Terug naar Trinidad

Voor de één na laatste keer steken we met onze gelegenheids motorboot de Caribische zee tussen Grenada en Trinidad over. De volgende en hoop ik voorlopig laatste keer zullen we dat weer onder zeil doen. Er staat nauwelijks een maan en het is daarom pikdonker om ons heen. Ik kijk naar de ontelbare sterren boven ons terwijl er af en toe wat bolbliksem af gaat. Baudine ligt te slapen. Nog een paar uur voordat het weer licht wordt en we ook deze klus weer hebben geklaard.

We kijken op tegen de overtocht. We zullen het moeten doen zonder guardvessel en er staat al twee weken onophoudelijk een te strakke wind die een oversteek in de weg staat. De voorspellingen geven een window van anderhalve dag waarin eindelijk de wind iets rustiger is. Ons besluit staat vast. Het is nu of nooit, we cancellen de Hash en gaan halverwege de middag anker op en de baai uit.

Ja, we zitten voor het eerst in een stevige dip. We zijn het wachten en de boodschappen aangaande de whereabouts van de container meer dan zat. Op 11 april is deze aan de reis begonnen en nu staat ze ergens op een kade in Colon, Panama. Gisteren had ze weer verder moeten gaan maar het schip waarmee dat zou moeten gebeuren zie ik op marinetraffic nog vrolijk op de Panama ankerplaats liggen.

Het goede nieuws is dat onze eenvoud levensstijl ons gemakkelijk afgaat. Dagelijks springen we achter de boot in het water, zepen ons in en douchen af op het achterdek. Met de dinghy halen we om beurten met de andere Nederlandse boten ’s ochtend een stokbrood en ontbijten uitgebreid nadat we de gymoefeningen hebben afgewerkt. Standaard outfit is zwembroek of onderbroek. ’s Nachts is het 28 graden, overdag 32 graden. We leven van activiteit naar activiteit en als er even niets te doen is, hetgeen we ook als activiteit zien, draaien we zelf iets in elkaar. We organiseren een sundowner en eten zelfgemaakte doubles. We maken kennis met de TiSento, de Pimentao en de Fairyqueen en het blijft grappig dat alle zeilers per definitie leuke mensen zijn. We luisteren naar elkaars verhalen en vertellen die van ons.

We hebben een goeie deal met digicel kunnen binnenslepen voor goedkope data. Het grote voordeel is dat we nagenoeg de hele dag naar radio 1 kunnen luisteren. We volgen Ajax en Dumoulin, het drama in Manchester, de formatie en de neverending story van Trump. Het is sowieso verbazingwekkend dat de beste man gekozen is want wij zijn nog niet één Amerikaan tegengekomen die op ‘m heeft gestemd.

Op dinsdagavond gaan we traditioneel naar de Brewery. Het woord zegt het al, ze brouwen er bier. Zo’n 10 verschillende soorten licht en donker bier. Het is erg gezellig want naast de yachties zijn ook de studenten van St. George University en een verdwaalde local van de partij. Mensen die een instrument bespelen kunnen gezamenlijk spelen. Het is een ander niveau dan we op Trinidad gewend waren. Er is een geluidsman en in plaats van het kinderdrumstel staat hier een professionele set. De steeds wisselende leden van de band hebben hun instrument niet voor het eerst in hun handen en weerhouden goedbedoelende amateurs van een sprong naar het podium. De saxofonist speelt moeiteloos zonder bladmuziek alles mee en ook de basgitarist is onvermoeibaar. Het grappige is dat er een vol podium met ouwe mannen een perfecte vertolking van “I can’t get no satisfaction” staat te spelen. En dat dan in korte broek op slippers. Alsof ze weer twintig zijn. Aan onze tafel zijn we het er allemaal over eens. De basgitarist is een voormalig Amerikaanse CEO van een grote multinational. Hij heeft eindelijk de tijd om te doen waar hij echt zin in heeft. Niet veel later staat hij een scheurende gitaar van een student diergeneeskunde die zijn versie van stairways to heaven laat horen te begeleiden. Wij vinden het allemaal prachtig. Aan het eind van de avond waggelen we terug naar Prickly Bay, springen in onze dinghies en varen terug naar ons huis aan de ketting.

