Maandelijks archief: november 2017

Los Roques

Eindelijk na een volle week Los Roques zijn we gewend aan de ongelofelijke pracht en praal van deze eilanden. Hoe mooi en simpel kan het leven zijn. Witte stranden en een zee die gedurende de dag alle tinten blauw te voorschijn tovert. Een restaurant, gemaakt van wat hout en een bladerdak, waar je verschillende verse visgerechten kunt krijgen en het kost ook nog eens allemaal niks. Voor tien dollar heb je een voor- en hoofdgerecht en tik je de ene na de andere mojito naar binnen. Dit is by far de beste plek waar ik ooit ter wereld ben geweest. 

Even na het middaguur lichten we het anker, maken een ereronde langs de kade van Bonaire met de Nederlandse boten, hijsen het zeil en zetten we koers richting Archipelagos Los Roques. We moeten een nacht doortrekken en verwachten de volgende ochtend om een uur of tien aan te komen op het eerste eiland. Vlak voor zonsondergang vang ik drie Bonito’s die ik meteen fileer. Alles verloopt verder goed en we kunnen weer eens uitgebreid de sterrenhemel bewonderen want er is geen maan. Als we inderdaad in de loop van de ochtend aankomen kijken we onze ogen uit. We varen een soort atol binnen en moeten op basis van eyeball navigatie naar de ankerplek. Er is verder niemand en een kwartier later liggen we in het helblauwe water te spartelen. We gaan weer terug naar Bojangles voor de lunch en Baudine serveert de rauwe Bonito filets op een broodje met een lekker sausje. Als we het te warm krijgen springen we het water in en de zonsondergang bekijken we al borrelend vanaf ons voordek. Wat een feest.

De volgende dag gaan we op zoek naar een ander eiland. We komen uiteindelijk uit bij een baai waar nog twee andere zeilboten liggen. Een Nederland schip, de Sea Ya, van Rudy en een Noors schip, de Free Now, van Stig en Liap. We maken kennis met ze en Rudy vraagt of we ook mee uit eten willen. “Gaan we doen Rudy.” Het diner start om twee uur ’s middags en het restaurant ligt recht voor ons aan de kant. Ik kijk nog eens goed maar kan niet iets ontdekken dat op een restaurant lijkt. Okay, we zien het wel. “Nog één ding” zegt Rudy, “je moet je eigen drank meenemen naar het restaurant.”

We trappen af met ceviche van conch. Een conch is zo’n grote geëmailleerde schelp die iedereen in de jaren zeventig op z’n dressoir had staan. Al snel volgt een bord met stukjes barracuda gemarineerd in olijfolie. Heerlijk. De borden met ceviche en barracuda worden nog een paar keer herhaald en dan volgen de oesters. Ook deze zijn zalig. Eigenlijk is het wel goed zo, ik zit best vol. Dan komt Eduardo plotseling aan met een grote schaal met vijf grote kreeften. Ook deze smaken prima en iedereen doet z’n best om ‘m helemaal op te eten. We zitten echt nokkie vol als we aan het einde van de avond aftaaien naar onze boten. We spreken met Eduardo af dat we de volgende middag gaan vissen en hij ons de kneepjes leert.

