The F word (moeders part VI)

Zo, eindelijk rust. Zes dagen stormt het onophoudelijk maar nu is de wind gaan liggen. Je wordt er moe van als het permanent hard waait. We hebben afwisselend tussen de 6 en 11 Beaufort over ons heen gehad waardoor je de hele tijd alert moet zijn. We liggen tenslotte gewoon met onze ketting aan het anker te zwaaien. Dan weer hellen we over bakboord, dan weer over stuurboord. En zo gaat het maar door. Als we iets van de kant moeten hebben gaat één van ons tweeën want de ander houdt de wacht op Bojangles en met z’n tweeën in de dinghy betekent sowieso een nat pak.

We zitten op de grond tegen een muurtje in de schaduw te wachten op moeders. De aankomst en vertrekhal is buiten gebruik als gevolg van Irma. In plaats daarvan heeft een kleine barak de functie overgenomen. We hebben er naar uitgekeken om een ronde langs verschillende eilanden te maken. Het vliegtuig is inmiddels geland dus het kan niet lang meer duren. Na een kwartier trotseren we de zon en snel daarna komt ze naar buiten met een grote grijns op haar gezicht. Ook moeders heeft er zin in. Toen ik een paar weken daarvoor door de telefoon opperde om weer eens langs te komen kreeg ik eerst smoesjes zoals druk, tandarts en meer van die belangrijke dingen. Maar al snel heeft ze een gaatje in de agenda gevonden en de vlucht geboekt.

Direkt de eerste ochtend lichten we het anker in Marigot Bay en zetten koers naar Saint Barth. We kunnen niet nog een dag wachten want de wind gaat toenemen en uit de verkeerde richting waaien. Nu hebben we alles mee. Het is prachtig weer en na een relaxte tocht gooien we het anker uit in Anse de Colombier, een prachtige baai aan de westkant van Saint Barth. ’s Avonds poffen we mais en aardappelen op de BBQ met een paar worsten. Daarna maak ik de bioscoop in orde en kijken we Indiana Jones. Ik zeg een topdag!

“Rob, stop! Dit kan echt niet. Je moeder verzuipt zo.”  “Zijn we er al bijna?”, klinkt het wat pruttelend achter de dinghy. “Nee mam, we gaan terug want we zijn nog niet eens op de helft.” Ondanks mijn zelf gefabriceerde drijfsteiger waar moeders aan hangt lukt het niet om naar het strand te komen. Zodra ik maar een beetje gas geef schiet ze onder water. We kunnen niet gewoon met de dinghy het strand op in verband met de branding. Het plan is om dus zo dichtbij mogelijk te komen en de laatste twintig meter te zwemmen. Hoe we weer terug gaan zien we later wel. Ook dit laatste helpt bij het afbreken van de missie. Het is makkelijker om een man op de maan te zetten dan je moeder op het strand. “Sorry mam, huisarrest.”

Na een paar dagen en nachten varen we de baai weer uit en gaan door naar de hoofdstad Gustavia. We checken in en bezoeken wederom de plekken die we met kerst en oud- en nieuw ook hebben aangedaan. Het is op en top genieten. Ook de wandeling gaat moeders goed af en dat is petje af want Saint Barth is echt steil. Als we zeiknat van het zweet weer op zeeniveau zijn duiken we de baai in en genieten van het warme zeewater. Daarna gaan we downtown borrelen. Wat een feest.

“Mam, om de hoek hangt een krijtbord met de WiFi code. Kun je die doorgeven?” Even wordt er gezocht maar al snel zie ik de ik-heb-het-gevonden blik. “ Gevolgd door “w”. “Hoofdletter of kleine mam?” “Hoofdletter W, kleine i, liggend streepje, hoofdletter F, kleine i.” “Ja mam, dat is het woord WiFi maar nu graag hetgeen er achter staat.”  Ik zie een kleine overpeinzing en dan kijkt ze me strak aan, “Dat komt niet in de blog hè?” “Nee hoor mam, maak je geen zorgen.” Ik download het weerbericht en zie niet veel goeds aankomen.

Nadat we zijn uitgecheckt gaan we terug naar de baai van Colombier. We willen er overnachten en de volgende dag richting Anquilla varen. Voor het gemak pakken we een mooring. ’s Nachts steekt er een behoorlijke wind op en we besluiten de volgende ochtend om de reis voorlopig uit te stellen. We liggen hier prima en kunnen zelfs met de dinghy naar het strand want er is geen swell. We hebben onze gezichtmaskers bij ons en leren moeders snorkelen. Na een minuut of vijf staken we de lessen want ze worden niet gewaardeerd. “Laat mij maar gewoon zwemmen.”

Die nacht komt de swell de baai in en wordt er behoorlijk aan de boeg van het schip getrokken. Omdat we aan een mooring liggen zit er in tegenstelling tot een ankerketting weinig vering in. Om 3 uur ’s nachts is het gekraak te hevig en ga ik gewapend met zaklamp naar de voorpunt. Aan stuurboordzijde is de voetrail geforceerd en deels kapot getrokken. Dit kunnen we niet zo laten gaan want dan gaat de lijn zeker stuk. Ook Baudine is haar bed uit en we proberen een tweede lijn vanaf bakboord te leggen. Ondertussen waait het keihard en neemt de golfhoogte toe. Ik moet proberen om de nieuwe lijn door het oog van de mooring te halen terwijl Bojangles heftig op en neer gaat. Dan gaat het mis. Ik let heel even niet op en m’n ringvinger komt klem onder de oude lijn terwijl Bojangles omhoog komt. Heel even doet het pijn, ik schreeuw het uit en dan is m’n vinger gevoelloos. Ik denk bij mezelf “die ben ik kwijt”. Baudine schrikt ook maar we hebben geen tijd voor EHBO, we moeten hier weg. Ik geef aan dat we voor anker gaan en los moeten. Ik ga naar achter de motor starten en Baudine moet ons los van de mooring gooien. Ik waarschuw haar nog een keer voor haar vingers en ga dan naar achteren. M’n vinger begint behoorlijk te kloppen en ik kan met rechts weinig doen. Moeders zit in de kuip. Met de zaklamp maak ik een scan van de omgeving achter ons. Er liggen veel moorings in de baai en wat we nu niet kunnen gebruiken is er één in de schroef te krijgen. De wind is aangetrokken naar standje acht, de motor loopt en ik heb m’n plan voor een korte ronde waarna het anker uit moet. Mislukken mag het niet want een kleine honderd meter verder liggen de rotsen. Ik geef Baudine het sein dat we los kunnen en laat de boeg naar stuurboord wegwaaien. Ondertussen schijn ik zoekend naar de mooring die we eerst moeten passeren alvorens ik de motor in z’n vooruit zet. Dat gaat goed. Ik draai de ronde en schreeuw naar Baudine of ze klaar is voor het anker. We horen elkaar niet maar ik zie haar heftig knikken. Ik geef behoorlijk gas om naar het ankerpunt te komen en gebaar met m’n arm dat ze het anker uit kan gooien. Snel laat Baudine een dertig meter ketting lopen. Ik hoef Bojangles niet in z’n achteruit te zetten. Dat doet de wind wel. Gespannen wacht ik op de ruk als teken dat het anker de controle over Bojangles overneemt. Zo niet dan moet het anker weer omhoog en ik Bojangles als de sodemieter tegen de wind in weg van de rotsen sturen. Ik zie gelukkig de voorpunt draaien en voel de gewenste ruk als de ketting onder maximale spanning staat. We liggen. Vijf minuten later liggen we weer in bed en vat ik snel de slaap weer. De dames liggen de rest van de nacht wakker.