Inmiddels zijn we alweer een paar dagen in Trinidad en staan op de kant. Niet omdat dat noodzakelijk is maar omdat er op de ankerplaats geen plek meer was en we hier toch moeten blijven voor het plaatsen van de mast. Gelukkig is het op de kant iets warmer dan op het water zodat de thermometer ’s avonds binnen slechts 35,4 graden noteert. Slapen is dus een feest.

Aanstaande maandag komt de tuiger ingevlogen en hopen we snel weer volledig te zijn.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Moederdag

We hebben weer The Hash gelopen en liggen onze wonden te likken. Baudine op de bank en ik in de hangmat. Het was weer behoorlijk zwaar en weer hebben we ons verbaasd dat er ook nog mensen zijn die het dubbele parcour rennend afleggen. Ik moet er echt niet aan denken. Niet eens wat betreft conditie, dat is duidelijk niet voor ons weggelegd. Nee, de verbazing zit ‘m in de ondergrond. Deze zit vol met gladde keien en niet zichtbare kuilen. Hoe ze zonder ernstige blessures het traject afleggen is me echt een raadsel. Ondertussen luisteren we naar de radio en horen dat Feyenoord kampioen wordt, Max in de eerste bocht wordt uitgeschakeld en we 11de zijn geworden op het songfestival. Ik heb even geen zin in een heel verhaal en besluit een beeldverslag van The Hash te maken.

Zie: https://youtu.be/m7AMbVTzs_k

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Kick ‘em Jenny

We hebben er geen spijt van dat we naar Grenada zijn gegaan. We zijn inmiddels professionals in liming. Da’s de nationale mannenbezigheid hier. Je gaat op zo’n manier ergens zitten dat je het uren kan volhouden. Geen kriebel en niet in de zon. Je kijkt een beetje voor je uit en laat alles wat er voorbij komt langs je heen gaan. Het is een soort slaaptoestand met je ogen open en je voelt je er top bij. Op de achtergrond een reggeadeun en dan lekker staren naar een boom, rimpels op het water of een schommelende boot. De uren vliegen voorbij en voor je het weet ben je te laat met allerlei activiteiten die je je had voorgenomen.

Henk onder de Bojangles

Sinds kort hebben we een actief ochtend programma. De wekker staat op 7:30 uur want dan begint het Net. Het Net verloopt via de marifoon en behandelt elke dag de bijzonderheden zoals het weerbericht, treasures of the bilge, social activities, commerciële aanbiedingen en van alles nog wat. Vanuit ons bed luisteren we naar de tijden voor de eerstvolgende turtlewatch, de felicitaties van Shademan voor iedereen die jarig is en de gratis boodschappenbusjes. Vaak volgt er ook nog een gebrekkig engels sprekende fransman die iedere dag een quizvraag stelt die telkens wordt gewonnen door amerikanen. Want die laatste nemen het hoog op. Wat is de naam van de diepste canyon in de oceaan? Hoe zwaar weegt een potvis? Binnen fracties van seconden worden de goede antwoorden gegeven terwijl ik nog bezig ben met “wat zei hij nou precies”. Als er bij de treasures een elektrisch apparaat wordt aangeboden volgt enkele seconden later steevast een geïrriteerde zeiler met de reactie “which voltage? 220, 110, 24 or 12” . Kortom we worden rustig wakker en lachen om de standaard reacties.

Zomaar, naast de Bojangles

Het muziekfestival van Carriacou valt wat tegen. Het eerste programmaonderdeel heet “wetting the ground”. We staan om 5:00 uur op want het programma start boven op een berg om 6:00 uur. Niet alle boten zijn volledig present, sommige sturen een afgevaardigde of helemaal niemand. Als we uiteindelijk boven op de berg aankomen staan er een paar mensen van de organisatie wat stenen heen en weer te sjouwen waar grote ketels op moeten staan voor het maken van het lokale gerecht “oil down”. Uit een colafles wordt wat water gesprenkeld en dat is het dan. Ze hebben volgens mij niet in de gaten dat wij helemaal naar boven zijn gekomen voor dit programmaonderdeel want verder gebeurt er helemaal niets. We krijgen gelukkig een lift van iemand van het ministerie van Culturele Zaken en gaan heerlijk ontbijten in het dorp.