Eduardo komt met stalen onderlijnen aanlopen en rijgt er levend aas aan. Okay, we zijn nogal wat van plan. Even later stuiteren we met twee 150 Pk motoren over het water. Eduardo heeft twee hulpen in de huishouding meegenomen en zij turen over het water op zoek naar vogels. Daar waar de vogels laag boven het water zijn zit de vis. De hengels zijn klaar voor gebruik aan de achtersteven. Dan zien we de vogels en koersen er op af. Het aas zit aan haken zo groot als mijn hand en wordt uitgezet. Ik heb ook een lijn met drie haken en een klepper meegenomen. Uit beleefdheid wordt ook mijn lijn over boord gezet en bengelt een meter of tien achter één van de motoren. We zien het water kolken van de vissen en de vogels duiken het water in. Er wordt flink gegeten zo te zien. Eduardo stuurt de sloep door de vissen heen en meteen begint de hulp te schreeuwen. Hij heeft mijn lijn in z’n handen en heeft beet. We trekken een flinke geelvin tonijn de boot in en gaan opnieuw op zoek naar vogels. Bij de tweede kolk zit echt een belachelijk groot beest. We zien niet wat het is maar een meter of acht is ie toch wel. Wederom heeft m’n lijn direct weer beet. Dit keer zitten er drie tonijnen aan. Ook één van de hengels van Eduardo gaat af. De stalen onderlijn wordt in tweeën gebeten. We herhalen de procedure nog een paar keer en telkens springen er één of meer tonijnen aan m’n lijn. Ik ben de koning te rijk en we hebben veel lol over dat rare kleppertje. Waar heb je ‘m gekocht? We gaan ‘m namaken. Eenmaal terug fileren we de tonijnen en eten we verse zelf gevangen tonijn.

 

We verzetten onze bakens naar het hoofdeiland. Op Gran Roque ligt een klein vliegveld waar de Venezolanen met kleine propeller vliegtuigjes worden ingevlogen. Vandaaruit gaan ze per boot verder naar hun verblijf op één van de eilanden. Een andere optie is dat ze met een megajacht vanaf het vaste land overvaren. Wij gaan inklaren en moeten een zestal instanties af. Over corruptie doen ze hier niet moeilijk. De officier van immigratie geeft aan dat we, naast de parkopzichter, hem ook moeten betalen voor het nationale park. Twintig dollar. Baudine en ik voeren ons toneelstukje weer op dat we geen twintig dollar hebben; we hebben er slechts vijftien. Dat is ook goed. De betaling aan de parkopzichter moet in Bolivar. Er moet geld worden gewisseld. Dat kan bij de lokale drogist. Voor een dollar krijgen we 30.000 Bolivar. Met een plastic tas vol geld lopen we even later naar de kassa van de parkopzichter. Ook krijgen we de bankpas van de drogist mee. Het tellen van al het geld neemt veel tijd in beslag en om dat in te korten betalen we hem in dollars en dan pinnen ze het bedrag in Bolivars van zijn rekening. De grap is dat de dame bij de kassa de pincode weet en de betaling doet. We brengen de bankpas weer netjes terug en zijn officieel ingeklaard. ’s Middags worden we uitgenodigd voor een Thaise lunch bij Stig en Liap. ’s Avonds vestigen we een record mojito drinken want een mojito kost nog geen 50 cent.

Fris en fruitig staan we de volgende ochtend op en vertrekken naar een ander atolachtig eiland. Rudy ligt er al en loodst ons met de dinghy over het rif. Het is er belachelijk mooi. We pakken de snorkelspullen en gaan op pad.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Tonijn

“Sukkelllls” zeg ik naar de mening van Baudine net iets te hard als we langs de lange wachtrij van de KLM bagage drop off lopen. Wij lopen via de priority lane want wij hebben Baloe. Baloe is de vriendin van Romy en haar vader vliegt zoveel dat ook wij een keer dat bijzondere gevoel mogen ervaren om geautoriseerd voor te dringen. Echt heerlijk. “Rob ssssssst! Niet zo hard.” Een paar mensen kijken ietwat geïrriteerd onze kant op maar dat maakt me niets uit. Ik ga toch niet vliegen. Mij zien ze niet meer.
De koffers krijgen een extra sticker zodat ze als eerste worden uitgeladen in Amsterdam. Het moet niet gekker worden. Ook hebben we wat bekijks omdat de twee dametjes maar liefst vijf koffers bij zich hebben. De waarheid hiervan is dat Baudine en ik zooi kwijt willen die we de halve wereld hebben meegetorst en nooit gebruiken. Weg ermee. We willen ons weer kunnen bewegen op de boot. Triomfantelijk loop ik weer terug terwijl ik ondertussen de rij naast ons nog eens rustig overzie. Het is tijd om afscheid te nemen want aan alles komt een einde. We gaan ze missen.