De wind houdt een aantal dagen behoorlijk aan dus Anquilla moet wachten. We lezen veel, koken en spelen candy crush. Maar dan is het uiteindelijk zover, we gaan weer vertrekken want de omstandigheden zijn goed. Het wordt een prachtige tocht met hoge golven. Tegen zonsondergang lopen we Road Bay op Anquilla binnen. De volgende dag houden we een stranddag bij de strandbar van Dad en de dag erna staat de tocht terug naar Sint Maarten op het programma. We hebben dan nog bijna een volle week om met moeders Sint Maarten te bekijken.  

Ik loop de gitaarshop in Philipsburg naar binnen. We hebben het er kort geleden al een paar keer over gehad dus het is karma dat we tegen de winkel aanlopen. Een uur later loop ik dan ook met een gitaar op m’n rug trots over de boulevard. Zonder dat ik ook maar een noot speel of de gitaar überhaupt uit de hoes haal word ik door verschillende mensen aangesproken, krijg spontaan applaus of bier aangeboden. Er wacht me een gouden toekomst. Elvis kan het wel schudden, Kapitein Rob komt er aan.

We lopen Stig en Liab weer tegen het lijf. Zij hebben bezoek van Andy en zijn druk bezig om de boot weer op orde te krijgen. We spreken af om samen met Rudy weer een muziekavond bij ons aan boord te houden. En zo gezegd, zo gedaan zitten we een paar avonden later in onze bomvolle kuip een mengelmoes van Noors, Thais en Engels te brabbelen. De drank vloeit rijkelijk en de muziek staat lekker hard. Baudine en Liab praten bij, ik maak kennis met Andy en moeders kletst honderd uit met Stig. Na een half uur zijn moeders en Stig nog steeds in gesprek. Ondertussen zie ik haar de lucht boven haar hoofd omhoog drukken terwijl “Put your hands up for Detroit” door de boxen schalt. Stig gaat helemaal uit z’n panty en geeft m’n moeder twee duimen omhoog. We moeten om de beurt weer een nummer in de playlist zetten en na één kokette Katinka zeg ik tegen moeders dat we die niet steeds kunnen herhalen. “Zoek jij maar wat voor me uit!” “Doe’k mam.” Ik scroll door iTunes en zie “Fuck you” van Lilly Allen. Lijkt me een goede keuze waarmee Katinka voorgoed naar de achtergrond verdwijnt. Zodra Lilly het refrein inzet staat iedereen op en zingen we uit volle borst mee. Kortom, dikke lol. Helaas komt er ook aan deze avond weer een einde en twee uur ’s nachts gaan onze gasten bootwaarts. Het kost me weinig moeite om de slaap te vatten en ook de dames liggen al snel te ronken. De volgende ochtend vraag ik waarover ze het allemaal heeft gehad met Stig. Moeders antwoord dat hij onverstaanbaar is. “Je hebt een half uur met hem zitten kletsen” zeg ik verbijsterd. “Ja en hij spreekt slecht Engels.”

We huren nog een dag een auto om wat aan verlaat ramptoerisme te doen en dan is het weer tijd voor moeders om terug te vliegen naar Nederland. Dominique vaart met haar 15 pk mee naar de kant want de wind is weer opgestoken. Al snel hebben we de bus richting het vliegveld. Dit keer moeten we aan de linkerkant van de vertrek en aankomsthal zijn. Hier is een grote tent neergezet ter bescherming tegen regen en zon. Ook dit keer kunnen we niet mee naar binnen en is het afscheid abrupt en kort. Als de pakkerds zijn uitgewisseld en m’n moeder in de deuropening zich nog éénmaal omkeert roept ze hard zwaaiend “Fuck you!”. De stewardess kijkt verbaast onze kant op en wij liggen blauw van het lachen. We hebben weer een goede tijd gehad.

Vandaag is ze jarig. Ze wordt 78 jaar. “Mam, van harte gefeliciteerd.”    

 This is sailing yacht Bojangles. Out!

The Quill

Ik ben er goed in geworden. Snel en behendig laat ik het mes gaan. De truc is om ‘m stevig vast te houden en niet te voorzichtig te zijn. Met een paar korte incisies langs de poepert, de ingewanden er uit en dan met lange halen over de centrale graat heen. Vervolgens met een lap het vel er af trekken. Voor je het weet liggen er 4 mooie tonijnfilets. We hoeven niet meer na te denken over wat we eten. We starten met wat sashimi en gaan door voor de rare steak. Met uitzondering van de kop is er weinig restafval en wat er is gooi ik zoals altijd over boord. 

Meteen schieten er behoorlijk grote vissen onder Bojangles vandaan om de gratis maaltijd weg te slikken. Ik kijk er nog eens goed naar en concludeer dat het middelgrote haaien zijn, een centimeter of tachtig. Niet zwemmen dus of Baudine eerst laten gaan.

Na Saint Barth liggen we voor de kust van Eustatius. Er staat een redelijke swell en we zien de Bleunose heftig heen en weer bewegen. Vandaag staat de beklimming van de vulkaan op het programma. Ruim 600 meter omhoog naar de kraterrand van de Quill. We lopen nog even langs de benzinepomp omdat de buitenboordmotor moet worden bijgevuld. De pomp is buiten werking en een local genaamd Sofi, brengt me wel even heen en weer. “That’s why I am here for”. Okay, ik stap in en babbel met Sofi over het eiland. Ja, de krater moeten we zeker bezoeken. Het is er prachtig. “Hoelang ben je onderweg?” vraag ik.  Dat weet ie niet, hij is er nog nooit geweest. Maar hij raadt aan om ’s ochtends vroeg te starten en niet om 10:00 uur want het kan er behoorlijk warm worden. Ik begin me al wat zorgen te maken.

 

Eenmaal terug bij Baudine, Joke en Henk gaan we beginnen met de klim. Het is klokslag 10:00 uur. We moeten een lange weg richting de vulkaan volgen met net effe een te groot stijgingspercentage. Man wat een martelgang. De zon schijnt keihard en het zweet gutst uit al m’n poriën. Ik weet dan dat het vandaag afzien wordt want we zijn nog niet eens aan de voet van de vulkaan, meer bij z’n tenen. Bij het laatste huis, voordat we het bospad opgaan, worden we nog even begroet door een paar honden die een week geen eten hebben gehad. Snel passeer ik het hek terwijl de honden ervoor zorgen dat ik er stevig de pas in hou. “Ro-ob, neem je af en toe wel een foto?” “Ja schat, zodra het veilig is.”

Het bospad gaat onophoudelijk steil omhoog. Gelukkig heeft Baudine een rugzak gepakt met een fles water en nog 16 kilo aan troep die we alleen nodig hebben als het gaat sneeuwen. En uiteraard zit het allemaal op Rob z’n rug. Dan staat de groep plotseling stil. ik krijg de kans om bij te trekken. Er ligt een slang op het bospad. Henk ging er bijna op staan. “Ro-ob, foto.” “Tuurlijk schat, misschien is het leuk als jullie er samen op gaan.” “Grapjas.” Als de slang verder het bos in is gaan we verder. Na een tijdje komen we een informatiebord tegen. Het is niet het eerste bord en we grijpen de gelegenheid steeds aan om alle informatie zogenaamd te lezen terwijl we ondertussen naar adem happen. Als m’n hersenen weer voldoende zuurstof hebben en in staat zijn de beelden van m’n ogen helder door te geven zie ik een afbeelding van de slang die we zojuist hebben gezien. De tekst geeft aan dat de slang op een internationale lijst van levensgevaarlijke beesten staat. Absoluut vermijden. Okay, het is dus best slim om achteraan te lopen. Het informatiebord vermeld verder dat de vulkaan ook de habitat van de tarantula is. Die zitten in de bomen. Gerustgesteld lopen we weer verder. 