Koningsspelen

Na het Net zetten en drinken we koffie en thee. Het is nog niet zo warm maar juist aangenaam. En als de koffie op is gaan we aan de bootgymnastiek. We hebben gemerkt dat bepaalde spiergroepen het afgelopen jaar sterker zijn geworden maar er zijn er ook bij die we niet meer zo vaak gebruiken. En daar moet dus aan gewerkt worden. We gebruiken de iPhone als timer en doen ieder op een eigen bank in de kuip onze oefeningen. Na een minuut of tien is alles weer op orde en duiken we het water in voor de ochtendwasbeurt. Het zoute water spoelen we af met de dekdouche en zijn dan helemaal okselfris voor het ontbijt. Alles bij elkaar neemt het hele protocol een anderhalf a twee uur in beslag en er is niemand die aan je kop zeurt dat je op moet schieten.

Uitzicht Lazy Turtle

Vanuit Tyrell Bay varen we naar Sandy Island om m’n verjaardag te vieren. Het is een geweldige omgeving. ’s Middags komen de Bluenose, Zanzibar en Rhapsody op bezoek. We drinken borrels, eten zelfgemaakte uiensoep met brood en crostini’s. ’s Avonds laat gaat voldaan het licht uit. Ik ben weer prettig ouder.

Tyrell Bay, Carriacou

Op de heenweg naar Carriacou voor het muziekfestival varen we nagenoeg over vulkaan Kick ‘em Jenny. Ja, de vulkaan ligt ten noorden van Grenada onder water en heet echt zo. Op de zeekaart staat een cirkel van 2 kilometer waarbinnen je niet mag varen voor de veiligheid. We varen er netjes omheen. Eenmaal op Carriacou horen we dat de vulkaan activiteiten vertoont en dat we op de terugweg een grotere afstand moeten aanhouden. Ook die staat ingetekend op de zeekaart. Toch blijft het vreemd dat je zonder dat je het ziet maar net om de kratermond heen vaart. Je zal er nietsvermoedend varen en vervolgens dat ding begint te hoesten. Sta je toch even raar te kijken. 

Een boei rond je stuurboord om

’s Avonds gaan we vol goede moed weer naar het muziekfestival op de berg. Wederom een deceptie. Naast de culturele optredens van een paar groepen waarvan het merendeel niet wil optreden staan ons welgeteld 8 speeches van lokale hoogwaardigheidbekleders te wachten. Het houdt niet op. Eigenlijk is het zo knullig dat we er ook weer om moeten lachen. Bijtijds taaien we af en geven het festival nog één kans. De volgende avond schijnt er een wereldband uit Jamaica op te treden. Hiervoor moet er toegang worden betaald dus dat kan alleen maar goed zijn.

Koningsdag brengen we door op de Zanzibar. Het is één groot feest. De Bluenose regelt ’s middags koningsspelen die door de kapitein van de Rhapsody als koningsvalsspelen worden geïnterpreteerd. Bij het onderdeel koekhappen vanuit een varende dinghy beland mijn koek plotseling in de mond van Ada, het enige andere bemanningslid van de Rhapsody. Klagen bij de scheidsrechter helpt niet want dat is wederom de kapitein van de Rhapsody. We hebben dikke lol en zijn het muziekfestival alweer vergeten. Er schalt de hele dag nederlandstalige muziek uit de boxen en het diner is helemaal top. Deze koningsdag komt zeker in de top drie.

Kom dan koekie

Eindelijk zijn we toe aan de betaalde avond van het muziekfestival. Na onze eerdere bezoeken zijn we wat sceptisch en kritischer. Er wordt eerst wat cultureel bewogen op het podium. Het varieert van matig tot best goed en heel heeeeel veel herhaling. Gelukkig is de gastvrouw wat vlotter dan de gastheer van de avond ervoor en dan wordt opeens ons geduld beloont met een voorstelling drums and stickdancing. Ongelooflijk, wat is dit gaaf. Er zit een gast van nog geen 18 jaar oud te trommelen in een waanzinnig ritme. Het lijkt wel of hij verlengde vingers heeft zo hard als het gaat. Voor hem staat z’n medebandlid te jongleren met twee stokken in z’n handen die een derde stok ritmisch laten draaien, zweven en dansen. Het is echt supergaaf. Helaas is het na een paar minuten weer voorbij en wachten we weer op de grote Jamaicaan. Het is een ex-gedetineerde dus dat belooft wat. Na nog wat mislukte rappers en een feel good band is het dan zover. De Jamaicaan is met een stretched limo de berg op komen rijden en vandaar te laat. Je kunt met een gewone auto immers al nauwelijks over de weg. Om een lang verhaal kort te houden, houden wij het na 3 nummers voor gezien. Zo goed is ie nou ook weer niet. We liggen tegen 4:00 uur ’s nachts op bed en hebben weer een hoop lol gehad.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