Baudine loopt gejaagd het parkeerterrein af richting de aankomsthal. De blauwe vogel met Romy en Baloe is twintig minuten eerder geland en ze wil niet te laat komen. Niet veel later komen de twee bleekscheetjes de hoek om en kunnen we knuffelen. We nemen ze mee naar Pirates Nest en pakken daar de dinghy richting Bojangles. We komen redelijk droog over. Even later zitten we aan de borrel en worden we bijgepraat over van alles en nog wat.

Na een dag strand nemen we de tweede avond de dames mee naar het aanstormend bejaarden diner. We pronken uitgebreid met onze schatjes maar die willen niet te laat naar huis in verband met hun jetlag. Eenmaal op de boot drinken we nog een slaapmuts en gaan bijtijds naar bed.

Baloe is voor de vierde keer op Curacao en weet goed de weg. We hebben een auto gehuurd en gaan achtereenvolgens naar de stranden van Porto Marie, Cas Abau en Karakter. Het is lekker weer. Warm met een goede bries. Er wordt volop gesmeerd en al gauw zit iedereen in hetzelfde ritme met wat kleur op de wangen. De planning is om de volgende dagen naar Klein Curacao te gaan. Ik offer me een dag op, zet de dames weer af op een prachtig strand en ga de boodschappen doen. We willen drie dagen en nachten blijven. Ook heb ik m’n licht opgestoken bij René van de Blue Spirit. René is een ervaren zeevisser en heeft volop tips over het vangen van tonijnen. Ik besluit al z’n adviezen op te volgen en moet behoorlijk investeren in m’n visuitrusting. M’n drie kippetjes kijken ondertussen reikhalzend uit naar de verse tonijn die ik ze belooft heb.

Romy en Baudine leveren de auto in en samen met Baloe maak ik Bojangles vaarklaar. Ik heb er zin in. Gewoon weer eens lekker zeilen. De verwachting is windkracht 3 Bft tegen en het is een 14 mijl varen naar Klein Curacao. Ik spreek met Bluenose af om eerst langs de kust omhoog te varen en vervolgens de zeilen te hijsen. Als we buitengaats komen is de wind toch sterker dan verwacht en motoren we in één keer door. Wel gaan onmiddellijk de vislijnen uit. Drie lijnen in totaal dit keer met negen haken. We moeten denk ik een fileer-straat inrichten want volgens René is het een gekkenhuis met de tonijnen hier.

Na een aantal mijlen begin ik te twijfelen aan het verhaal van René. Maar zet dat snel weer van me af. Het ligt waarschijnlijk aan het tijdstip. Tonijnen vang je bij zonsopkomst of zonsondergang en het is nu twaalf uur in de middag. We geven niet op maar als we aan het eind van de middag afmeren bij ons driedaagse paradijs hebben we niet één keer beet gehad. Gelukkig is het prachtig weer en gaan de dames aan land om te zwemmen en te fotograferen. Wij halen vlees uit de vriezer, kijken naar de zonsondergang en ’s avonds komen Henk en Joke aan boord BBQ-en. Kortom, een geweldige dag.

De volgende ochtend word ik wakker en kijk naar twee paar pret ogen en een camera lens. Ik slaap al een paar weken achter op dek in een hangmat en dat bevalt me prima. De uitslag van het zweten is weg en na het plassen hoef je niet door te trekken. Ik zie uitsluitend voordelen. Nadeel is dat iedere vorm van privacy weg is en je door twee aanstormende fotografes op de gevoelige plaat wordt gezet. Ze liggen samen blauw van het lachen. Omdat aanval de beste verdediging is zal ik ‘m hierbij zelf publiceren zodat we dat achter de rug hebben. De rest van de dag is helemaal top alleen de tonijn ontbreekt. We BBQ-en ’s avonds op het strand en ik spreek met Joke af om de volgende ochtend om zes uur alsnog de tonijnen binnen te gaan halen.