De informatieborden laten ook zien hoever de reis al vordert door met een pijl “You are here” te tonen. En hoe conservatief ik ook probeer te schatten, iedere keer zit ik er naast. We zijn nu op tweederde van de vulkaan. Daar waar de knik zit en de toeter recht omhoog gaat. Het stijgingspercentage neemt exponentieel toe. Man, wat een ellende. Als we na een uiterste krachtinspanning eindelijk bij het panoramapoint zijn aangekomen zien we een groen dal vol met bomen. Je kunt vanaf hier naar de mond van de vulkaan door weer 350 meter af te dalen. Ik zie er het nut niet van in. De bomen die daar groeien, groeien hier ook. Gelukkig is de groep het met me eens. We rusten nog even uit, maken wat foto’s en keren weer terug naar beneden. We trotseren een tweede slang en ik krijg van Baudine op m’n donder omdat ik me tijdens het dalen aan boomstammen vasthou. “Kappen, straks heb ik een tarantula in m’n nek.” 

Met enige trots komen we weer beneden en vullen bij de lokale chinees de vochthuishouding aan met water. ’s Middags gaan we met Henk en Joke borrelen en bespreken de vervolgplannen. De Bleunose gaat door naar Nevis en Kitts en wij bezoeken de volgende dag Oranjestad. We willen de dag daarop via Saba terug naar Sint Maarten. Over ruim een week komt moeders weer langs en we moeten nog een boel klussen doen. 

Oh, ik zou het bijna vergeten. We hebben onze eerste aardbeving meegemaakt. Op Saint Barth maken we een wandeling en terwijl we op een behoorlijk steil stuk lopen hoor ik een zwaar gerommel. M’n eerste gedachte is: “zoho, dat is een behoorlijk groot vliegtuig”. Maar realiseer me dat dat niet kan op Saint Barth, daar landen alleen kleintjes. Meteen daarna schokt het beton waarop we lopen hard naar beneden. We kijken elkaar aan en hebben allebei zoiets van Oeps. Eenmaal beneden in Gustavia zoek ik op internet naar aardbevingen en blijkt dat Saint Barth er gemiddeld 30 per jaar te hebben waarvan 5 in de afgelopen maand. Is toch wel even een apart gevoel zo’n aardbeving.

Kerst en oudjaar hebben we op Saint Barth gevierd. Samen met een hoop proleten. Verslag volgt misschien de volgende keer want we gaan Saint Barth ook met moeders bezoeken. 

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Toyboat

Het is zondagochtend en we liggen in Road Bay van het eiland Anguilla. Voor het eerst sinds lange tijd is het slecht weer. Het is zwaar bewolkt en van tijd tot tijd komt er een stevige bui over. We zitten buiten onder de bimini en Baudine heeft zich gestort op het poetsen van het roestvrij staal. Ondertussen luisteren we naar “Nooit meer slapen”, een podcast van Radio 1. Het voelt echt als een zondag, gewoon lekker lummelen en een beetje mijmeren. Gisteren hebben we hard gewerkt. Het was namelijk weer eens tijd om de pokken onder de boot te verwijderen en de schroef te checken. Baudine doet de zijkanten met de snorkel en ik duik onder de boot met de duikuitrusting. Er staat een voortdurende stroming en je moet behoorlijke blijven zwemmen om op eenzelfde plek te blijven. Na een uur of twee zijn we bekaf maar tevreden. Bojangles kan er weer even tegen aan.

Als maandagochtend iedereen in z’n auto stapt om te gaan werken springen wij in de dinghy om uit te klaren op Los Roques, Venezuela. De autoriteiten werken snel mee en een uur later zijn we terug op Bojangles. Klaar voor vertrek naar Sint Maarten. Als we anker op willen gaan komt de coast guard nog even langs. Ze willen aan boord komen. Met drie man sterk zitten ze even later in de kuip en stellen standaard vragen die ze invullen op hun checklist. Het heeft allemaal niet veel om het lijf. Als ze klaar zijn geeft Baudine ze onze standaard cadeauset, twee delftsblauwe klompjes aan een roodwitblauw lintje. Ze vinden het leuk maar wijzen ons er op dat het binnenkort kerst is en dat ze dorst hebben. We begrijpen de boodschap en leveren één fles rum in. Ondertussen zien we naast ons de “Free Now” van Stig en Liab hals over kop vertrekken en we weten waarom. Stig heeft z’n boot tot de nok toe vol geladen met drank omdat het hier nu eenmaal niets kost. Voor de goede orde, een fles rum kost een kleine twee dollar. De coast guard maakt aanstalten om achter ze aan te gaan maar laten het plan al snel weer varen. Als de “Free Now” uit het zicht is trekken wij ook het anker op en hijsen de zeilen. We verwachten een kleine vier dagen nodig te hebben om de Caribische zee over te steken en de laatste dag te moeten motoren om Sint Maarten te bereiken.

De tocht valt tegen. We varen een aandewindse koers en Bojangles maakt stevige klappers. De tweede nacht gaat het keihard te keer en ik heb nog geen vertrouwen in onze nieuwe mast en haar verstaging. We hebben een dubbel rif in het grootzeil en ook de fok is verkleind. Slapen is nagenoeg onmogelijk door de enorme klappers op het onderwaterschip. Tegen de ochtend zie ik dat de tweede reeflijn kapot is. We leggen Bojangles in de wind en leggen met twee korte lijnen een vast tweede rif. Tevreden zetten we weer koers en gaan verder. Dagelijks hebben we meerdere keren contact met Rudy via de marifoon. Diep respect voor hem want hij moet alles alleen doen. Rudy kan minder scherp aan de wind varen en loopt dus langzaam bij ons weg. Stig en Liab zijn al lang niet meer in beeld want met hun catamaran kunnen ze helemaal niet aan de wind varen. Van meet af aan sturen zij op Puerto Rico.

De derde dag valt me op dat we nog maar weinig drinkwater hebben en check ik het vloerpaneel. Waar ik al bang voor was is weer eens zo ver. De inhoud van de drinkwatertank staat weer eens in het onderwaterschip. Ik kijk op de gebruikelijke plek voor de oorzaak maar daar is alles in tact. Een speurtocht naar andere knelpunten levert niks op. Later blijkt dat de boiler het heeft begeven en aan vervanging toe is. Baudine begint met scheppen en een paar uur later is het onderwaterschip weer vrij van water. Ondertussen beukt Bojangles verder. Het is inmiddels duidelijk dat we het niet binnen vier etmalen gaan halen. Met nog 120 mijl op de klokken gaat de motor aan en draaien we de neus in de wind richting Sint Maarten. De wind neemt sterk af zoals voorspelt en eindelijk kunnen we wat slapen. De verwachte aankomsttijd wordt vrijdagnacht om 3:00 uur. We kijken ernaar uit.

In de middag horen we de Amerikaanse kustwacht de “Free Now” oproepen. Niet één of twee keer maar wel dertig keer. De Amerikanen hebben een sterke zender, de “Free Now” niet. We hebben ook niet de indruk dat ze reageren. Onze eerste reactie is dat Stig ergens vaart waar het niet mag en geen zin heeft om te antwoorden. Na een uur of vier maken we uit de Amerikaanse kant van het marifooncontact op dat de “Free Now” in de problemen zit. Ze hebben geen motor meer en drijven de verkeerde kant op. We hebben contact met Rudy via de satelliettelefoon. Hij zit op 5 uur varen van Stig en Liab en gaat ze helpen. Wij zitten op 11 uur afstand en varen door. Rudy meldt zich bij de Amerikaanse kustwacht en deze reageren met ietwat ongeloof. Are you really going to help? You are five hours away. Rudy bevestigt zijn plan en gaat.

