Los Roques

Eindelijk na een volle week Los Roques zijn we gewend aan de ongelofelijke pracht en praal van deze eilanden. Hoe mooi en simpel kan het leven zijn. Witte stranden en een zee die gedurende de dag alle tinten blauw te voorschijn tovert. Een restaurant, gemaakt van wat hout en een bladerdak, waar je verschillende verse visgerechten kunt krijgen en het kost ook nog eens allemaal niks. Voor tien dollar heb je een voor- en hoofdgerecht en tik je de ene na de andere mojito naar binnen. Dit is by far de beste plek waar ik ooit ter wereld ben geweest. 

Even na het middaguur lichten we het anker, maken een ereronde langs de kade van Bonaire met de Nederlandse boten, hijsen het zeil en zetten we koers richting Archipelagos Los Roques. We moeten een nacht doortrekken en verwachten de volgende ochtend om een uur of tien aan te komen op het eerste eiland. Vlak voor zonsondergang vang ik drie Bonito’s die ik meteen fileer. Alles verloopt verder goed en we kunnen weer eens uitgebreid de sterrenhemel bewonderen want er is geen maan. Als we inderdaad in de loop van de ochtend aankomen kijken we onze ogen uit. We varen een soort atol binnen en moeten op basis van eyeball navigatie naar de ankerplek. Er is verder niemand en een kwartier later liggen we in het helblauwe water te spartelen. We gaan weer terug naar Bojangles voor de lunch en Baudine serveert de rauwe Bonito filets op een broodje met een lekker sausje. Als we het te warm krijgen springen we het water in en de zonsondergang bekijken we al borrelend vanaf ons voordek. Wat een feest.

De volgende dag gaan we op zoek naar een ander eiland. We komen uiteindelijk uit bij een baai waar nog twee andere zeilboten liggen. Een Nederland schip, de Sea Ya, van Rudy en een Noors schip, de Free Now, van Stig en Liap. We maken kennis met ze en Rudy vraagt of we ook mee uit eten willen. “Gaan we doen Rudy.” Het diner start om twee uur ’s middags en het restaurant ligt recht voor ons aan de kant. Ik kijk nog eens goed maar kan niet iets ontdekken dat op een restaurant lijkt. Okay, we zien het wel. “Nog één ding” zegt Rudy, “je moet je eigen drank meenemen naar het restaurant.”

We trappen af met ceviche van conch. Een conch is zo’n grote geëmailleerde schelp die iedereen in de jaren zeventig op z’n dressoir had staan. Al snel volgt een bord met stukjes barracuda gemarineerd in olijfolie. Heerlijk. De borden met ceviche en barracuda worden nog een paar keer herhaald en dan volgen de oesters. Ook deze zijn zalig. Eigenlijk is het wel goed zo, ik zit best vol. Dan komt Eduardo plotseling aan met een grote schaal met vijf grote kreeften. Ook deze smaken prima en iedereen doet z’n best om ‘m helemaal op te eten. We zitten echt nokkie vol als we aan het einde van de avond aftaaien naar onze boten. We spreken met Eduardo af dat we de volgende middag gaan vissen en hij ons de kneepjes leert.

Eduardo komt met stalen onderlijnen aanlopen en rijgt er levend aas aan. Okay, we zijn nogal wat van plan. Even later stuiteren we met twee 150 Pk motoren over het water. Eduardo heeft twee hulpen in de huishouding meegenomen en zij turen over het water op zoek naar vogels. Daar waar de vogels laag boven het water zijn zit de vis. De hengels zijn klaar voor gebruik aan de achtersteven. Dan zien we de vogels en koersen er op af. Het aas zit aan haken zo groot als mijn hand en wordt uitgezet. Ik heb ook een lijn met drie haken en een klepper meegenomen. Uit beleefdheid wordt ook mijn lijn over boord gezet en bengelt een meter of tien achter één van de motoren. We zien het water kolken van de vissen en de vogels duiken het water in. Er wordt flink gegeten zo te zien. Eduardo stuurt de sloep door de vissen heen en meteen begint de hulp te schreeuwen. Hij heeft mijn lijn in z’n handen en heeft beet. We trekken een flinke geelvin tonijn de boot in en gaan opnieuw op zoek naar vogels. Bij de tweede kolk zit echt een belachelijk groot beest. We zien niet wat het is maar een meter of acht is ie toch wel. Wederom heeft m’n lijn direct weer beet. Dit keer zitten er drie tonijnen aan. Ook één van de hengels van Eduardo gaat af. De stalen onderlijn wordt in tweeën gebeten. We herhalen de procedure nog een paar keer en telkens springen er één of meer tonijnen aan m’n lijn. Ik ben de koning te rijk en we hebben veel lol over dat rare kleppertje. Waar heb je ‘m gekocht? We gaan ‘m namaken. Eenmaal terug fileren we de tonijnen en eten we verse zelf gevangen tonijn.