The Hash

Na het teleurstellende nieuws dat de container met mast pas 6 mei arriveert in Port-of-Spain en vervolgens nog door de douane moet worden vrijgegeven besluiten we samen met de Bluenose om een paar weken naar Grenada te gaan. We zijn het rumoer in de haven van Chaguaramas zat en hebben er wel een onrustige nacht motoren voor over. Wind tegen, stroom tegen, golfslag tegen. We hebben er zin in. Ik geef de motor nog even een beurt en check alle systemen. So far, so good.


Het transport over land is sinds Tobago goed geregeld. Er rijden hier zogenaamde maxi-taxi’s. Dit zijn busjes met 18 zitplaatsen die vrijwel de hele dag af en aan rijden om het openbaar vervoer te regelen. De chauffeurs van de busjes zijn topondernemers. Naast het feit dat ze hun bus door het verkeer heen loodsen zijn ze voortdurend de omgeving aan het scannen naar mogelijke klanten. Ze toeteren om de aandacht te trekken en middels ingeburgerde tekens weten ze direct of ze wel of niet moeten stoppen. Het is zaak om eerst de bus vol te laden alvorens koers wordt gezet naar de landstreek waar de mensen naartoe willen. Daarnaast geldt dat de eerste klanten bepalend zijn voor de richting van de bus. Het resultaat van dit alles is dat je nooit lang hoeft te wachten, er veel concurrentie is en je voor een appel en ei naar de andere kant van het eiland kan.


Ik zit nietsvermoedend in m’n dinghy op Baudine te wachten die de boot afsluit. Achter me grijpt een andere dinghy aan. Ik draai me om en herken Bill en Laurie van de Toodle-oo. We zijn ze 4 jaar eerder tegengekomen in Dover en hebben toen een hele leuke avond met ze gehad. We spreken een avond af en verbazen ons erover hoe klein de wereld eigenlijk is. We doen nog een paar boodschappen en vertrekken in de loop van de dag richting de baai bij St. George, de hoofdstad.


Bojangles is niet vooruit te branden. We moeten er behoorlijk het gas op zetten om wat snelheid te maken. Als ik de volgende dag met m’n snorkel op het onderwaterschip verken schrik ik van de aangroei. Er hangt een baard van zeker 20 centimeter aan de bodem. Ook zit de onderkant vol met grote waterpokken. Er zit niets anders op dan gewapend met een plamuurmes op een bezemsteel de boel enigszins schoon te maken. Na twee uur buffelen vind ik het welletjes en als we twee dagen later terugvaren naar Prickly Bay lopen we bijna 2 knopen harder.


Eind April is er een muziekfestival op Carriacou, een eiland ten noorden van Grenada. We overleggen met Bluenose, Rhapsody en Zanzibar. Als de wind iets naar zuid draait gaan we er naartoe. Een festival is de moeite waard. We wachten op de juiste wind. 


We melden ons aan voor The Hash. The Hash is een ren- en wandelclub met een bierprobleem. Of zoals anderen het uitleggen een bierclub met een ren- en wandel probleem. Ze wordt wekelijks georganiseerd door de locals en bestaat uit een crosscountry route door het land. Samen met de Nederlanders en een groep Amerikanen stappen we in de maxi-taxi van Shademan die ons naar de start brengt. Ik zit samen met een Amerikaanse ATP-machine voorin. Het is minstens een uur rijden en de Amerikaanse verteld honderd uit. Ik begin me wat zorgen te maken want het is duidelijk geen gewone wandeltocht. Eenmaal op plaats van bestemming worden we ingedeeld bij de Virgins omdat het onze eerste Hash is. Er zijn 3 tracks. De long-, de short- en de runnerstrack. Wij kiezen voor de longtrack. Na ruim anderhalf uur passeren we gesloopt de finish. Iets over de helft stappen we over naar de shorttrack. Het is behoorlijk pittig en het meest lastig zijn de boomwortels die net boven de grond uitsteken. We zijn per persoon behoorlijk wat vocht kwijtgeraakt en starten direct met het herstellen hiervan. En dan te weten dat er ook nog mensen zijn die het traject hebben gerend. De sfeer is geweldig. Het is één grote multiculti happening. We stoppen nog wat gekruide koolhydraten in onze kelen en toppen deze af met een gebarbecued kippetje. Ontvangen onze certificaten zodat we Virgin af zijn en worden niet veel later door Shademan teruggebracht naar onze baai. Dit gaan we zo mogelijk vaker doen. Echt leuk! 


This is sailing yacht Bojangles. Out!

Haaien

We liggen nog steeds in Chaguaramas, zeg maar de werkhaven in Trinidad. Doordeweeks is het goed te doen. Hooguit kun je je ergeren aan de voortdurende diesellucht die van het water omhoog dampt. In plaats van ankerwacht hebben we nu watermakerwacht want met het milieu hebben ze het hier niet erg op. Alles wordt eenvoudigweg in zee geloosd. Diesel, afval en alle landgeulen die naar zee lopen zitten boordevol shit en worden zonder pardon aan het zeewater toegevoegd. In het weekend is het minder leuk. Dan trekken de Trinidianen er op uit en is het een komen en gaan van motorboten die op volle kracht door het ankergebied scheuren en soms op twee meter langst de Bojangles voorbij sjezen. Baudine en ik duiken dan naar flessen, pannen en Grietjebie om te voorkomen dat alles valt. Zondagavond is het het hoogtepunt want dan komt iedereen weer terug als de schemering intreedt en is het spitsuur.

De mast is inmiddels geproduceerd in Brouwershaven en op transport. Wanneer ze aankomt weten we niet. Ik heb ondertussen de dekreparaties zelf gedaan en dat is goed gelukt. Het einde komt in zicht. Grietjebie is in de rui en de hele dag bezig haar veren te ordenen. Iedere dag verliest ze er een paar.

Iedere donderdagavond gaan we naar een BBQ voor de yachties. Je neemt je eigen vlees, salade en drank mee en met een veelheid aan nationaliteiten maken we kennis en nemen we afscheid. Ook is er een tafel waar je eten op zet dat je wilt delen. Kortom aan lekker eten en variatie komen we niet te kort. Afgelopen vrijdagavond was er ook een sing-a-long met dezelfde groep van de BBQ. Een drumstel, een paar gitaren, een mondharmonica en nog wat spul zorgen voor een superleuke avond. Iedereen die iets met een instrument kan sluit aan en speelt gouwe ouwes. Wij blèren mee.

foto

Baudine gaat vandaag met Joke en Henk naar de stad, Port of Spain. Ik heb het rijk alleen en leg de laatste hand aan het lakken van de nieuwe instrumentenbox. Halverwege de dag ben ik m’n muziek playlist zat. Elke keer weer dezelfde muziek, het wordt tijd voor iets nieuws. Ik ga op zoek naar de harde schijf met 3 terabyte aan andere deuntjes en niet veel later zit ik te speuren naar nieuw materiaal. M’n oog valt op Bar Lounge Classics. Een behoorlijke verzameling met vooral easy listening. Als ik de boel wil kopiëren naar de iPad zie ik ook een serie CD’s met Erotic Lounge staan. Ik bedenk me geen moment, het is tijd voor een marktonderzoek. Ik zet ook de erotics op de iPad en sluit het zaakje aan op de geluidsinstallatie.

Ik begin met de Bar Lounge Classics. Ik zet de volumeknop op 5 zodat er een lekkere achtergrond muziek door de Bojangles klinkt. Ik pak m’n schuurpapier erbij en ga verder met de box. Halverwege het tweede nummer krijg ik inderdaad dorst. Het zal toch niet waar wezen. Ik bedwing me nog een paar nummers maar dan is het niet meer te houden. Ik moet iets drinken. “Hoe is het mogelijk. Vijf nummers Bar Lounge en de trek in drank is mega”. Ik neem een ijskoude Carib bier en ga er even lekker voor zitten. De nummers volgen elkaar op en zo ook de Carib’s. Als de tweede CD is ingezet is het hek van de dam en ga ik op zoek naar de whisky. Wat is dit grappig. Je zet Bar Lounge op en het gevolg is drang naar alcohol en rust.

Als de vierde CD aanvangt bedenk ik me dat het beter is om andere muziek op te zetten. Het is pas in de middag en als ik alle CD’s luister kan ik niet meer van de kuip naar de kajuit komen. Net als ik wil opstaan komt Baudine met de dinghy terug van de stad. Met enig gestuntel help ik haar aan boord en vraag hoe het was. Baudine gaat zitten, merkt op dat er andere muziek op staat, wil van wal steken maar eerst een witte wijn. “Dit kan geen toeval zijn. Eén minuut aan boord, Bar Lounge, en meteen witte wijn”. Ik klauter naar binnen en start de opdracht. Terwijl ik de wijn opdis uit de koelkast bedenk ik me ineens dat ik ook nog Erotic Lounge heb. Bofkont. De hele dag gewerkt en in het bezit van sturende CD’s.

“Schat, ik zet even iets anders op.” “Ja, is goed. Heb je die witte wijn al voor me? Ik heb de hele stad door gezeuld en heb dorst.” Man, wat een mega uitvinding die thema CD’s. Ik kan niet wachten. Hoppa, ik zet de erotics playlist op, pak het glas witte wijn en ga naar buiten.

Terwijl Baudine honderd uit praat over de straatjes en de winkels ben ik volop in de analyse en vol verwachting. Na drie nummers concludeer ik dat het volume te laag staat en zet ‘m op 9. Baudine is pas bij de beschrijving van winkel twee en aan het aantal tassen te zien volgen er nog veel meer. Ik onderbreek haar met de vraag of ze nog een witte wijn wil. “Nee, zo is het wel mooi. Ik ben moe.”  Moe, moe, hoezo moe? “Hoe vind je de CD?” Ze denkt er even over na en zegt dan: “Matig, hij staat te hard en ik krijg er slaap van. Ik vind het eigenlijk gewoon kutmuziek”. Ik ben even uit het veld geslagen en druip af. Ik ga m’n instrumentenbox lakken.

Tot slot. We hebben tot dusver nog geen haaien gezien. Waarschijnlijk zijn ze hier niet.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

T&T

Kijk, daar komt m’n visser aan. Ik zit in de kuip terwijl het ochtend wordt. Ik ben er vroeg uit want bij het eerste licht word ik nu eenmaal wakker. Het is niet moeilijk om hem te herkennen. Ook al lijken alle vissers op elkaar, de mijne heeft altijd een rood shirt aan en maar éen tand. Die zit schuin rechts op z’n onderkaak.

GOPR3224

“I come to pick you up to catch some tuna.” Nou dat zou ik best willen maar we moeten vanochtend uitklaren omdat we vanavond naar Trinidad vertrekken. “Sorry, we have to check out. We’re leaving today.” Ondertussen kijk ik eens goed naar z’n shirt en concludeer dat hij het ook als handdoek gebruikt. “No problem, you have a beer?” Ja hoor, het is kwart voor zeven in de ochtend dus waarom ook niet. Ik pak een bier voor ‘m en krijg nog een paar complimenten in de trant van you are my friend en dan vertrekt hij richting zee. Ik zet een pot koffie.

GOPR3216

Tobago is heerlijk. We huren een auto en crossen samen met Joke en Henk het eiland rond. Stoppen af en toe om te zwemmen, wandelen naar een waterval en eten voor het eerst geit. We struinen de supermarkten af op zoek naar witte wijn en proberen een goede duikbril om te snorkelen te vinden. Het eiland stikt van de duik- en snorkelplekken maar een winkel die ze verkoopt is niet te vinden of dicht.