Aan het begin van de avond zien we de contouren van Saba. Nog 45 mijl te gaan. Maar niet veel later slaat het noodlot weer toe. Ik zit in de kuip en hoor een harde knal. Even denk ik dat Baudine een deur dicht smijt maar dat is niet zo. De boot gaat niet meer vooruit. Ik kijk rond de boot in het donker en zie een paar ballen achter de boot. We liggen vast aan een visserskooi. Ik pak de lijn en deze is van dik nylon. Ik trek er een beetje aan en het resultaat is dat de motor uitvalt. De lijn zit in de schroef. Inmiddels is Baudine d’r bed uit en helpt ze met aan de lijn trekken terwijl ik de motor start en afwisselend in voor- en achteruit zet. De lijn schiet los maar voordat ik kan juichen zie ik dat de schroef vastgeknoopt in de lijn boven water komt. Oeps. Snel pak ik de schroef want die wil ik niet kwijt. Wat nu?

We hijsen de zeilen weer en met windkracht 1 a 2 gaan we verder richting Sint Maarten om daar pas in de middag aan te komen. Ouderwets gooien we de neus in de wind en laten het grootzeil vallen terwijl ook het anker uit gaat. Henk van de Bluenose begeleidt ons met de dinghy. Ankeren zonder motor kunnen we ook weer van de lijst strepen. Rudy heeft inmiddels laten weten dat hij de “Free Now” heeft gevonden en de motor heeft gerepareerd. Ze zullen een dag later aankomen op Sint Maarten. Hier eindigt onze werkweek en kunnen we voldaan het weekend in.

Sint Maarten ligt in puin. Het is ruim twee maanden na Irma maar overal zie je de schade. Huizen zonder pui en dak, gezonken boten, omgekeerde catamarans, schepen die volledig op de kant zijn gewaaid, een hotel waarvan alleen de betonnen muren zichtbaar zijn, het houdt niet op. Binnen in de lagoon ruik je het riool. De mensen zijn blij dat we er zijn. Aan de Nederlandse kant is er alweer sprake van opbouw, aan de Franse kant niet. Daar is het nog steeds een grote bende. Niets wordt opgeruimd, alles wordt op straat gegooid. We gaan een dag het eiland rond met de auto van Ton en Dominique van de True Blue en voelen ons ramptoerist. Als we ’s middags willen gaan lunchen weet Dominique een leuk restaurant. Als we aankomen op locatie ligt alleen de betonnen vloer van het restaurant nog op z’n plek. De rest is weg.

En toch hebben we het naar de zin op Sint Maarten. Groot pluspunt is het franse stokbrood en de grote supermarkten waar alles is te krijgen. We liggen voor anker in Simpson Bay en kopen onze nieuwe dinghy. Samen met de Bluenose zijn we als een kind zo blij en in de weer met ons nieuwe vervoermiddel. Na een paar dagen parkeert er een groot jacht een 500 meter achter ons. Ik zoek ‘m op op de AIS. De naam is “Eclipse”. Via internet blijkt dit het jacht van Abramovich te zijn. Als je tijd hebt moet je dit echt even opzoeken op internet want het is echt te belachelijk voor woorden. Abra heeft het voor een slordige 400 miljoen laten bouwen en toen hij laatst in Dubrovnik ging tanken moest er slechts één miljoen dollar worden afgerekend. Het schip biedt plek voor twee helicopters en heeft 70 man personeel. Ter vergelijking, Baudine heeft maar 1 man personeel. Ik bedoel maar. Een dag later komt er nog een behoorlijk groot schip aan. Het is de zogenaamde toyboat van de Eclipse. Omdat het natuurlijk niet prettig is om alle rondslingerende speeltjes ook nog eens aan boord te hebben is er een aparte toyboat waar de jetskies, speedboten, parachutes, floating bars en wat je zoal meer kunt verzinnen worden opgeslagen. Uiteraard heeft ook dit schip een heliplatform zodat Abra geen natte voetjes krijgt.

Na een kleine week waarin we iedereen bezoeken die ook maar iets van scheepsschroeven weet heb ik alle onderdelen weer compleet. We maken de duikuitrusting weer in orde en samen met Henk repareren we onder water de schroef van de Bojangles. Dat had ik twee jaar geleden toch echt niet gedacht. Het plan is om deze in te varen als we naar Anguilla varen en dan te controleren op frictie. 

De superjachten verzamelen voor kerst en oud en nieuw bij Saint Barth. Dat schijnt echt de place to be te zijn omdat het ene superjacht nog meer uitpakt met vuurwerk dan het andere. Ook wij hebben het plan om met de kerst in Saint Barth te zijn.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Los Roques

Eindelijk na een volle week Los Roques zijn we gewend aan de ongelofelijke pracht en praal van deze eilanden. Hoe mooi en simpel kan het leven zijn. Witte stranden en een zee die gedurende de dag alle tinten blauw te voorschijn tovert. Een restaurant, gemaakt van wat hout en een bladerdak, waar je verschillende verse visgerechten kunt krijgen en het kost ook nog eens allemaal niks. Voor tien dollar heb je een voor- en hoofdgerecht en tik je de ene na de andere mojito naar binnen. Dit is by far de beste plek waar ik ooit ter wereld ben geweest. 

Even na het middaguur lichten we het anker, maken een ereronde langs de kade van Bonaire met de Nederlandse boten, hijsen het zeil en zetten we koers richting Archipelagos Los Roques. We moeten een nacht doortrekken en verwachten de volgende ochtend om een uur of tien aan te komen op het eerste eiland. Vlak voor zonsondergang vang ik drie Bonito’s die ik meteen fileer. Alles verloopt verder goed en we kunnen weer eens uitgebreid de sterrenhemel bewonderen want er is geen maan. Als we inderdaad in de loop van de ochtend aankomen kijken we onze ogen uit. We varen een soort atol binnen en moeten op basis van eyeball navigatie naar de ankerplek. Er is verder niemand en een kwartier later liggen we in het helblauwe water te spartelen. We gaan weer terug naar Bojangles voor de lunch en Baudine serveert de rauwe Bonito filets op een broodje met een lekker sausje. Als we het te warm krijgen springen we het water in en de zonsondergang bekijken we al borrelend vanaf ons voordek. Wat een feest.

De volgende dag gaan we op zoek naar een ander eiland. We komen uiteindelijk uit bij een baai waar nog twee andere zeilboten liggen. Een Nederland schip, de Sea Ya, van Rudy en een Noors schip, de Free Now, van Stig en Liap. We maken kennis met ze en Rudy vraagt of we ook mee uit eten willen. “Gaan we doen Rudy.” Het diner start om twee uur ’s middags en het restaurant ligt recht voor ons aan de kant. Ik kijk nog eens goed maar kan niet iets ontdekken dat op een restaurant lijkt. Okay, we zien het wel. “Nog één ding” zegt Rudy, “je moet je eigen drank meenemen naar het restaurant.”

We trappen af met ceviche van conch. Een conch is zo’n grote geëmailleerde schelp die iedereen in de jaren zeventig op z’n dressoir had staan. Al snel volgt een bord met stukjes barracuda gemarineerd in olijfolie. Heerlijk. De borden met ceviche en barracuda worden nog een paar keer herhaald en dan volgen de oesters. Ook deze zijn zalig. Eigenlijk is het wel goed zo, ik zit best vol. Dan komt Eduardo plotseling aan met een grote schaal met vijf grote kreeften. Ook deze smaken prima en iedereen doet z’n best om ‘m helemaal op te eten. We zitten echt nokkie vol als we aan het einde van de avond aftaaien naar onze boten. We spreken met Eduardo af dat we de volgende middag gaan vissen en hij ons de kneepjes leert.