 

We verzetten onze bakens naar het hoofdeiland. Op Gran Roque ligt een klein vliegveld waar de Venezolanen met kleine propeller vliegtuigjes worden ingevlogen. Vandaaruit gaan ze per boot verder naar hun verblijf op één van de eilanden. Een andere optie is dat ze met een megajacht vanaf het vaste land overvaren. Wij gaan inklaren en moeten een zestal instanties af. Over corruptie doen ze hier niet moeilijk. De officier van immigratie geeft aan dat we, naast de parkopzichter, hem ook moeten betalen voor het nationale park. Twintig dollar. Baudine en ik voeren ons toneelstukje weer op dat we geen twintig dollar hebben; we hebben er slechts vijftien. Dat is ook goed. De betaling aan de parkopzichter moet in Bolivar. Er moet geld worden gewisseld. Dat kan bij de lokale drogist. Voor een dollar krijgen we 30.000 Bolivar. Met een plastic tas vol geld lopen we even later naar de kassa van de parkopzichter. Ook krijgen we de bankpas van de drogist mee. Het tellen van al het geld neemt veel tijd in beslag en om dat in te korten betalen we hem in dollars en dan pinnen ze het bedrag in Bolivars van zijn rekening. De grap is dat de dame bij de kassa de pincode weet en de betaling doet. We brengen de bankpas weer netjes terug en zijn officieel ingeklaard. ’s Middags worden we uitgenodigd voor een Thaise lunch bij Stig en Liap. ’s Avonds vestigen we een record mojito drinken want een mojito kost nog geen 50 cent.

Fris en fruitig staan we de volgende ochtend op en vertrekken naar een ander atolachtig eiland. Rudy ligt er al en loodst ons met de dinghy over het rif. Het is er belachelijk mooi. We pakken de snorkelspullen en gaan op pad.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

8 gedachten over “Los Roques

  1. Super mooi daar, zeg! Dat is nog eens wat anders dan Terschelling… Daar komen wij namelijk net vandaan. Windkracht acht en veel regen….. Gelopen tussen de buien door. Hebben steeds buienradar bekeken en soms klopte die, soms ook niet….
    Kan je toch beter daar bij jullie nat worden.
    Hartelijke groet, Marjolein

  2. Wat een prachtige omgeving, daar houden jullie het wel even uit en weer mooie foto’s Rob. het blijft leuk om alles te lezen wat jullie beleven.

  3. Heerlijk, wat hebben jullie een mooi leven. En al die mooie foto’s, prachtig. Ik hoop dat het nog lang zo blijft.

  4. Wat een plaats om te verblijven. Jullie hebben niet alleen een zwembad voor de deur je kunt er heerlijk eten en door je geld is ook niet heen te komen. Ik zie jullie al met een plastic tas met geld boodschappen doen.
    Geniet maar lekker van alles

  5. Ha die Carabiengenieters, het is niet eerlijk verdeeld in de wereld zien we. Wat een heerlijkheid. Wat is een klepper en hoe ziet hij eruit Rob? Heb je al zo’n mooie stoel op je achterdek mogen aanschaffen van Baudje? We willen meer van die mooie bijzondere vissen zien die jullie vangen? dan krijgen we beter beeld.
    Helaas, kan ik jullie al een week niet volgen op MT, waar ik jullie met de Bleunose nog op Bonaire zie zitten.
    Zelf heb ik mijn VB1 gehaald voor als we weer eens komen logeren, een kus van ons allen uit de Eemwijkstraat X Fred&Connie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *