Maandelijks archief: januari 2018

The Quill

Ik ben er goed in geworden. Snel en behendig laat ik het mes gaan. De truc is om ‘m stevig vast te houden en niet te voorzichtig te zijn. Met een paar korte incisies langs de poepert, de ingewanden er uit en dan met lange halen over de centrale graat heen. Vervolgens met een lap het vel er af trekken. Voor je het weet liggen er 4 mooie tonijnfilets. We hoeven niet meer na te denken over wat we eten. We starten met wat sashimi en gaan door voor de rare steak. Met uitzondering van de kop is er weinig restafval en wat er is gooi ik zoals altijd over boord. 

Meteen schieten er behoorlijk grote vissen onder Bojangles vandaan om de gratis maaltijd weg te slikken. Ik kijk er nog eens goed naar en concludeer dat het middelgrote haaien zijn, een centimeter of tachtig. Niet zwemmen dus of Baudine eerst laten gaan.

Na Saint Barth liggen we voor de kust van Eustatius. Er staat een redelijke swell en we zien de Bleunose heftig heen en weer bewegen. Vandaag staat de beklimming van de vulkaan op het programma. Ruim 600 meter omhoog naar de kraterrand van de Quill. We lopen nog even langs de benzinepomp omdat de buitenboordmotor moet worden bijgevuld. De pomp is buiten werking en een local genaamd Sofi, brengt me wel even heen en weer. “That’s why I am here for”. Okay, ik stap in en babbel met Sofi over het eiland. Ja, de krater moeten we zeker bezoeken. Het is er prachtig. “Hoelang ben je onderweg?” vraag ik.  Dat weet ie niet, hij is er nog nooit geweest. Maar hij raadt aan om ’s ochtends vroeg te starten en niet om 10:00 uur want het kan er behoorlijk warm worden. Ik begin me al wat zorgen te maken.

 

Eenmaal terug bij Baudine, Joke en Henk gaan we beginnen met de klim. Het is klokslag 10:00 uur. We moeten een lange weg richting de vulkaan volgen met net effe een te groot stijgingspercentage. Man wat een martelgang. De zon schijnt keihard en het zweet gutst uit al m’n poriën. Ik weet dan dat het vandaag afzien wordt want we zijn nog niet eens aan de voet van de vulkaan, meer bij z’n tenen. Bij het laatste huis, voordat we het bospad opgaan, worden we nog even begroet door een paar honden die een week geen eten hebben gehad. Snel passeer ik het hek terwijl de honden ervoor zorgen dat ik er stevig de pas in hou. “Ro-ob, neem je af en toe wel een foto?” “Ja schat, zodra het veilig is.”

Het bospad gaat onophoudelijk steil omhoog. Gelukkig heeft Baudine een rugzak gepakt met een fles water en nog 16 kilo aan troep die we alleen nodig hebben als het gaat sneeuwen. En uiteraard zit het allemaal op Rob z’n rug. Dan staat de groep plotseling stil. ik krijg de kans om bij te trekken. Er ligt een slang op het bospad. Henk ging er bijna op staan. “Ro-ob, foto.” “Tuurlijk schat, misschien is het leuk als jullie er samen op gaan.” “Grapjas.” Als de slang verder het bos in is gaan we verder. Na een tijdje komen we een informatiebord tegen. Het is niet het eerste bord en we grijpen de gelegenheid steeds aan om alle informatie zogenaamd te lezen terwijl we ondertussen naar adem happen. Als m’n hersenen weer voldoende zuurstof hebben en in staat zijn de beelden van m’n ogen helder door te geven zie ik een afbeelding van de slang die we zojuist hebben gezien. De tekst geeft aan dat de slang op een internationale lijst van levensgevaarlijke beesten staat. Absoluut vermijden. Okay, het is dus best slim om achteraan te lopen. Het informatiebord vermeld verder dat de vulkaan ook de habitat van de tarantula is. Die zitten in de bomen. Gerustgesteld lopen we weer verder. 

De informatieborden laten ook zien hoever de reis al vordert door met een pijl “You are here” te tonen. En hoe conservatief ik ook probeer te schatten, iedere keer zit ik er naast. We zijn nu op tweederde van de vulkaan. Daar waar de knik zit en de toeter recht omhoog gaat. Het stijgingspercentage neemt exponentieel toe. Man, wat een ellende. Als we na een uiterste krachtinspanning eindelijk bij het panoramapoint zijn aangekomen zien we een groen dal vol met bomen. Je kunt vanaf hier naar de mond van de vulkaan door weer 350 meter af te dalen. Ik zie er het nut niet van in. De bomen die daar groeien, groeien hier ook. Gelukkig is de groep het met me eens. We rusten nog even uit, maken wat foto’s en keren weer terug naar beneden. We trotseren een tweede slang en ik krijg van Baudine op m’n donder omdat ik me tijdens het dalen aan boomstammen vasthou. “Kappen, straks heb ik een tarantula in m’n nek.” 

Met enige trots komen we weer beneden en vullen bij de lokale chinees de vochthuishouding aan met water. ’s Middags gaan we met Henk en Joke borrelen en bespreken de vervolgplannen. De Bleunose gaat door naar Nevis en Kitts en wij bezoeken de volgende dag Oranjestad. We willen de dag daarop via Saba terug naar Sint Maarten. Over ruim een week komt moeders weer langs en we moeten nog een boel klussen doen. 

Oh, ik zou het bijna vergeten. We hebben onze eerste aardbeving meegemaakt. Op Saint Barth maken we een wandeling en terwijl we op een behoorlijk steil stuk lopen hoor ik een zwaar gerommel. M’n eerste gedachte is: “zoho, dat is een behoorlijk groot vliegtuig”. Maar realiseer me dat dat niet kan op Saint Barth, daar landen alleen kleintjes. Meteen daarna schokt het beton waarop we lopen hard naar beneden. We kijken elkaar aan en hebben allebei zoiets van Oeps. Eenmaal beneden in Gustavia zoek ik op internet naar aardbevingen en blijkt dat Saint Barth er gemiddeld 30 per jaar te hebben waarvan 5 in de afgelopen maand. Is toch wel even een apart gevoel zo’n aardbeving.

Kerst en oudjaar hebben we op Saint Barth gevierd. Samen met een hoop proleten. Verslag volgt misschien de volgende keer want we gaan Saint Barth ook met moeders bezoeken. 

This is sailing yacht Bojangles. Out!