Eduardo komt met stalen onderlijnen aanlopen en rijgt er levend aas aan. Okay, we zijn nogal wat van plan. Even later stuiteren we met twee 150 Pk motoren over het water. Eduardo heeft twee hulpen in de huishouding meegenomen en zij turen over het water op zoek naar vogels. Daar waar de vogels laag boven het water zijn zit de vis. De hengels zijn klaar voor gebruik aan de achtersteven. Dan zien we de vogels en koersen er op af. Het aas zit aan haken zo groot als mijn hand en wordt uitgezet. Ik heb ook een lijn met drie haken en een klepper meegenomen. Uit beleefdheid wordt ook mijn lijn over boord gezet en bengelt een meter of tien achter één van de motoren. We zien het water kolken van de vissen en de vogels duiken het water in. Er wordt flink gegeten zo te zien. Eduardo stuurt de sloep door de vissen heen en meteen begint de hulp te schreeuwen. Hij heeft mijn lijn in z’n handen en heeft beet. We trekken een flinke geelvin tonijn de boot in en gaan opnieuw op zoek naar vogels. Bij de tweede kolk zit echt een belachelijk groot beest. We zien niet wat het is maar een meter of acht is ie toch wel. Wederom heeft m’n lijn direct weer beet. Dit keer zitten er drie tonijnen aan. Ook één van de hengels van Eduardo gaat af. De stalen onderlijn wordt in tweeën gebeten. We herhalen de procedure nog een paar keer en telkens springen er één of meer tonijnen aan m’n lijn. Ik ben de koning te rijk en we hebben veel lol over dat rare kleppertje. Waar heb je ‘m gekocht? We gaan ‘m namaken. Eenmaal terug fileren we de tonijnen en eten we verse zelf gevangen tonijn.

 

We verzetten onze bakens naar het hoofdeiland. Op Gran Roque ligt een klein vliegveld waar de Venezolanen met kleine propeller vliegtuigjes worden ingevlogen. Vandaaruit gaan ze per boot verder naar hun verblijf op één van de eilanden. Een andere optie is dat ze met een megajacht vanaf het vaste land overvaren. Wij gaan inklaren en moeten een zestal instanties af. Over corruptie doen ze hier niet moeilijk. De officier van immigratie geeft aan dat we, naast de parkopzichter, hem ook moeten betalen voor het nationale park. Twintig dollar. Baudine en ik voeren ons toneelstukje weer op dat we geen twintig dollar hebben; we hebben er slechts vijftien. Dat is ook goed. De betaling aan de parkopzichter moet in Bolivar. Er moet geld worden gewisseld. Dat kan bij de lokale drogist. Voor een dollar krijgen we 30.000 Bolivar. Met een plastic tas vol geld lopen we even later naar de kassa van de parkopzichter. Ook krijgen we de bankpas van de drogist mee. Het tellen van al het geld neemt veel tijd in beslag en om dat in te korten betalen we hem in dollars en dan pinnen ze het bedrag in Bolivars van zijn rekening. De grap is dat de dame bij de kassa de pincode weet en de betaling doet. We brengen de bankpas weer netjes terug en zijn officieel ingeklaard. ’s Middags worden we uitgenodigd voor een Thaise lunch bij Stig en Liap. ’s Avonds vestigen we een record mojito drinken want een mojito kost nog geen 50 cent.

Fris en fruitig staan we de volgende ochtend op en vertrekken naar een ander atolachtig eiland. Rudy ligt er al en loodst ons met de dinghy over het rif. Het is er belachelijk mooi. We pakken de snorkelspullen en gaan op pad.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Tonijn

“Sukkelllls” zeg ik naar de mening van Baudine net iets te hard als we langs de lange wachtrij van de KLM bagage drop off lopen. Wij lopen via de priority lane want wij hebben Baloe. Baloe is de vriendin van Romy en haar vader vliegt zoveel dat ook wij een keer dat bijzondere gevoel mogen ervaren om geautoriseerd voor te dringen. Echt heerlijk. “Rob ssssssst! Niet zo hard.” Een paar mensen kijken ietwat geïrriteerd onze kant op maar dat maakt me niets uit. Ik ga toch niet vliegen. Mij zien ze niet meer.
De koffers krijgen een extra sticker zodat ze als eerste worden uitgeladen in Amsterdam. Het moet niet gekker worden. Ook hebben we wat bekijks omdat de twee dametjes maar liefst vijf koffers bij zich hebben. De waarheid hiervan is dat Baudine en ik zooi kwijt willen die we de halve wereld hebben meegetorst en nooit gebruiken. Weg ermee. We willen ons weer kunnen bewegen op de boot. Triomfantelijk loop ik weer terug terwijl ik ondertussen de rij naast ons nog eens rustig overzie. Het is tijd om afscheid te nemen want aan alles komt een einde. We gaan ze missen.

Baudine loopt gejaagd het parkeerterrein af richting de aankomsthal. De blauwe vogel met Romy en Baloe is twintig minuten eerder geland en ze wil niet te laat komen. Niet veel later komen de twee bleekscheetjes de hoek om en kunnen we knuffelen. We nemen ze mee naar Pirates Nest en pakken daar de dinghy richting Bojangles. We komen redelijk droog over. Even later zitten we aan de borrel en worden we bijgepraat over van alles en nog wat.

Na een dag strand nemen we de tweede avond de dames mee naar het aanstormend bejaarden diner. We pronken uitgebreid met onze schatjes maar die willen niet te laat naar huis in verband met hun jetlag. Eenmaal op de boot drinken we nog een slaapmuts en gaan bijtijds naar bed.

Baloe is voor de vierde keer op Curacao en weet goed de weg. We hebben een auto gehuurd en gaan achtereenvolgens naar de stranden van Porto Marie, Cas Abau en Karakter. Het is lekker weer. Warm met een goede bries. Er wordt volop gesmeerd en al gauw zit iedereen in hetzelfde ritme met wat kleur op de wangen. De planning is om de volgende dagen naar Klein Curacao te gaan. Ik offer me een dag op, zet de dames weer af op een prachtig strand en ga de boodschappen doen. We willen drie dagen en nachten blijven. Ook heb ik m’n licht opgestoken bij René van de Blue Spirit. René is een ervaren zeevisser en heeft volop tips over het vangen van tonijnen. Ik besluit al z’n adviezen op te volgen en moet behoorlijk investeren in m’n visuitrusting. M’n drie kippetjes kijken ondertussen reikhalzend uit naar de verse tonijn die ik ze belooft heb.

Romy en Baudine leveren de auto in en samen met Baloe maak ik Bojangles vaarklaar. Ik heb er zin in. Gewoon weer eens lekker zeilen. De verwachting is windkracht 3 Bft tegen en het is een 14 mijl varen naar Klein Curacao. Ik spreek met Bluenose af om eerst langs de kust omhoog te varen en vervolgens de zeilen te hijsen. Als we buitengaats komen is de wind toch sterker dan verwacht en motoren we in één keer door. Wel gaan onmiddellijk de vislijnen uit. Drie lijnen in totaal dit keer met negen haken. We moeten denk ik een fileer-straat inrichten want volgens René is het een gekkenhuis met de tonijnen hier.

Na een aantal mijlen begin ik te twijfelen aan het verhaal van René. Maar zet dat snel weer van me af. Het ligt waarschijnlijk aan het tijdstip. Tonijnen vang je bij zonsopkomst of zonsondergang en het is nu twaalf uur in de middag. We geven niet op maar als we aan het eind van de middag afmeren bij ons driedaagse paradijs hebben we niet één keer beet gehad. Gelukkig is het prachtig weer en gaan de dames aan land om te zwemmen en te fotograferen. Wij halen vlees uit de vriezer, kijken naar de zonsondergang en ’s avonds komen Henk en Joke aan boord BBQ-en. Kortom, een geweldige dag.

