoog de golven zijn waarin we varen. De Bluenose vaart zo’n 150 meter voor ons en het ene moment verdwijnt ze volledig om vervolgens weer op te duiken. De golven slaan imposant te pletter op de rotskust van Tobago. Dat kunnen we al vanaf ruime afstand zien. Het laatste stuk moeten we tussen Tobago en een klein eiland ten noorden van Tobago doorvaren. De kaart zegt dat het 500 meter breed is. De stroming van 3 knopen zuigt ons naar binnen. Wederom, als nu de motor stopt zijn we de sigaar.

De aankomst in Pirates Bay op Tobago is emotioneel. We vallen Joke en Henk in de armen en er vloeien tranen. Wat zij hebben gedaan zullen we nooit vergeten. Zij hebben voortdurend ingehouden gezeild op hun genua om bij ons te blijven.

Dan gaan we samen op stap om in te klaren. Ook worden we lid van de plaatselijke bibliotheek zodat we Wifi hebben. Joke krijgt een 60+ pas, ik een standaard pas. Het verschil is dat als Joke de kaart verliest ze een gratis nieuwe krijgt. Ik niet. Tijdens het inklaren krijgen we even schrik als we op het formulier moeten aangeven hoeveel vogels we aan boord hebben. We vullen in : geen! Die middag komen de andere Nederlandse boten terug uit een andere baai en aan boord kijken hoe het met Grietjebie is. Wij vertellen onze sterke verhalen en serveren ceviche want o ja, onderweg heb ik ook nog een Mahi-Mahi van 1,3 meter gevangen.

Het gaat niet goed met de zangkunsten van Grietjebie. In Suriname hebben we de Rotie-CD een ochtend gespeeld en zag je Grietjebie verwoede pogingen doen om mee te zingen. Het begin was er. Dat zingen is erg belangrijk want volgens Ryan is een goed zingende vogel veel geld waard. We zorgen dus goed voor ons golden ticket want we willen deze zilvervloot veilig stellen. Grietjebie is zo gezegd een diepte investering. Maar nu, na 4 dagen non-stop motoren, zit ze de hele dag: PrrrrrRRRRRrrrrrrRRRRrrrrrrrr, PrrrrrRRRRRrrrrrrRRRRrrrrrrrr. Hetgeen verdacht veel lijkt op het geluid van een Yanmar 55 Pk dieselmotor.

This is sailing yacht Bojangles. Out!