GOPR3230

Even voorbij de pier richting de visafslag ligt William. Hij woont volgens mij in een houten hokje aan het strand. Tegenover hem wordt een nieuwe kleine shopping mall gebouwd. Dat gebeurt met bamboesteigerpalen. Iedere stad heeft er wel één maar meestal zijn ze niet volledig verhuurd. De Tobaganen geven de voorkeur aan hun eigen vertrouwde houten hutjes. Er brandt altijd een vuurtje naast de hut van William. Hij gebruikt hiervoor de bamboesteigerpalen die volop aanwezig zijn. Hij legt ze met de uiteinden in een kruis, steekt ze aan en schuift ze af en toe aan zodat het vuur blijft branden. Op het vuur staat de hele dag een pan waarin hij van alles kookt. Ik denk soep.

William heeft altijd een baseballpet op en ligt op een steigerplank die schuin tegen een boom staat. Van beroep is hij kokosnootverkoper. Als je langs loopt roept hij steevast “coconut?” Baudine schud nee. Als ze tien minuten later terugloopt staat hij op en trekt haar aandacht. “Are you new here.” “No, you asked me ten minutes ago if I wanted a coconut.” “Oh, sorry, I forgot.” Hij neemt nog een hijs van z’n trompet, loopt terug naar z’n steigerplank en als hij weer ligt hoort ze hem weer roepen. “Coconut?” Baudine lacht en loopt verder.

_MG_1937

De tocht begint stevig en de dames zijn gespannen. We zetten de AIS uit en verwijderen de radarreflector, Er zijn een paar berichten van piraterij van Venezolanen maar altijd op klaarlichte dag. Wij steken ’s nachts over. Ik probeer het met één slaapje te doen zodat Baudine alleen van 1 tot 4 ’s nachts hoeft wacht te lopen. Dat lukt niet helemaal en om 6 uur doe ik nog even een powernap. We varen het laatste stuk langs de kust van Trinidad en zien Venezuela in de verte liggen. Bij de eerste de beste ingang gaan we bakboord uit en zetten koers naar Chagaramus. Om 9 uur laten we het anker los in een baai die erg veel weg heeft van een werkhaven in Rotterdam. We klaren in en gaan terug naar de boot om even bij te tukken.

Vanaf nu staat alles in het teken van reparatie en herstel. Afspraken maken met hout- en zeilmannetjes, onderhandelen over de prijs, plannen en zelfwerkzaamheid. Ondertussen racen de pilots, werk- en vissersschepen volle kracht langs zodat alles omvalt. Je wordt er gek van, je kunt niets maar dan ook niets even laten staan.

We liggen aan de buitenrand van alle yachties die voor anker liggen. Even verderop achter ons ligt een Trinidees die in Canada is opgegroeid. Hij zit in z’n eentje op een grote werkschuit met een gat in de romp. Hij legt uit dat het gat ongeveer drie vingers groot is maar dat z’n baas het niet wil laten maken. Hij weigert ermee verder te varen en ligt hier al vier maanden met de pompen aan de diesel te verstoken. Soms liggen er ook een tweetal Venezolaanse vissersschepen die irritant dichtbij ankeren. Op ieder vissersschip zitten 8 mannen een beetje te hangen. De Trinidees komt ons na twee nachten waarschuwen. De Venezolanen ankeren zo dichtbij omdat ze dan alles wat op de zijkant van de boot staat of hangt kunnen pakken en meenemen. Hij heeft die nacht bezoek van ze gehad en ze met z’n grote kapmes, een meter groot, verjaagd door keihard op hun romp te hakken terwijl hij de coastguard opriep via de marifoon. Ik zie dat Baudine er niet vrolijk van wordt. Tot slot vertelt hij ook nog even dat ze op zoek zijn naar blanke vrouwen. Met enig sarcasme bedank ik hem voor z’n laatste story. “It’s no story man, it’s real.” reageert hij enigszins geïrriteerd terug. Baudine staat ondertussen op exploderen. Even later lichten we het anker en gaan midden tussen de yachties liggen. Past net.

This is sailing yacht Bojangles. Out!