De volgende ochtend word ik wakker en kijk naar twee paar pret ogen en een camera lens. Ik slaap al een paar weken achter op dek in een hangmat en dat bevalt me prima. De uitslag van het zweten is weg en na het plassen hoef je niet door te trekken. Ik zie uitsluitend voordelen. Nadeel is dat iedere vorm van privacy weg is en je door twee aanstormende fotografes op de gevoelige plaat wordt gezet. Ze liggen samen blauw van het lachen. Omdat aanval de beste verdediging is zal ik ‘m hierbij zelf publiceren zodat we dat achter de rug hebben. De rest van de dag is helemaal top alleen de tonijn ontbreekt. We BBQ-en ’s avonds op het strand en ik spreek met Joke af om de volgende ochtend om zes uur alsnog de tonijnen binnen te gaan halen.

Met enige tegenzin sta ik vroeg op en zet een pot koffie. De rest van de boot is nog in diepe rust. Ik stap met m’n nieuwe visset de dinghy in en begin het setje uit te rollen. Er zitten drie rubberen inktvissen met haak aan een set. Bij het uitrollen moet je uitkijken dat de haak niet in je vingers of de dinghy komt want dat spul is echt scherp. Als de tweede inktvis achter de dinghy aanhuppelt ga ik door naar de de derde. Dan schiet ineens met een ruk de complete set uit m’n handen het water in. Ik denk bij mezelf “Dat was geen kleine vis. Ze hebben er zin. Ik heb mazzel dat ie niet in m’n vinger bleef haken.” Ik ga terug naar Bojangles en haal een nieuwe set. De kippetjes zijn inmiddels wakker en kijken vol verwachting. Ook Joke is uitgevaren. Na een kwartier heb ik beet maar voel meteen dat het geen grote jongen is. Als ik de lijn bijna binnen heb blijkt het een vliegende vis te zijn. Als ik dichterbij haal probeert ie uit het water weg te vliegen. Heb ik weer. Het is al met al een enerverende ochtend waarbij ik nog een set verspeel maar uiteindelijk zonder tonijn terugkom. De kippetjes beginnen wat te mokken over de beloofde tonijn. “Ja, ja, ik ga morgen wel weer.” Na het ontbijt trek ik m’n duikspullen aan om de onderkant van de boot schoon te maken. Met de lucht die ik nog over heb duiksnorkel ik met Romy en zien we een grote schildpad voorbij komen. Om 4 uur ’s middags vertrekken de commerciële boten weer en is het eiland voor ons alleen. ’s Avonds gaan we weer BBQ-en op het strand. We nemen tijdelijk afscheid van de Bluenose want die gaan door naar Bonaire. En passant worden de dames uitgenodigd door de turtlewatch voor de volgende ochtend. Ze gaan dan om 6 uur de nesten controleren en kijken of er nieuwe schildpad nesten bijgekomen zijn en waar deze liggen. Daar zeggen ze geen nee tegen.

 

Als ik de volgende ochtend wakker wordt is de Bluenose al weg en heb ik het rijk alleen. Ik ruim de boot op, doe de afwas en zet het ontbijt klaar. Om half tien komen de dames terug. Ze hebben een topochtend gehad en praten honderduit. Na het ontbijt maken we de boot zeilklaar en visgereed. Dit wordt ons tonijnmomentje. We gooien los en rollen de fok uit. Er staat een stevige windkracht zes. We zigzaggen voor de wind terug naar Curacao. We vangen naast een kleine Bonito een Barracuda van 90 centimeter die we teruggooien. Wederom een tonijnloze dag.

Vanaf het Spaanse Water worden weer de nodige stranden bezocht. Ook staat Willemstad op het programma. ’s Avonds gaan Baloe en Romy op stap en word ik ver na middernacht wakker van het gepruttel van de dinghy motor. Baloe slaapt de laatste week ook buiten. Het is binnen te warm. Om te plassen ga ik naar de voorpunt. Wat lang niet altijd meevalt. Eén van de laatste avonden gaan we naar de ComedyTrain. Ik heb wat twijfels of ze dat leuk vinden (en of ze de grappen begrijpen). Met Romy spreek ik af dat ik een seintje geef wanneer ze moet lachen en klappen. Het wordt een erg leuke avond met goeie humor. De meiden vinden het helemaal leuk.

Tja, en dan nu weer alleen. Baudine heeft op de weg terug van het vliegveld nog een traantje weggepinkt. Zodra het weer kan gaan we via Klein Curacao naar Bonaire om van daaruit wellicht via Las Roquas (eilandengroep Venezuela) naar Sint Maarten te varen. Maar niet nadat ik eerst René van de Blue Spirit een bezoek heb gebracht.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Overhurricanen

Daar zijn we dan weer. ’t Heeft even geduurd door internetproblemen, ons bezoek aan Nederland en het feit dat we best gezapig het hurricane season doorkomen. Maar het is weer eens tijd voor een blog.

Vlak voordat we naar Nederland vliegen zeilen we vanaf Bonaire naar het Spaanse Water op Curacao. Bonaire laten we met weemoed achter. Het is er goed toeven. Samen met de K’dans huren we een dag een auto en bezoeken het noordelijk gelegen natuurpark. Een paar dagen later gaan we met Harry en Ellen van de Zwerver een dag duiken bij Klein Bonaire. Het is er adembenemend mooi. Baudine blijft boven aan de snorkel terwijl ik langs een rif naar beneden afzak. Er ligt een stijl rif waar je als het ware voor kunt hangen en het rustig als een schilderij kunt bekijken. Naast de veelheid aan vissen komt er een murene voorbij en zien we een verdwaalde Baracuda. Het is allemaal even spannend.

Als we eenmaal het anker lichten en het Spaanse Water verlaten weten we dat we over niet al te lange tijd weer in Nederland zijn. Henk en Joke varen mee. Tien minuten voor de ingang bij Willemstad roepen we Fort Nassau op. “Of de Pondjesbrug een opening kan geven?” “Ja hoor, kom verder.” We strijken de zeilen en starten de motor. Als we op een meter of honderd zijn zien we de Pondjesbrug bewegen zodat we naar binnen kunnen. Aan de kant staan honderden toeristen die foto’s van ons maken en even voelen we hoe apart dit eigenlijk is. Dan gaat het gas er weer op en varen we verder naar Curacao Marine.

Taxi Tiger is iets te vroeg. Snel pakken we de laatste spullen en sluiten de boot af. Baudine spuit de bus met anti-insecticide leeg en ik sjouw de koffers naar Tijgetje. “Alles goed ScoobieDoo?” “Ja Tijgetje, alles is goed.” We kennen elkaar van eerdere tripjes. Hij stelde zich toen voor als Tiger en dus kon ik het niet laten om me zelf ScoobieDoo te noemen. Sindsdien zijn we Tijgetje en ScoobieDoo voor elkaar en is het tarief ook aangenamer.

De tijd in Nederland vliegt voorbij. Elke dag hebben we een stevig programma en in drie weken rijden we zo’n 2000 kilometer met ons geleende autootje van schoonmoeders. Het is superleuk om iedereen weer te zien. En toch komen we ook weer tijd te kort. Je wilt soms langer blijven of gewoon nog langer door kletsen. Wat is er allemaal gebeurd in de afgelopen anderhalf jaar? Wanneer kom je langs? Hoe gaat het met die kleine van je? En ga zo maar door.