Met enige tegenzin sta ik vroeg op en zet een pot koffie. De rest van de boot is nog in diepe rust. Ik stap met m’n nieuwe visset de dinghy in en begin het setje uit te rollen. Er zitten drie rubberen inktvissen met haak aan een set. Bij het uitrollen moet je uitkijken dat de haak niet in je vingers of de dinghy komt want dat spul is echt scherp. Als de tweede inktvis achter de dinghy aanhuppelt ga ik door naar de de derde. Dan schiet ineens met een ruk de complete set uit m’n handen het water in. Ik denk bij mezelf “Dat was geen kleine vis. Ze hebben er zin. Ik heb mazzel dat ie niet in m’n vinger bleef haken.” Ik ga terug naar Bojangles en haal een nieuwe set. De kippetjes zijn inmiddels wakker en kijken vol verwachting. Ook Joke is uitgevaren. Na een kwartier heb ik beet maar voel meteen dat het geen grote jongen is. Als ik de lijn bijna binnen heb blijkt het een vliegende vis te zijn. Als ik dichterbij haal probeert ie uit het water weg te vliegen. Heb ik weer. Het is al met al een enerverende ochtend waarbij ik nog een set verspeel maar uiteindelijk zonder tonijn terugkom. De kippetjes beginnen wat te mokken over de beloofde tonijn. “Ja, ja, ik ga morgen wel weer.” Na het ontbijt trek ik m’n duikspullen aan om de onderkant van de boot schoon te maken. Met de lucht die ik nog over heb duiksnorkel ik met Romy en zien we een grote schildpad voorbij komen. Om 4 uur ’s middags vertrekken de commerciële boten weer en is het eiland voor ons alleen. ’s Avonds gaan we weer BBQ-en op het strand. We nemen tijdelijk afscheid van de Bluenose want die gaan door naar Bonaire. En passant worden de dames uitgenodigd door de turtlewatch voor de volgende ochtend. Ze gaan dan om 6 uur de nesten controleren en kijken of er nieuwe schildpad nesten bijgekomen zijn en waar deze liggen. Daar zeggen ze geen nee tegen.

 

Als ik de volgende ochtend wakker wordt is de Bluenose al weg en heb ik het rijk alleen. Ik ruim de boot op, doe de afwas en zet het ontbijt klaar. Om half tien komen de dames terug. Ze hebben een topochtend gehad en praten honderduit. Na het ontbijt maken we de boot zeilklaar en visgereed. Dit wordt ons tonijnmomentje. We gooien los en rollen de fok uit. Er staat een stevige windkracht zes. We zigzaggen voor de wind terug naar Curacao. We vangen naast een kleine Bonito een Barracuda van 90 centimeter die we teruggooien. Wederom een tonijnloze dag.

Vanaf het Spaanse Water worden weer de nodige stranden bezocht. Ook staat Willemstad op het programma. ’s Avonds gaan Baloe en Romy op stap en word ik ver na middernacht wakker van het gepruttel van de dinghy motor. Baloe slaapt de laatste week ook buiten. Het is binnen te warm. Om te plassen ga ik naar de voorpunt. Wat lang niet altijd meevalt. Eén van de laatste avonden gaan we naar de ComedyTrain. Ik heb wat twijfels of ze dat leuk vinden (en of ze de grappen begrijpen). Met Romy spreek ik af dat ik een seintje geef wanneer ze moet lachen en klappen. Het wordt een erg leuke avond met goeie humor. De meiden vinden het helemaal leuk.