Breaking news

Ik word vroeg wakker. Het is effe over zessen en de dageraad wordt zichtbaar. Ik spring m’n bed uit want ik hoor de vissers vertrekken richting zee. Baudine ligt nog lekker te slapen dus kan ik mooi een tonijn gaan vangen. Snel pak ik alle spullen bij elkaar, zet een kop koffie en trek een T-shirt aan. Net als ik in de dinghy wil stappen verschijnt het wakend oog in de kajuitingang. “Wat ga je doen?” “Ik ga met de vissers mee een tonijn vangen.” “Neem de handmarifoon mee en zet ‘m op 77.” “Goed plan schat, geef me ook nog even de jerrycan met benzine aan.” “Het is wel erg vroeg zeg.” “Ja, ik weet het, maar voor tonijn moet je vroeg zijn. Dat doen de vissers ook.” “Ga je niet te ver de zee op?” “Nee, het is nu windstil en ik ga niet voorbij de bocht.” “Ik vind het maar niks.” “Ga nou maar lekker weer je bed in dan zorg ik voor een tonijn en haal meteen m’n kreeftenkooi op. Doei.”

Ik stap in m’n 2,4 meter dinghy en start de motor, een 2,5 Pk Suzuki, en sluit aan bij de uitvarende vissers. Zij varen allemaal in een forse houten sloep met voor een hoge steven en achter een 75 Pk buitenboordmotor. Ze zullen wel denken denk ik maar zij moeten er 10 vangen en ik maar één.

Enigzins achterop geraakt kom ik een kwartier later waar de vissers de bocht omgaan en besluit rechtdoor de zee op te varen. Dan kan Baudine me in ieder geval blijven zien. Het is vrijwel windstil dus er staat slecht een lichte glooiing en voor de zekerheid wil ik de benzine weer aanvullen tot vol zodat ik geen vuil in de motor krijg en de motor ermee stopt. Ik zet de motor uit, verwijder de kap van de buitenboordmotor, draai de brandstofdop er van af, zet de slurf op de jerrycan met benzine en vul de tank bij. Zo, nog even de dop van de jerrycan erop en dan gaan we die tonijn ophalen.

Dan gebeurt het. Ik hoor vlakbij een gorgelend, blazend geluid en kijk meteen in de goede richting. Op 3 meter naast de dinghy staat een rug boven het zeewater die minstens twee keer zo groot als de dinghy zelf is. Op de rug zitten vlekken en zeepokken, een soort driehoekachtige rugvin en daarvoor komt het blazende geluid weg. M’n hart stopt er bijna even mee en gaat even later verder bonzend tot in m’n keel. Ik denk: “Dit is niet okay!” en moet de paniek zien te onderdrukken. “Gooi de jerrycan niet om. Draai de benzinedop er op. Doe het rustig want anders lukt het niet.” Het beest is inmiddels weer ondergedoken. Ik hou m’n zenuwen in bedwang en als ik de motor weer wil starten zie ik ‘m weer boven komen. ‘Het heeft een bocht gemaakt en zit nu op een meter of vijftien voor me. Ik start de motor, maak een U-turn en geef dan vol gas. Ik besef me ineens dat m’n 30 meter lange lijn nog uitstaat. “Wat als het beest hapt?” Ik pak m’n mes uit de ton en ben gereed om het door te snijden. Ik vaar in een rechte lijn naar de dichtstbijzijnde oever maar dat is best een eind. Ondertussen kijk ik angstvallig om me heen of ik word gevolgd. M’n hart bonst nog steeds in m’n keel. Als ik halverwege ben komt er iets meer rust in de tent. Dit was niet zo’n goed plan Rob. Ik wil Baudine oproepen via 77 maar de batterij van de handmarifoon is leeg. Wederom, niet zo’n goed plan Rob. Ik vaar terug langs de kustlijn en pik m’n kreeftenkooi op. Ik durf ternauwernood m’n hand in het water te steken om de kooi omhoog te trekken. Wat een beest!

Terug bij Bojangles vertel ik het verhaal aan m’n veiligheidsofficier en maak een schets van hetgeen boven water kwam. Gewapend met de tekening ga ik naar de visafslag aan de kant. Bij de eerste de beste groep vissers laat ik de tekening zien en doe ik het verhaal. Ze zijn het er allemaal over eens. Het is een whaleshark. Volstrekt ongevaarlijk, eet plankton en af en toe een inktvisje. Gelukkig bekennen de mannen dat ook zij bij hun eerste ontmoeting best bang waren. Het is immers geen klein beestje. Trost verlaat ik de visafslag en ga terug naar Baudine. De dag is nog lang, wie weet wat er nog komen gaat.

This is sailing yacht Bojangles. Out!