Na drie weken vlieg ik weer terug en blijft Baudine. Ik weet dat ze het lastig gaat krijgen. Ze heeft moeite met afscheid nemen. Ik stap daar makkelijker overheen maar ben blij dat ze mijn tekorten aanvult. Het laatste weekend ben ik ietwat ziek en zo stap ik ook op het vliegtuig. Ik ben niet de enige. Om me heen wordt er wat af gesnotterd en ik hoor de mensen klagen.

Jos van de Jonathan heeft aangeboden me op te pikken van het vliegveld. We kennen elkaar niet en ik ben maar al te graag op z’n aanbod ingegaan. Als ik bij de kofferband sta te wachten krijg ik een sms van Jos. “Hoe herken ik je?” Ja Jos, dit is de kat op het spek binden, je kent me inderdaad niet. In gedachte heb ik mijn antwoord helemaal klaar maar besluit toch de gecensureerde versie terug te smssen. Ik ken Jos immers ook niet. Jos brengt me naar Curacao Marine en ik duik moe en ziekjes m’n bed in. Het is er bloedheet en ik slaap slecht die nacht.

Pas na drie dagen voel ik me weer wat beter om terug te varen naar het Spaanse water. Henk komt met het boodschappenbusje naar de marina en tegen het middaguur gooien we los. Het weerzien met de anderen op het Spaanse water is goed. Toch verstop ik me nog een dagje om bij te komen want het blijft pappen en nat houden. Het weer is ook behoorlijk anders dan voorheen. De wind is vele malen rustiger en het regent zo nu en dan behoorlijk. Het enige wat blijft is de warmte. Er gaan weer liters zweet doorheen en ook de lucht begint zich weer op te bouwen. Uitsluitend op de accu’s kan de grote ventilator’s nachts niet permanent aan. Dat kost eenvoudigweg te veel stroom. Alleen natuurlijke wind is het devies. Maar die is er ’s nacht nauwelijks.

Het oude strand bij de coaster is vervangen door het mondaine Barbara Beach. Menig middag varen we met de dinghy naar Barbara Beach om vervolgens in het water te gaan zitten, bier te drinken en af en toe een hapje door te krijgen. We praten over onze vaarplannen en de redenen om wel naar A en niet naar B te gaan. Als de zon ondergaat pakken we de boel in en dinghy-en terug naar de boot. Na een paar dagen begin ik Baudine te missen. Alleen is maar alleen en ik had niet verwacht dat ik er zo snel last van zou krijgen. Toch is het zo en ik zal blij zijn als ze er weer is.

De boot is aan kant en de meeste reparaties zijn gedaan. Bojangles is in topconditie. Aan het begin van de middag pak ik de bus naar Punda om vervolgens door te gaan naar het vliegveld. Baudine heeft ietwat vertraging en als de zon reeds ver onder is komen we aan op de boot. We zijn weer samen. Baudine heeft inderdaad een zware week gehad en heeft nog wat moeite om weer in het ritme te komen. Na drie dagen aanéén in de middag naar Barbara Beach te zijn geweest zit ze er weer helemaal in. Nog een paar weken en dan komen Romy en Baloe langs. We kijken ernaar uit.

Spaanse Water

Een week nadat Baudine is teruggekomen zit de klad er in. We zijn een beetje klaar met Curacao en willen weer verkassen. De wind is terug en het waait tussen de zes en zeven Beaufort. Boodschappen doen is een onderneming geworden want droog aankomen is uitgesloten. De uitjes naar Barbarabeach gaan gewoon door. Inmiddels hebben we mot met de bewaking van het terrein en dat is op zich best vermakelijk. Als we zondag’s met een man of dertig komen aanvaren met onze dinghies staan er 5 beveiligers te wachten. We gedragen ons als pubers en gaan om de beurt met 3 man de discussie met de beveiligers aan terwijl de rest doorborrelt in het water en hapjes eet. Zo houden we elkaar 3 zondagen bezig en komen dan tot een compromis. We mogen niet meer op het strand komen, wel op de steiger. De eerstvolgende zondag heeft iemand een opblaasbare floating bar bij zich. Echt geweldig. Wij bestellen er ook één. Nadat je ‘m hebt opgeblazen gooi je er ijs in, daar zet je je fles en je bier in en er omheen zitten uitsparingen voor je glas. Koeler kan bijna niet. Nog geen twee dagen later hebben we ons Oktoberfeste op hetzelfde Barbarabeach. Het is een doordeweekse dag en de beveiliging vindt het wel best zo. Met 2 BBQ’s sterk braden we worsten en drinken bier op het strand. Echt veel decadenter dan dit kan het niet worden.

Bonaire

We zijn helemaal alleen en hebben het eiland voor ons zelf. Bojangles ligt aan een mooring voor Klein Curacao en alle touroperators zijn terug naar Curacao. Baudine en ik blijven alleen achter en dat is best een apart gevoel. In de wijde omtrek van zo’n 25 kilometer zijn wij de enige wezens die op twee benen rechtop kunnen lopen. We hebben een groot deel van de dag tegen de wind in gebokst, liggen nu in rustig water achter het eiland en kijken hoe de zon onder gaat. Als de schemering eenmaal is ingezet gaat het snel en een kwartier later is het pikdonker. Wij borrelen nog wat door, maken wat te eten en gaan vroeg naar bed. Morgen gaan we door naar Bonaire.

“Bojangles, Bojangles, Bojangles, dit is de Agaath. Over.” Ik pak de VHF en heb na een maand of vier Bas aan de lijn. Bas heeft voor ons een plek geconfiskeerd langs de kade van Bonaire. Daar zijn we behoorlijk blij mee want de haven is achterlijk duur en we mogen niet ankeren in verband met het koraal. Een halve dag later worden we door Bas en Melle opgewacht in hun dinghy en naar de enige beschikbare mooring gebracht. We leggen Bojangles aan en niet veel later zit Melle aan een boterham met pindakaas. Bas legt ondertussen uit waar we moeten inklaren en boodschappen kunnen doen.

Tijd om bij te komen is er niet. Diezelfde avond is er een foodfestival en voor de zondagochtend staat de damesfinale voetbal op de agenda. Er liggen ook een aantal leuke Denen bij Bonaire en samen spreken we af bij Karel’s Zeezicht om de wedstrijd te bekijken. Die ochtend halen we Bojangles overhoop om onze oranje outfit te voorschijn te halen, kleden ons aan en springen in de dinghy. Op naar Karel. Het is volle bak en erg gezellig. Toos en Donatien leggen de puntentelling uit. Onze dames winnen de cup en verder staat me bij dat het vrij lastig is om geen grappen te maken. Dat doen we dan dus ook niet. Bhoooaaaahhhh!!!

Bonaire is tof en overzichtelijk. Tussen de haven en het centrum van Kralendijk ligt een lint aan jachten aan een mooring. Het water is keizersblauw en je kunt lang de bodem zien. Bonaire is het mekka van de duikers. We springen zeker twee keer per dag het water in om af te koelen of het zweet van je lijf te krijgen. We snorkelen wat heen en weer en het sterft van de vissen. Aan land hebben we een heuse Albert Heijn, een ijssalon en duikscholen. Na hier en daar wat informatie te hebben gehaald besluiten we ons duikbrevet te gaan halen. Bij Wannadive kunnen we direct zaterdag onze proefduik doen bij Emma.