Tja, en dan nu weer alleen. Baudine heeft op de weg terug van het vliegveld nog een traantje weggepinkt. Zodra het weer kan gaan we via Klein Curacao naar Bonaire om van daaruit wellicht via Las Roquas (eilandengroep Venezuela) naar Sint Maarten te varen. Maar niet nadat ik eerst René van de Blue Spirit een bezoek heb gebracht.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Overhurricanen

Daar zijn we dan weer. ’t Heeft even geduurd door internetproblemen, ons bezoek aan Nederland en het feit dat we best gezapig het hurricane season doorkomen. Maar het is weer eens tijd voor een blog.

Vlak voordat we naar Nederland vliegen zeilen we vanaf Bonaire naar het Spaanse Water op Curacao. Bonaire laten we met weemoed achter. Het is er goed toeven. Samen met de K’dans huren we een dag een auto en bezoeken het noordelijk gelegen natuurpark. Een paar dagen later gaan we met Harry en Ellen van de Zwerver een dag duiken bij Klein Bonaire. Het is er adembenemend mooi. Baudine blijft boven aan de snorkel terwijl ik langs een rif naar beneden afzak. Er ligt een stijl rif waar je als het ware voor kunt hangen en het rustig als een schilderij kunt bekijken. Naast de veelheid aan vissen komt er een murene voorbij en zien we een verdwaalde Baracuda. Het is allemaal even spannend.

Als we eenmaal het anker lichten en het Spaanse Water verlaten weten we dat we over niet al te lange tijd weer in Nederland zijn. Henk en Joke varen mee. Tien minuten voor de ingang bij Willemstad roepen we Fort Nassau op. “Of de Pondjesbrug een opening kan geven?” “Ja hoor, kom verder.” We strijken de zeilen en starten de motor. Als we op een meter of honderd zijn zien we de Pondjesbrug bewegen zodat we naar binnen kunnen. Aan de kant staan honderden toeristen die foto’s van ons maken en even voelen we hoe apart dit eigenlijk is. Dan gaat het gas er weer op en varen we verder naar Curacao Marine.

Taxi Tiger is iets te vroeg. Snel pakken we de laatste spullen en sluiten de boot af. Baudine spuit de bus met anti-insecticide leeg en ik sjouw de koffers naar Tijgetje. “Alles goed ScoobieDoo?” “Ja Tijgetje, alles is goed.” We kennen elkaar van eerdere tripjes. Hij stelde zich toen voor als Tiger en dus kon ik het niet laten om me zelf ScoobieDoo te noemen. Sindsdien zijn we Tijgetje en ScoobieDoo voor elkaar en is het tarief ook aangenamer.

De tijd in Nederland vliegt voorbij. Elke dag hebben we een stevig programma en in drie weken rijden we zo’n 2000 kilometer met ons geleende autootje van schoonmoeders. Het is superleuk om iedereen weer te zien. En toch komen we ook weer tijd te kort. Je wilt soms langer blijven of gewoon nog langer door kletsen. Wat is er allemaal gebeurd in de afgelopen anderhalf jaar? Wanneer kom je langs? Hoe gaat het met die kleine van je? En ga zo maar door.

Na drie weken vlieg ik weer terug en blijft Baudine. Ik weet dat ze het lastig gaat krijgen. Ze heeft moeite met afscheid nemen. Ik stap daar makkelijker overheen maar ben blij dat ze mijn tekorten aanvult. Het laatste weekend ben ik ietwat ziek en zo stap ik ook op het vliegtuig. Ik ben niet de enige. Om me heen wordt er wat af gesnotterd en ik hoor de mensen klagen.