De warmte is ’s nachts een probleem. Als ik tegen Baudine zeg dat ik voor, in onze slaapkamer, me Opa ruik geeft ze mij de schuld. Twee keer per nacht word ik zeiknat van het zweet wakker om vervolgens de koelkast leeg te drinken. De dorst is ongelofelijk. We moeten er iets op gaan verzinnen. Gewapend met de naaimachine en oude zeilzakken naaien we een windvanger die we binnen onder het luik voor ons hoofdeinde bevestigen. Er staat op Bonaire permanent wind en deze waait nu niet langer door de boot naar achteren maar via de windvanger over ons heen naar de voorpunt. We liggen in een windtunnel en moeten na lange tijd weer wat over ons heen trekken. Na een paar dagen is Opa weer weg uit de voorpunt en kunnen we weer mensen op de boot ontvangen. Nu de mieren nog.

Zaterdagmiddag staan Baudine en ik klaar voor onze proefduik. Emma meet ons onze pakken aan, we krijgen wat theorie en oefenen wat in het zwembad. Baudine maakt zich zorgen over het klaren van haar oren want daar heeft ze altijd last mee gehad. En ikzelf moet voor het eerst bekennen dat ik het ook wel spannend vind. Als Emma eenmaal overtuigd is van onze prestaties gaan we richting zee. We lopen het water in en beginnen met onze duik. Al snel geeft Baudine aan dat haar oren niet willen klaren. Emma masseert ze en probeert Baudine te helpen maar het wil niet lukken. Baudine moet afhaken. Ik baal enorm voor haar want duiken is echt iets wat je juist met z’n tweeën moet doen. Baudine gaat naar de oppervlakte en ik ga met Emma onder water. Ik heb geen vergelijking met duikstekken, wel met snorkelstekken, maar het is hier onwaarschijnlijk mooi. Er komt veel vis voorbij en ook de diversiteit is aanzienlijk. Emma wijst me op alle specials en driekwartier lang zweef ik langs het kleurrijke koraal en z’n bewoners. Het is adembenemend. Als ik weer boven kom zie ik Baudine en is het even lastig. Zij behoorlijk down en ik helemaal enthousiast. We besluiten dat ik doorga met de lessen.

De volgende dagen volg ik de lessen van Linda in een klas van vier. Op één duik na, met een beslagen bril, zijn ze allemaal even prachtig. De oefeningen gaan goed. ’t Enige waar echt aan geschaafd moet worden is de duikhouding. Ik heb moeite om me languit gestrekt voort te bewegen. In plaats daarvan ga ik wat gehoekt met ingetrokken benen (om het koraal niet te beschadigen) als een uit de kluiten gewassen embryo met vinnen aan door het water. Ook mag ik niet te diep in ademen omdat ik dan meteen een paar meter stijg. Ja, groot zijn heeft ook nadelen. Maar voor de goede orde. Vanaf heden ben ik niet alleen actief op land, in de lucht of op het water. Ook onder NAP ben ik voortaan van de partij. Het is maar dat u het weet.


Er is weer een tropical storm in aantocht. Deze heeft de naam Harvey. We treffen de voorzorgsmaatregelen maar Harvey gaat ongemerkt een mijl of 100 boven de eilanden langs. De middag voordat Harvey zich aandient steken we met een hele zwik aan dinghies over naar Klein Bonaire om te barbecuen. Het is supergezellig en we leren weer een aantal nieuwe zeilers kennen.  Het is allemaal goed zo.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Decoratie (moeders part IV)

“Nel, hou ’s op. Dat kan echt niet!” Baudine staat stomverbaasd te kijken. “Uh, nee hoor Baudine, het is een nepstengel. Het is decoratie.” “Zal wel.”

Baudine der verjaardag is een groot succes. Vanwege het tijdverschil starten de felicitaties al midden in de nacht en het zijn er veel. Ze is helemaal in haar nopjes. We hebben een rustige ochtend en treffen nog wat voorbereidingen voor ’s avonds en ’s middags. Om halfdrie stappen we samen in de dinghy en gaan onderweg naar de ijsboer. De drank staat in een grote plastic ton en die laten we vol ijs gooien. Daarna gaan we richting Barbara Beach. Een kwartier later volgen de andere Nederlandse boten die ook moeders hebben opgepikt. Er klinkt lang zal ze leven en Hoera. Baudine pakt haar kado’s uit en geniet volop van haar jarig zijn. We hebben veel lol en een heerlijke middag in het water. Om een uur of vijf taaien we af en komt iedereen bij ons aan boord BBQ-en. Ja, Baudine is echt jarig.

Ik zit buiten in de schaduw aan een tafel te genieten van m’n vierde bord. Na de ceviche en een bord vis is het gebraad aan de beurt. Daarna volgt nog een bord vlees en steken we via de pasta over naar de kaasplank. Tot slot gaan we een kijkje nemen in de toetjeskamer. Mocht je nog geen last hebben van cholesterol dan loop je het hier met zekerheid op. Wat een heerlijkheid. We zijn op het landgoed van Santa Barbara Beach en Golf Resort. Om precies te zijn in het restaurant. Voor een respectabel bedrag zijn we aangeschoven bij de brunch. “All you can eat” is normaal gesproken niet onze favoriet maar omwille van de rijke variatie en het feit dat de drank is inbegrepen knijpen we een oogje dicht. Hier gaan ze spijt van krijgen. We benutten de volle drie uur en laten om 2 minuten voor drie de glazen nog eenmaal vol schenken. Hollandser kan haast niet.

Ook moeders smikkelt er vrolijk op los. Samen met Baudine gaat ze weer op rooftocht en komt niet veel later met een gevuld bord terug. Baudine laat nog even op zich wachten. We zijn bezig met de afrondende dagen van moeders verblijf op Curacao. Met een auto hebben we het eiland verkent en verschillende plekken bezocht. Ook Baudine komt terug van haar strooptocht. “Heeft je moeder het al verteld?” “Nee schat, niet dat ik weet.” Ik kijk mams bestraffend aan. “Ze pakt een soepstengel, neemt er een hap van en zet hem weer terug in de pot!” Ik kijk mams nog strenger aan. “Het waren nepstengels, ze waren droog, stonden in een bak zand en er zat geen smaak aan. Volgens mij zijn ze van plastic.” “Ze stonden in grof zout.” “Mam, ze zullen naast al het eten toch geen plastic nepstengels zetten? We zitten hier in een poepchic restaurant.” “Nou, zo smaakten ze niet.”

Als ik even later weer een bord ga halen neem ik ook een stengel mee. Lekker krokant, niets mis mee. We hebben de rest van de dag lol om de soepstengel. Dit verzin je toch niet.

Curacao is top. Het weerbericht voor de komende maanden is standaard omtrent de 29 graden Celcius en de windkracht is 5 tot 6 Beaufort. Als er eens een keer een bui valt dan duurt dat hooguit 10 minuten. Op donderdagavond is er captains diner waarbij ook de boordkoks mogen aanschuiven en verder bestaat het leven uit boodschappen doen, poetsen, klussen en af en toe een nieuw strand ontdekken. In dat ontdekken an sich worden we trouwens steeds beter. Overal waar we komen is het zaak om uit te vinden hoe het transport werkt, waar de winkels zijn, de snelste gratis Wifi en wat de must do’s zijn. Nieuw op Curacao is het feit dat Camping Gaz niet langer tot de mogelijkheden behoort. Veel boten zijn bezig om hun systeem om te bouwen naar de Amerikaanse gasfles. Dat valt allemaal niet mee omdat wij, Europeanen, gebruik maken van linksdraaiende fittingen en hier verder alles rechtsdraaiend is. Bojangles heeft een extra dilemma omdat de gasbun slechts groot genoeg is voor een camping gaz tank. Daarom wordt de naaimachine weer van stal gehaald en wordt er een nette hoes voor een Amerikaanse gastank gefabriceerd. Deze doet dienst als gasbun en beschermt de fles tegen de zon.

This is sailing yacht Bojangles. Out!