Jos van de Jonathan heeft aangeboden me op te pikken van het vliegveld. We kennen elkaar niet en ik ben maar al te graag op z’n aanbod ingegaan. Als ik bij de kofferband sta te wachten krijg ik een sms van Jos. “Hoe herken ik je?” Ja Jos, dit is de kat op het spek binden, je kent me inderdaad niet. In gedachte heb ik mijn antwoord helemaal klaar maar besluit toch de gecensureerde versie terug te smssen. Ik ken Jos immers ook niet. Jos brengt me naar Curacao Marine en ik duik moe en ziekjes m’n bed in. Het is er bloedheet en ik slaap slecht die nacht.

Pas na drie dagen voel ik me weer wat beter om terug te varen naar het Spaanse water. Henk komt met het boodschappenbusje naar de marina en tegen het middaguur gooien we los. Het weerzien met de anderen op het Spaanse water is goed. Toch verstop ik me nog een dagje om bij te komen want het blijft pappen en nat houden. Het weer is ook behoorlijk anders dan voorheen. De wind is vele malen rustiger en het regent zo nu en dan behoorlijk. Het enige wat blijft is de warmte. Er gaan weer liters zweet doorheen en ook de lucht begint zich weer op te bouwen. Uitsluitend op de accu’s kan de grote ventilator’s nachts niet permanent aan. Dat kost eenvoudigweg te veel stroom. Alleen natuurlijke wind is het devies. Maar die is er ’s nacht nauwelijks.

Het oude strand bij de coaster is vervangen door het mondaine Barbara Beach. Menig middag varen we met de dinghy naar Barbara Beach om vervolgens in het water te gaan zitten, bier te drinken en af en toe een hapje door te krijgen. We praten over onze vaarplannen en de redenen om wel naar A en niet naar B te gaan. Als de zon ondergaat pakken we de boel in en dinghy-en terug naar de boot. Na een paar dagen begin ik Baudine te missen. Alleen is maar alleen en ik had niet verwacht dat ik er zo snel last van zou krijgen. Toch is het zo en ik zal blij zijn als ze er weer is.

De boot is aan kant en de meeste reparaties zijn gedaan. Bojangles is in topconditie. Aan het begin van de middag pak ik de bus naar Punda om vervolgens door te gaan naar het vliegveld. Baudine heeft ietwat vertraging en als de zon reeds ver onder is komen we aan op de boot. We zijn weer samen. Baudine heeft inderdaad een zware week gehad en heeft nog wat moeite om weer in het ritme te komen. Na drie dagen aanéén in de middag naar Barbara Beach te zijn geweest zit ze er weer helemaal in. Nog een paar weken en dan komen Romy en Baloe langs. We kijken ernaar uit.

Spaanse Water

Een week nadat Baudine is teruggekomen zit de klad er in. We zijn een beetje klaar met Curacao en willen weer verkassen. De wind is terug en het waait tussen de zes en zeven Beaufort. Boodschappen doen is een onderneming geworden want droog aankomen is uitgesloten. De uitjes naar Barbarabeach gaan gewoon door. Inmiddels hebben we mot met de bewaking van het terrein en dat is op zich best vermakelijk. Als we zondag’s met een man of dertig komen aanvaren met onze dinghies staan er 5 beveiligers te wachten. We gedragen ons als pubers en gaan om de beurt met 3 man de discussie met de beveiligers aan terwijl de rest doorborrelt in het water en hapjes eet. Zo houden we elkaar 3 zondagen bezig en komen dan tot een compromis. We mogen niet meer op het strand komen, wel op de steiger. De eerstvolgende zondag heeft iemand een opblaasbare floating bar bij zich. Echt geweldig. Wij bestellen er ook één. Nadat je ‘m hebt opgeblazen gooi je er ijs in, daar zet je je fles en je bier in en er omheen zitten uitsparingen voor je glas. Koeler kan bijna niet. Nog geen twee dagen later hebben we ons Oktoberfeste op hetzelfde Barbarabeach. Het is een doordeweekse dag en de beveiliging vindt het wel best zo. Met 2 BBQ’s sterk braden we worsten en drinken bier op het strand. Echt veel decadenter dan dit kan het niet worden.